Justitie zat fout bij priesters in pedofiliezaak

Justitie heeft in 1980 en 1985 ten onrechte strafzaken geseponeerd tegen twee pedofiele priesters die seksueel misbruik van een groot aantal kinderen hadden toegegeven. Een van de priesters ging daarna door met het misbruik.

Harm Brouwer, voorzitter van het College van procureurs-generaal, zegt dat beide sepots „geen juiste beslissingen zijn geweest”. Hij reageert op het boek Vrome zondaars van Joep Dohmen, redacteur van deze krant, dat vandaag verschijnt. Het boek meldt dat in beide misbruikzaken – in Zuid-Holland en Limburg – volop bewijs was. Naast de bekentenis van de daders waren er getuigenverklaringen. De priesters mochten, na voorwaardelijke seponering, naar een klooster.

In het boek meldt oud-bisschop Jo Gijsen van Roermond (1972-1993): „Wij hadden bepaalde contacten met officieren van justitie in Roermond en Maastricht om zaken voor te leggen. Dan vroegen wij om een zaak eens te bekijken en ons te adviseren wat wij moesten doen.”

Het Openbaar Ministerie (OM) zegt niet op de hoogte te zijn van de informele contacten die de Kerk onderhield met officieren.

Volgens advocaat Richard Korver, voorzitter van de stichting LANZS die juridische bijstand aan slachtoffers van zedenmisdrijven geeft, past het sepot van ‘panklare’ misbruikzaken tegen priesters in een cultuur die het OM tot in de jaren tachtig kenmerkte: „Slachtoffers die misbruik wilden melden, werden afgeserveerd. Het viel zogenaamd niet te bewijzen of men werd niet geloofd. Veel officieren van justitie waren trouwe katholieken. Dat gold ook voor rechters.” Het OM bestrijdt dat er een cultuur van toedekken was en vindt dat de uitspraken van Korver „geen hout snijden”.

Emeritus hoogleraar strafrecht Jan Reijntjes, in de jaren zeventig en tachtig officier van justitie in Roermond en Maastricht, zegt dat bij justitie destijds de opvatting heerste dat instituties als Kerk en overheid niet nodeloos in diskrediet moesten worden gebracht. „Die opvatting was op zichzelf niet onjuist, maar inmiddels is het besef toegenomen dat vervolging nodig kan zijn, ook al schaadt dat de goede naam van de instituties. Dat besef was er vroeger veel minder”, aldus Reijntjes. Volgens Dohmen faalde de overheid bij het vervolgen van geestelijken die misbruik pleegden.

Dag in, dag uit onder één dak met kinderen: pagina 4