Centrale bank van Japan kopieert westerse tegenhangers

De Bank of Japan (BoJ, de Japanse centrale bank) heeft de boodschap eindelijk begrepen. De Federal Reserve (de Amerikaanse centrale bank) en de Bank of England hebben zich met overgave in een programma van ‘kwantitatieve versoepeling’ gestort om deflatie af te wenden. Nu heeft de BoJ, op instigatie van Japanse politici, het ook over kwantitatieve versoepeling en het bereiken van ‘prijsstabiliteit’. Japan gaat harder zijn best doen een einde te maken aan de langdurige stagnatie, door zijn westerse tegenhangers te kopiëren.

Hoewel het nieuwe monetaire activisme de markten heeft verrast, kan de oorzaak ervan worden gevonden in de politieke verwikkelingen van een paar weken geleden, toen premier Naoto Kan een rechtstreekse bedreiging van zijn leiderschap van de kant van Ichiro Ozawa wist te pareren. Ozawa en zijn aanhangers hadden hardop geroepen dat Kan en de BoJ meer moesten doen om de yen te verzwakken, deflatie tegen te gaan en de economie nieuw leven in te blazen. De dag na de overwinning van Kan kwam het ministerie van Financiën voor het eerst in zes jaar tussenbeide op de valutamarkten. De BoJ gooide geen roet in het eten. Zij ‘steriliseerde’ de yen-verkopen van het ministerie niet door obligaties uit te geven. De vraag was wat de bank in oktober zou doen. Nu weten we het antwoord.

De BoJ heeft zich tot een rentebeleid van ‘vrijwel nul’ bekeerd, waarbij de kortetermijnrente naar bijna nul is teruggebracht van de 0,1 procent die sinds 2008 gold. De bank heeft zichzelf ook verplicht de rente op dit ultralage peil te houden totdat „prijsstabiliteit in zicht is”. Zij heeft zichzelf daarmee een onnauwkeurige, maar niettemin belangrijke inflatiedoelstelling opgelegd: prijsstabiliteit, niet de deflatie waarmee Japan nu te kampen heeft.

De BoJ heeft ook een stap gezet op weg naar kwantitatieve versoepeling, door te beloven het oprichten van een fonds „te zullen onderzoeken” voor de aankoop van financiële bezittingen met een langere looptijd, zoals staats- en bedrijfsobligaties. De bank zei dat dit fonds 5 biljoen yen zou kunnen bevatten, zo’n 43,5 miljard euro. Dat stelt nog steeds niet zoveel voor. De Bank of England heeft tot nu toe 200 miljard pond (232 miljard euro) uitgegeven in een economie die nog niet half zo groot is als de Japanse.

Bovendien zou de Amerikaanse Federal Reserve binnenkort met een nieuwe kwantitatieve versoepeling kunnen komen. Dat zou de dollar ondermijnen en betekenen dat de stappen van de BoJ niet veel zullen helpen om de te sterke yen te verzwakken. Maar kleine, bijna symbolische stappen zijn beter dan niets. Japan doet harder zijn best de greep van de deflatie op zijn economie te breken – en doet dat met monetair beleid, niet nóg meer overheidsuitgaven. De wereld zou dat moeten verwelkomen.