Tv in Europese achterhoede

Honderden banen weg. De innovatieve tv-sector in Nederland in de Europese achterhoede. Meer herhalingen, meer buitenlandse tv-programma’s en minder uit eigen land.

Dat vrezen bestuurders, producenten en vakbonden bij de omroep. Het conceptregeerakkoord gaat uit van bezuinigingen die oplopen tot 200 miljoen in 2015, op een jaarbudget voor media van 826 miljoen.

De Wereldomroep (45 miljoen euro) wordt bij Buitenlandse Zaken ondergebracht, het Muziekcentrum met de omroeporkesten (31 miljoen, 350 banen) verdwijnt. Van de resterende 124 miljoen aan bezuinigingen, zegt directeur Joop Daalmeijer van omroep NTR, gaat 60 tot 70 procent in personeelskosten zitten. „Dat zijn minimaal 1.000 banen bij de publieke omroep, bij facilitaire en productiebedrijven zo’n 1500.”

De Hilversumse mediasector telde vorig jaar ruim 9.300 werknemers, van wie zo’n 40 procent bij de publieke omroep.

Ton F. van Dijk, voorzitter van de organisatie van Onafhankelijke Tv-Producenten, noemt de publieke omroep „een belangrijke aanjager van creativiteit”. Dat komt door de concurrentie tussen omroepverenigingen en de harde strijd met commerciële zendgemachtigden. „Nederland is daardoor een testmarkt voor de internationale tv-wereld.” Hij vreest minder ruimte voor vernieuwende tv-ideeën in Nederland.

Jo Bardoel, hoogleraar media en journalistiek in Nijmegen, ziet de publieke omroep afzakken naar de Europese achterhoede. „We spiegelen ons graag aan de BBC, maar daar is het budget acht keer zo hoog. Nu zullen we net als de Vlaamse publieke omroep minder zelf kunnen maken. Dat gaat ten koste van het Nederlandse cultuurgoed.”

Springen de commerciële omroepen in het gat dat de publieke concurrent openlaat? „Nee”, zegt producent Van Dijk. „Door de economische crisis en dalende advertentie-inkomsten zijn budgetten bij de commerciëlen de afgelopen jaren al met 30 procent gedaald.”

Henk Hagoort, voorzitter van de Publieke Omroep, riep al op tot omroepfusies en kondigde vorige week minder geld aan voor amusement en sport. Hij wil onderscheidender programmering.

Koos Kalkman, lid van de werkgroep Andere Publieke Omroep en criticus van het huidige bestel, vreest dat bezuinigingen ten koste gaan van kwetsbare en dure genres als drama, nieuws en achtergronden, kunst en cultuur.

De wetmatigheid dat de politiek niet tornt aan het publieke bestel is ten einde. Wel stelt het regeerakkoord dat de kwaliteit van programma’s niet mag lijden onder de bezuinigingen. Gebeurt dat toch, dan moet een van de drie publieke tv-netten weg. De publieke omroep vreest voor een neerwaartse spiraal, omdat dan ook de reclame-inkomsten dalen.

Kalkman mist in het regeerakkoord een visie op de structuur van de omroep. „Het lijkt erop of het bezuinigingsplan op een achternamiddag is vastgesteld.”

Hoogleraar Bardoel ziet nieuwe kansen. „Hervormingen waren altijd moeilijk, maar nu moet er echt iets gebeuren.”

VPRO-directeur Lennart van der Meulen: „De omroep krijgt twee jaar respijt om het bestel te vernieuwen, maar dit bezuinigingsbedrag zorgt voor kaalslag.”