De naam Drees wordt misbruikt

In zijn boek haalt PVV-Kamerlid Martin Bosma mijn vader en grootvader aan.

Maar Drees sr. en jr. zouden niets met de ideeën van de PVV gehad hebben.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer
Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Kamerlid Martin Bosma (PVV) presenteerde onlangs zijn boek De schijn-élite van de valse munters. Drees, extreem rechts, de sixties, nuttige idioten, Groep Wilders en ik. Zoals de ondertitel aankondigt, schrijft hij over mijn grootvader (minister-president, PvdA, van 1948 tot 1958; bekend als Willem Drees sr.) en mijn vader (econoom, voorman van de voormalige politieke partij DS’70; bekend als Willem Drees jr.). Bosma ziet in hen geestverwanten van de PVV, maar dan uit een onverdachte hoek: „De gedachte om een einde te maken aan de massa-immigratie en te starten met de remigratie was in de jaren zeventig en tachtig de vurige wens van vader en zoon Drees, iconen van de Nederlandse sociaal-democratie. Wie nu voor hetzelfde staat, heet ‘radicaal rechts’.” Staat Bosma inderdaad voor hetzelfde als mijn vader en grootvader? Laat ik twee citaten die Bosma gebruikt nader bekijken.

Van mijn vader wordt een zinnetje uit zijn toespraak op het verkiezingscongres van DS’70 in 1971 aangehaald: „Nederland is een vol land.” De eerste politicus die dit zegt is dus – zo benadrukt Bosma – niet Fortuyn of Janmaat, maar deze sociaal-democraat. In de rede Taken van de sociaal-democratie in de jaren 70 van Drees jr. ging de zin na de geciteerde zin over het geboorteoverschot. Zijn zorg betrof de bevolkingsgroei in Nederland. In deze context spreekt Drees jr. ook over immigratie: „Immigratie moet open staan voor tal van groepen buitenlanders, allereerst voor hen die asiel zoeken, maar ook voor anderen. Nederland moet een gastvrij land zijn en blijven. De ‘import van arbeidskrachten’ van de laatste jaren is echter onjuist. Het zijn niet in de eerste plaats arbeidskrachten, het zijn mensen. Zij hebben recht op goede huisvesting, op de mogelijkheid dat hun gezin komt, op moskeeën en scholen, op dezelfde voorzieningen als de aanwezige Nederlanders.”

Mijn vader maakte zich zorgen over natuur, milieu en mobiliteit in ons land, met name in het westen. Daarom was bevolkingsgroei, door geboorten én door immigratie, voor hem een belangrijk thema. Hij pleitte ook voor verplaatsing van het regeringscentrum van Den Haag naar minder volle gebieden in Nederland. Hij pleitte tegen de aanleg van snelwegen en voor hoge tarieven voor parkeren. Thema’s die ik niet terugvind bij Bosma en de klimaatsceptici van de PVV. Niet alleen gaat het Drees jr. om andere dingen, hij zegt ook iets anders. Mensen die hier zijn hebben recht op gezinshereniging, huizen, scholen, en moskeeën. Allen die in Nederland aanwezig zijn, hebben dezelfde rechten.

Drees sr. wordt ook aangehaald. Zo schrijft Bosma: „‘Ook het onderwijs is er door bemoeilijkt’, zegt de oude Drees in 1984 over massa-immigratie.” In het interview waaruit het citaat komt, staat vlak daarna dat men degenen die hier zijn toegelaten, met hun gezinnen, redelijk moet behandelen. Op dezelfde pagina zegt Drees sr. over de Centrumpartij: „Zij is natuurlijk wel, net als het nationaal-socialisme, sterk gericht tegen buitenlandse arbeiders en dus ben ik tegen die partij.” Bosma laat het weg.

Bosma benut door selectief te citeren overwegingen over de bevolkingsgroei en ruimtelijke ordening als opstapje voor de PVV-zorgen over moslims in de Nederlandse samenleving. In de autobiografie van mijn vader, Gespiegeld in de tijd, komt het woord ‘islam’ niet voor; het was voor hem géén thema. De aanduiding ‘moslims’ gebruikt hij één keer, in het kader van de zevenduizend moslims die in Srebrenica aan de Serviërs werden uitgeleverd. Hij heeft hierover een scherp standpunt: Nederlandse militairen hadden de enclave niet moeten opgeven maar pal moeten staan voor deze mensen, ook al was dat gevaarlijk. Voor hem is een les van de Tweede Wereldoorlog dat we niet moeten buigen voor dreigementen. En dat ieder mens telt, ongeacht nationaliteit, ras of religie. Mensen zijn als individu aanspreekbaar op misdragingen. Drees jr. had niets met het groepsdenken dat we bij de PVV zien.

In 1984 vernoemde Kamerlid Hans Janmaat het wetenschappelijk bureau van de Centrumdemocraten naar mijn grootvader. Deze annexatie is na bezwaren van mijn vader ongedaan gemaakt. Nu hebben we een nieuwe poging tot annexatie vanuit een partij met ideeën die hen zeer zouden hebben tegengestaan. Drees sr. vond de internationale sociaal-democratische beweging van groot belang. Drees jr. was zeer betrokken bij de ‘derde wereld’. Hun namen verbinden aan het verketteren van andermans overtuiging en bekrompen nationalisme is hun gedachtenis misbruiken.

Willem B. Drees is hoogleraar godsdienstfilosofie en ethiek in Leiden.