Het begin

Bij wie ging, buiten de PVV, de vlag uit toen de twee CDA-dissidenten hun Verhagiaanse draai in het duister namen en daarmee een kabinet Rutte-Verhagen-Wilders mogelijk maakten?

Ik zie de blije gezichten voor me van de bekende Wilders-sympathisanten: Hans Jansen, Afshin Ellian, Bart Jan Spruyt, Syp Wynia, noem ze maar op, die jongens van de harde kern. Maar Frits Bolkestein, zou die ook zo blij zijn? Hij liet zich de laatste jaren nog wel eens denigrerend over Wilders uit, maar sinds de VVD de samenwerking met de PVV zocht hield hij zich volledig op de vlakte. En Paul Scheffer? Nooit te beroerd om de natie te waarschuwen, maar opeens was ook hij in geen velden of wegen te bekennen.

Ach, het zal allemaal wel meevallen, hoor je nu steeds vaker. Een frisse wind, nieuwe bezems, en bovendien: het land moet geregeerd. Dus slikten ook vrijwel alle bezwaarden hun protesten in: van Wientjes tot Koppejan en Ferrier.

Zál het meevallen? Iedereen die dat denkt raad ik aan een artikel te lezen dat vandaag op de opiniepagina van de Volkskrant verscheen – een krant die overigens in zijn commentaren ook van meet af aan dit kabinet ‘het voordeel van de twijfel’ heeft gegeven. Het is een artikel van de freelancejournalist Kasper Tonsberg Schlie, die drie maanden geleden van zijn geboorteland Denemarken naar Nederland verhuisde.

„Ik liet een geïnfecteerd en soms zelfs racistisch publiek debat achter”, schrijft hij. „Een debat dat gevormd was door de extremistische en politiek machtige Deense Volks Partij (DPP). Als nieuwe inwoner van Nederland volgde ik de kabinetsformatie met verontruste gevoelens: zal ook jullie publieke debat en reputatie van tolerantie voorgoed verloren gaan?”

Hij zag het politieke klimaat in zijn land door de gedoogsteun van de DPP volledig omslaan. „Zelfverzekerd en parlementair immuun zetten de leden van de DPP koers naar een populistische publieke retoriek waarbij zelfs Wilders nog klinkt als een humanistische hippie.”

Zelfs in mijn eigen omgeving stuit ik tegenwoordig op onbegrip als ik mijn bezwaren tegen het nieuwe kabinet uit. „Ik ben heel blij met die animal cops”, zei mijn poes Anne toen ik gisteravond de tv boos uitzette, omdat ik genoeg had van het ja-nee-mits-tenzij-gebabbel van Ferrier en Koppejan.

„Die cops? Allemaal voor de bühne”, zei ik, onaangenaam verrast.

„Kijk, dát vind ik nou flauw”, zei Anne. „Doen ze eindelijk iets goeds en dan wil jij het niet weten.”

„We hebben toch al de politie en de Dierenbescherming?”

„Die kunnen al dat onzichtbare dierenleed niet aanpakken.” Ze keek me fel aan, een voorpootje half opgeheven. „Stel dat ik buiten bedreigd word door een dierenbeul. Jij ziet het gebeuren, maar je kunt niet ingrijpen omdat de dierenbeul gewapend is – en zelfs als hij niet gewapend was, zou je vermoedelijk niet ingrijpen, want zo’n held ben je niet. Zou je dan je telefoon grijpen en de animal cops van de PVV bellen, of klamp je je liever vast aan die zogenaamde mooie principes van je?”

„Unfair om mij zo’n hypothetische kwestie voor te houden.”

„Ja of nee?”

Ik liep zwijgend weg, terwijl ze me honend („D66-rechter”) namiauwde.

Nederland, opgepast, dit is nog maar het begin.