'Doodjammer' dat Geim wegging

Opeens is grafeen wereldberoemd, nu Geim en Novoselov de Nobelprijs voor natuurkunde krijgen. Vijf jaar geleden was het „spielerei met plakband”.

Bijna per ongeluk neemt Andre Geim gistermiddag de telefoon op, kort nadat bekend is geworden dat hij samen met zijn collega in Manchester, Konstantin Novoselov, de Nobelprijs voor natuurkunde heeft gewonnen. „Dankje”, zegt hij, na de felicitatie. „Maar ik kan niks zeggen, ik word omringd door televisieploegen.”

In één klap is grafeen wereldberoemd: het ultradunne koolstofmateriaal dat Geim en Novoselov in 2004 met Scotch-tape van een potloodstreepje peuterden. Een laagje van één atoom dik, met de structuur van kippengaas en met een trits aan elektrische en materiaaleigenschappen die het geschikt maken voor toepassing in snelle transistoren en touchscreens tot in oersterke plastics.

Geim en Novoselov deden hun werk in Manchester, waar ze naartoe vertrokken nadat ze beiden in Nijmegen hadden gewerkt. „En ja, achteraf kun je makkelijk zeggen: hadden we niet alles uit de kast moeten halen om Geim in Nederland te houden”, zegt Robbert Dijkgraaf, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie va Wetenschappen. „Maar op het moment zelf zijn het altijd lastige afwegingen, en ontwikkelingen zijn vaak onvoorspelbaar.”

Maar, zegt Dijkgraaf ook, „het houdt ons wel scherp dat we ook open moeten staan voor jonge mensen die niet per se in het systeem passen. Geim is een bijzondere man, met grappen en grollen. Ontzettend speels en dat is cruciaal. Speelsheid zorgt voor de creativiteit die de wetenschap vooruit helpt.”

„Wat dat betreft is het goed dat dit nu gebeurt, nu de gedachte heerst dat je wetenschap helemaal topdown, van bovenaf, kunt regelen door duizenden onderzoekers in een soepel draaiende machine te stoppen. Want kijk: in vijf jaar leidde een spielereitje met plakband tot industriële toepassingen! Zo snel kan het gaan.”

„Natuurlijk, het is doodjammer”, zegt de Leidse hoogleraar Carlo Beenakker, die veel grafeenonderzoek doet. „Toen Geim en Novoselov hun laagjes eenmaal hadden, gingen ze er meteen mee naar Nijmegen. In Manchester hadden ze nog niets: de spullen om eraan te werken stonden in Nijmegen.”

Het sterke magnetenlab in Nijmegen was dé plek geweest voor het bekroonde grafeenwerk, bedoelt Beenakker. Maar hij ontkent dat Geim en Novoselov weggingen doordat het Nederlandse universitaire onderzoeksklimaat te ‘hiërarchisch’, of conventioneel zou zijn. Geim zat vooral op de verkeerde plek.

„Hij zat in Nijmegen in een Europees lab, met een miljoenenbudget en strak geleid. Te vergelijken met een industrieel laboratorium. Daar heb je niet veel vrijheden.” Terwijl Geim graag gekke dingen deed. Beenakker: „En ja, soms zijn gekke dingen gewoon gekke dingen, maar een enkele keer blijkt het iets heel belangrijks te zijn.”

De Nijmeegse hoogleraar Jan Kees Maan kent de kritiek die Geim eerder heeft geuit op het ‘te hiërarchische’ Nederlandse systeem. Geim werkte van 1994 tot 2001 in Nijmegen bij hem als universitair hoofddocent, en hij was de promotor van Novoselov.

„Met Geim zelf heb ik het nooit over die kritiek gehad. Maar ik kan me wel voorstellen dat Nederland, en de manier waarop hier onderzoeksvoorstellen worden gehonoreerd, voor hem inderdaad wel wat te conservatief waren. Hij opperde in die voorstellen wilde ideeën en daar werd inderdaad wat zuur op gereageerd.”

KNAW-president Dijkgraaf relativeert Geims kritiek. „Ik weet dat Duitsland jaloers kijkt naar de manier waarop we hier jonge onderzoekers vasthouden en mogelijkheden bieden. En Nijmegen wist Geim wél binnen te halen dankzij het sterke magnetenlab, dat een prachtige grootschalige faciliteit is. Alleen in zijn geval was de match misschien niet zo goed.”

Alle drie benadrukken ze wel dat Nederland, met dank aan de goede contacten met Geim, één van de eerste landen was met veel grafeenonderzoek, in Nijmegen, Delft, Leiden, en met geld uit Nederland en Europa. Dijkgraaf; „Grosso modo heeft het ons veel opgeleverd.” En zegt Beenakker „dat hoogleraren de baas zijn en het systeem hiërarchisch, dat is aan universiteiten al lang niet meer zo.”

Geim is sinds dit jaar weer als bijzonder hoogleraar aan Nijmegen verbonden.