Commandosnik

Ik ben heus niet hardvochtig, maar ik vind dat mensen eigenlijk niet moeten gaan zitten huilen tijdens een toespraak. Tenzij het echt niet anders kan. Maar dan moet je daarna tegen je vrienden zeggen: „Stom hè! Het gebeurde ineens!” En dan zeggen die vrienden: „Geeft niks. Niemand vond het erg.”

Huilen omdat het goed uitkomt is daarentegen altijd bijzonder gênant. De commandosnik van Maxime Verhagen, afgelopen zaterdag: zouden er nu mensen zijn die dat gewoon ontroerend vinden? Die zich niet met ver opgekrulde tenen plaatsvervangend zitten te schamen? Waarschijnlijk wel, anders zou het strategisch huilen niet zo vaak ingezet worden.

Toen Hillary Clinton een paar jaar geleden haar imago moest verzachten, kwam er direct een commandosnik aan te pas. Jammer dat je het zo snel kunt zien als een huilmoment geregisseerd is. En met een geregisseerd huilmoment kom je juist veel uitgekookter over.

De politicus in kwestie heeft waarschijnlijk een soort Hollywoodmoment voor ogen. Hij/zij doet een snik, dan is iedereen stil. Er wordt ingezoomd op één persoon uit het publiek (type ‘gewone man’), die om zich heen kijkt, en dan duidelijk het besluit neemt: „Ik ga applaudisseren, ook al ben ik in mijn eentje.” Deze persoon begint met langzaam klappen, anderen stemmen aarzelend in, en daarna wordt het een groot pandemonium van gegil en gejoel.

Zoiets moet de fantasie van de huilende politicus zijn, maar dat gebeurt toch eigenlijk nooit.

Het zou bij Verhagen natuurlijk ook een combinatie van spontaan en on-spontaan kunnen zijn. Dat iemand tegen hem heeft gezegd: „En áls je het te kwaad krijgt, Maxime, laat maar komen die tranen! Je weet nooit wat het oplevert!”

Verhagen is natuurlijk doodmoe van de stress en van de kaakkramp die hij krijgt van zijn niets-aan-de-handglimlach.

Hij zit waarschijnlijk al veel vaker stiekem op de wc even te huilen. Maar nu mocht het in het openbaar, graag zelfs. Hij voelde iets opkomen en heeft dat ten volste uitgebuit.

Het heeft gewerkt.

paulien cornelisse