Gevaar van misbruik komt niet meer van Kerk

Net als Nederland worstelt België met de vraag hoe misbruik van kinderen in de toekomst kan worden voorkomen. „Waar zitten de pedofielen van nu?"

Belgisch kinderpsychiater Peter Adriaenssens. Foto Katrijn Van Giel Peter Adriaenssens
Belgisch kinderpsychiater Peter Adriaenssens. Foto Katrijn Van Giel Peter Adriaenssens

In een vergaderzaal van het Belgische parlement zocht de Kamercommissie Justitie gisteravond een weg om het seksueel misbruik van kinderen door katholieke geestelijken verder te onderzoeken. Door een eigen, parlementaire commissie? Een ‘waarheidscommissie’? Of moet alleen Justitie het doen? Wat ze allemaal zeker weten: het moet niet alleen de Kerk zelf zijn die slachtoffers hoort en helpt. De Belgische bisschoppen hebben aangekondigd dat er een ‘centrum voor erkenning, heling en verzoening’ komt.

Naast de zaal, op een bank in de gang, zit kinderpsychiater Peter Adriaenssens. Hij leidde de commissie die in België de afgelopen maanden bijna 500 indringende getuigenissen verzamelde van slachtoffers. Hij is net urenlang gehoord door parlementariërs. Zijn advies: richt een waarheidscommissie op. Door daders te horen, zegt hij, kan duidelijk worden hoe het misbruik ontstond en waarom het zo lang kon voortduren. „Als je dat weet, kun je beter werken aan de preventie. We moeten erachter komen waar de pedofielen nu zitten.”

Er zou volgens hem ook speciale hulpverlening moeten komen voor slachtoffers, bij welzijnsorganisaties. En Justitie zou een toegankelijk meldpunt moeten oprichten. „Nu denken mensen vaak dat het geld kost als je een rechtszaak wilt beginnen.”

Adriaenssens kreeg al veel brieven van slachtoffers die zich zorgen maakten. Konden ze straks gedwongen worden om hun verhaal te doen voor zo’n parlementaire commissie? Veel slachtoffers hebben bewondering voor de neef van bisschop Roger Vangheluwe, die in het voorjaar bekendmaakte dat hij van zijn vijfde tot zijn achttiende door de bisschop was misbruikt. Vangheluwe nam ontslag en bij de commissie-Adriaenssens kwamen daarna honderden verhalen binnen – het begin van een ernstige crisis in de Belgische Kerk. „Maar het wordt de slachtoffers nu pijnlijk duidelijk”, zegt Adriaenssens in een vraaggesprek na de hoorzitting, „dat van alle kanten geprobeerd wordt om privégegevens over de neef van de bisschop naar boven te halen.”

In een Vlaamse krant zei Adriaenssens afgelopen weekend dat hij het „hallucinant” vond dat parlementariërs het nieuws over het seksueel misbruik maandenlang hadden gevolgd zonder zelf iets te doen. In de hoorzitting van gisteren was de Kamercommissie kritisch over de Kerk, omdat die pas zo laat had beseft hoe ernstig de verhalen waren.

Adriaenssens vindt dat te makkelijk. Hij was zelf eerder ook hard voor de Kerk. In het eindrapport van zijn commissie stond dat de leiding zich jarenlang had gehuld in ‘incestueus zwijgen’ – omdat het voortbestaan van de organisatie in gevaar zou kunnen komen. Maar de kerkelijke leiding van nu had nooit geprobeerd zijn commissie tegen te houden. Het was tot de bisschoppen doorgedrongen hoe erg het misbruik was geweest en er was volgens Adriaenssens oprechte wil slachtoffers te helpen. „Dat is een les: het is altijd beter dat een organisatie er werk van maakt, ook al is het laat, dan dat dat níét gebeurt.”

De commissie-Deetman die in Nederland het seksueel misbruik in de Kerk onderzoekt, zal naar verwachting volgende maand een eerste advies publiceren over hulpverlening. Hoe het vervolg op de getuigenissen in België wordt georganiseerd, kan een voorbeeld zijn – al vindt Adriaenssens zelf nu vooral dat die Nederlandse commissie een voorbeeld zou moeten zijn voor België, als daar een waarheidscommissie komt. Het is volgens Adriaenssens een goed idee die te laten leiden door iemand met een achtergrond in de politiek, zoals Deetman, op afstand van de hulpverlening en de Kerk. „Ik zou er zelf misschien wel lid van kunnen worden. Ik zou die commissie niet moeten leiden.”

In de hoorzitting legde Adriaenssens uit waarom pedofielen volgens hem juist de Kerk kozen: die organiseerde veel voor kinderen, zoals scholen en verenigingen, er was weinig controle en de daders hadden er als geestelijken veel gezag – waardoor ze geheimhouding konden afdwingen.

„We zijn nu alert op de Kerk”, zegt Adriaenssens na de zitting, waar gisteren nog geen beslissing viel over een eigen parlementair onderzoek. Maar in de Kerk, zegt hij, zit het gevaar voor kinderen niet meer. „We moeten ons afvragen waar pedofielen zich in deze tijd veilig voelen. Ik denk dat je als pedofiel misschien nog wel het beste je gang kunt gaan als onderzoeker naar seksueel misbruik, waar je tussen de benen van kinderen zou kunnen kijken.”