Doet Spanje wel genoeg?

Nee, Spanje moet meer doen aan dopingbestrijding, stelde UCI-voorzitter Pat McQuaid.

Spanje doet al veel meer dan voorheen, zegt een sportjurist.

Alberto Contador tijdens de persconferentie afgelopen donderdag. AFP Three-time Tour de France champion Alberto Contador looks on during a press conference on September 30, 2010 in Pinto, as he was suspended today after failing a dope test, in the latest drug scandal to hit cycling's most prestigious event. The cycling superstar, who won his third yellow jersey at the end of July's three-week epic, announced that he had tested positive for clenbuterol, a banned substance, but blamed it on food contamination. AFP PHOTO/ PEDRO ARMESTRE
Alberto Contador tijdens de persconferentie afgelopen donderdag. AFP Three-time Tour de France champion Alberto Contador looks on during a press conference on September 30, 2010 in Pinto, as he was suspended today after failing a dope test, in the latest drug scandal to hit cycling's most prestigious event. The cycling superstar, who won his third yellow jersey at the end of July's three-week epic, announced that he had tested positive for clenbuterol, a banned substance, but blamed it on food contamination. AFP PHOTO/ PEDRO ARMESTRE AFP

Alberto Contador kon het donderdag niet vaak genoeg herhalen. „Dit moet werkelijk een fout zijn geweest. Ik heb nergens twijfel over”, stelde de 27-jarige Spaanse wielrenner bij een persconferentie in een hotel in zijn geboorteplaats Pinto, een zuidelijke voorstad van Madrid. Hij gaf daar zijn visie op zijn voorlopige schorsing door de internationale wielerunie UCI.

De minieme hoeveelheid clenbuterol die tijdens de Tour werd aangetroffen in zijn urine, was geen doping, stelde de renner. De hoeveelheid was daarvoor veel te klein. De stof moest in zijn lichaam gekomen zijn na het eten van een stukje rundvlees. De UCI zou dit uiteindelijk ook moeten concluderen, zei Contador. „Ik vind het erg jammer dat dit nu al naar buiten is gekomen. Dit is slecht voor het wielrennen, voor de sport in het algemeen.”

Ook zij die in Contadors onschuld geloven, wilden die stelling wel onderschrijven. De affaire rond de drievoudig Tourwinnaar beschadigt de hele Spaanse wielersport. Volgens sommigen werpt ze zelfs een smet op andere recente Spaanse successen in tennis, basketbal, Formule 1 en voetbal. „De laatste geloofwaardigheid die het wielrennen nog restte – je moet optimistisch zijn om te denken dat die er was – ligt opnieuw in duigen”, schreef voormalig Rabo-renner Pedro Horrillo zaterdag in een sombere analyse in dagblad El País. Hij noemde hierin ook de recente dopinggevallen rond de renners Mosquera en García en mountainbikester Fullana. Vier gevallen die voor UCI-voorzitter Pat McQuaid dit weekeinde reden waren fel uit te halen naar Spanje. McQuaid stelde dat „het erop lijkt dat in Spanje niet de wil bestaat doping te bestrijden”. De regering in Madrid „moet dit erkennen”, zei hij, en „doping uitroeien”.

De Spaanse sportkrant Marca noemde de uitlatingen van de UCI-voorzitter zondag in een hoofdredactioneel commentaar „een steek in het hart van een land dat een groot deel van zijn meest recente vreugdenissen te danken heeft aan zijn sporters. Toch is het zeker dat de woorden van McQuaid behoorlijk meer waarheid bevatten dan we leuk zouden vinden.” Zo ontbreekt volgens de krant nog een speciale openbaar aanklager tegen doping.

„Dit is zonder meer slecht voor het imago van elke tak van sport in Spanje”, zegt ook Antonio Palomar, een jurist gespecialiseerd in sportrecht aan de Carlos III-universiteit in Madrid. „Al wordt Contador vrijgesproken; wat wij ‘de straf van het beklaagdenbankje’ noemen, is hem al opgelegd.”

Palomar vindt de kritiek van McQuaid niettemin te ver gaan. „Waarom maakt de UCI zich druk om het hoge aantal positieve controles in Spanje? Daaruit blijkt toch juist dat de opsporing goed werkt?” Palomar, die in de jaren negentig lid was van de Spaanse antidopingcommissie, plaatst de uitlatingen eerder in het licht van de slechte relatie die Spanje en de UCI al jaren hebben. Die relatie verzuurde onder meer door de affaire rond de Spaanse bloedarts Eufemiano Fuentes, die tientallen sporters hielp bij het nemen van bloeddoping. De Spaanse opsporingsautoriteiten kwamen begin 2006 tegen Fuentes in actie, waarna tientallen toprenners in opspraak raakten. Slechts een klein deel van hen, onder wie Alejandro Valverde, Ivan Basso en Jan Ullrich, werd uiteindelijk gepakt.

Autoriteiten in andere landen hadden graag gezien dat Spanje het bewijsmateriaal (tweehonderd zakken met bloed) in ruimere mate had gedeeld. Ook had de Spaanse justitie meer werk moeten maken van vervolging, vinden zij. Spaanse rechters bepaalden de afgelopen jaren echter dat justitie hiertoe niet gerechtigd was. Het ziet er inmiddels naar uit dat de hele zaak gesloten wordt, waarna ook de beruchte bloedzakken vernietigd zullen worden.

In de buitenlandse sportpers en van de kant van internationale sport- en dopingautoriteiten klinkt hier kritiek op. De Spaanse politiek zou justitie onder druk gezet hebben de affaire in de doofpot te stopen.

Ramón Terol, hoogleraar sportrecht aan de Universiteit van Valencia, bestrijdt dat. Op het moment van de politieactie tegen Fuentes, legt hij uit, viel doping nog niet onder het Spaanse strafrecht. „Er is hier dus geen gebrek aan politieke wil, maar een normale scheiding der machten. Als rechters zeggen: ‘wij kunnen niet vervolgen’, dan kan de politiek daar niets aan veranderen.”

Bovendien, stelt Terol, heeft Spanje een belangrijke impuls gegeven aan de vervolging van doping. Enkele maanden na het uitbreken van de Fuentes-affaire kwam er nieuwe wetgeving. Terol was als jurist in de regeringsraad voor Sport (2006-2008) nauw betrokken bij implementatie. Een speciale aanklager, zegt hij, zou „een extra stap” kunnen zijn. „En Spanje doet al heel veel meer dan voorheen. Het kan harder optreden tegen de internationale maffia die in deze middelen handelt. Dit is ook van belang voor de breedtesport. Denk aan de aanpak van anabolenverkoop op sportscholen. Dit moet leiden tot een mentaliteitsverandering in de maatschappij, die zeker nog tijd zal vergen, maar uiteindelijk effectiever is dan controles in laboratoria.”