Grootmacht Nederland

Het bewind van president Obama doet een maand voor de tussentijdse verkiezingen denken aan een falend voetbalelftal. Toen het aantrad, waren de supporters ervan overtuigd dat alle ellende die de vorige trainer had veroorzaakt, voorbij was. De wereldcup zou nu onvermijdelijk weer door Amerika worden gewonnen. Bijna twee jaar later zijn belangrijke spelers weggelopen, de trainer en een paar van de besten zijn in heftige ruzies verwikkeld, schelden elkaar uit en van de beloofde reeks overwinningen is niets terechtgekomen.

In grote trekken wisten we dat al. Het verloop van de oorlogen die Obama heeft geërfd, doet al zeker een jaar het ernstigste vermoeden. Obama’s Wars, het vorige maand verschenen boek van Bob Woodward, heeft het nu in extenso bevestigd. Een van de conclusies die we eruit kunnen trekken, is dat de oorlog tegen de Talibaan en verwante groeperingen is vastgelopen in de meningsverschillen over tactiek en strategie in Washington.

In Nederland wordt nu alle aandacht in beslag genomen door de nieuwste versie van de Hoekse en Kabeljauwse twisten, de problematiek om het gedogen. De heer Wilders heeft een poosje geleden voorgesteld om onze soldaten uit Uruzgan terug te halen om de onlusten in het Goudse openbaar vervoer te bedwingen. Daar horen we nu niets meer over. Maar de secretaris-generaal van de NAVO Rasmussen en opperbevelhebber generaal Petraeus hebben er sterk op aangedrongen dat we onze aanwezigheid zullen verlengen.

De vorige regering had besloten dat het na vier jaar afgelopen moest zijn. Dat had een kabinetscrisis tot gevolg. Nu wordt weer geopperd dat we op de een of andere manier toch moeten blijven, niet meer als leading nation maar met een trainingsmissie, om het Afghaanse leger op te leiden. Deze trainers zouden dan weer beschermd moeten worden door soldaten. De toestand in het land in aanmerking genomen is de kans groot dat het dan af en toe toch weer vechten geblazen zal zijn en dat er hier of daar een bermbom ontploft.

Het boek van Woodward leert dat Obama over Afghanistan feitelijk in radeloosheid verkeert. Hij heeft 30.000 man extra naar het front gestuurd, 10.000 minder dan Petraeus had gevraagd. Met deze macht wil de generaal de strategie van de counter-insurgency volgen. Daarmee heeft hij vier jaar geleden in Irak succes gehad. Overigens is het in dat land nog verre van rustig.

De premier Al Maliki is er na de verkiezingen van een half jaar geleden nog niet in geslaagd om een regering te vormen. Geregeld vliegen er tientallen mensen de lucht in. Maar wat is succes in dit soort oorlogen? En Irak is een wonder van organisatie vergeleken met Afghanistan. Om de continuïteit daar te bewaren heeft Obama Robert Gates, minister van Defensie onder George W. Bush, gevraagd te blijven. Gates heeft dat gedaan, maar nu maakt hij aanstalten om te vertrekken. Hij heeft geen zin meer om vruchteloos betrokken te zijn in de ruzies tussen de president en zijn generaals.

In Nederland moeten we nu misschien onder ogen zien dat we na de opbouwmissie en de vechtmissie nu toch weer met een trainingsmissie naar Afghanistan gaan. Natuurlijk weer met dappere meiden en jongens. Aan hun inzet wordt niet getwijfeld. Maar lezen onze Kamerleden, de generaals en ministers weleens buitenlandse kranten? Rapporten van onze ambassades? Hebben ze het boek van Bob Woodward al gekocht? Volgens mij zou dat verplichte literatuur moeten zijn voor alle politici die betrokken zijn bij de uitzending van militairen naar Afghanistan. Niet alleen de bereidwilligheid en de solidariteit tellen. Het gaat ook om de deskundigheid van degenen die straks misschien verantwoordelijk zullen zijn voor het leven van onze uitgezonden soldaten.

Waar komt dit Haags betoon van internationale solidariteit vandaan? En hoe komt het dat er zo achteloos mee wordt omgesprongen? Had het drama van Srebrenica voorkomen kunnen worden als de toenmalige regering beter op de hoogte was geweest van de strategische en politieke inzichten die in het hoofdkwartier van de internationale strijdkrachten vigeerden? En hadden we de aanval op Irak gesteund, eerst met een beroep op het internationale recht, daarna daadwerkelijk met onze militaire missie naar al Muttannah als we geweten hadden dat die hele onderneming door Washington was gerechtvaardigd met formidabele vergissingen en regelrechte leugens? Door Den Haag is onze steun toen materieel gerechtvaardigd met verwijzing naar de ‘Dutch approach’, die typisch Nederlandse benadering, dat mengsel van onversaagdheid en menslievendheid waaraan de Amerikanen nog een voorbeeld konden nemen. In werkelijkheid zijn we een kleine medeplichtige geweest bij het aanrichten van een van de grootste humanitaire catastrofes in het Midden-Oosten. Meer dan 100.000 burgers gedood en een paar miljoen gevlucht. Niemand zeurt er meer over.

Ja, waar komt dat vandaan? Hebben we te maken met het laatste restant van een roemrucht verleden? De erfenis van de Zeven Verenigde Nederlanden? Die heeft ons nog parten gespeeld bij onze oorlog tegen Indonesië tussen 1945 en 1949, en tien jaar later bij de tragikomische poging om de Papoea’s in West-Nieuw-Guinea de democratie te brengen? Onze laatste twee zelfstandige optredens in de wereldpolitiek. Daarna verschenen we alleen nog in internationaal verband, meestal onder leiding van de Amerikanen. Respect voor de grote bondgenoot, maar dat hebben we kritiekloos gedaan. En nu, terwijl in Washington de grootste verwarring over Afghanistan heerst, zijn sommige politici toch weer van plan om Nederlandse soldaten naar deze uitzichtloze onherbergzaamheid te sturen. Laat Obama eerst met een doordacht plan komen, waarmee ook zijn generaals het eens zijn, en daarna Den Haag om steun vragen. Dan kunnen we altijd nog zien wat we doen.