CDA steunt tegen

Zes Tweede Kamerleden van het CDA keerden zich in 1977 tegen het regeerakkoord dat hun partij met de VVD had gesloten, maar toonden zich bereid het kabinet- Van Agt/Wiegel dat toen tot stand kwam, loyaal te steunen. Dat beloofde voor de stabiliteit van de regering niet veel goeds. Maar het kabinet, dat inclusief de loyalisten op een meerderheid van 77 van de 150 zetels kon rekenen, zat de volle vier jaar uit. Al staan de geschiedenisboeken bepaald niet vol van de prestaties die het leverde.

Beoogd premier Rutte (VVD) kan er niettemin enige hoop uit putten, nu twee Kamerleden van het CDA weliswaar hun bezwaren tegen een door de PVV gedoogde coalitie van hun partij handhaven, maar hebben besloten de totstandkoming van dit kabinet „niet te blokkeren”, zoals ze het zuinigjes hebben geformuleerd in een brief aan de CDA-fractie.

Hoewel Kathleen Ferrier en Ad Koppejan gisteren onderstreepten dat zij als Kamerleden „zonder last” opereren, gaven ze met hun gecompliceerde besluit gehoor aan de wens van de meerderheid van het CDA-congres. Daarmee stellen zij de al dan niet voorlopige eenheid van hun partij boven het landsbelang. Anders is niet te verklaren waarom zij instemmen met een situatie die „niet goed is voor ons land”, zoals Ferrier het op het congres had gesteld. Dat parlementariërs zo handelen, is betreurenswaardig.

Het kabinet-Rutte zal evenwichtskunst van een hogere orde moeten beoefenen, wil het niet alleen de hele rit tot een goed einde brengen, maar ook het regeerakkoord uitvoeren, met name het onderdeel gedoogakkoord.

Ferrier en Koppejan, maar ook de andere negentien leden van de CDA-fractie, gaan de uitwerking van het gedoogakkoord kritisch beoordelen. Dat lijkt een overbodige mededeling – de term onkritisch zou meer opzien hebben gebaard – maar in hun toelichting legden de twee loyale dwarsliggers de nadruk op de „gelijkwaardigheid” van alle burgers. En het punt is dat in het bijzonder het gedoogakkoord, waarmee VVD en CDA de steun van de PVV voor hun coalitie verwierven, diverse voorstellen bevat die tot ongelijkwaardige behandeling oproepen.

Voorbeelden? De 24-jarige man die zijn partner uit het buitenland naar Nederland wil laten overkomen en royaal zelf in zijn inkomsten voorziet, krijgt daarvoor geen toestemming, als het aan het kabinet ligt. De 25-jarige die 125 procent van het minimumloon verdient, mag zijn partner wel verwelkomen. Maar zijn leeftijdsgenoot die minder dan 120 procent verdient niet. De hier werkende buitenlander wiens kinderen in Spanje of Roemenië wonen, mag op kinderbijslag rekenen; zijn collega met kinderen in Marokko of Moldavië niet.

Het streven naar gelijkwaardigheid staat haaks op samenwerking met de PVV, een partij die ongelijke behandeling bewust nastreeft. „We willen Wilders ontmaskeren”, zei Koppejan gisteravond in het radioprogramma Met het oog op morgen over de PVV-leider. Dat valt moeilijk als een veelbelovend partnerschap te kwalificeren.