Tea Party streeft Democraten voorbij als partij van het volk

De Congresverkiezingen over een maand staan in het teken van de Tea Party. Wie zijn de personen, financiers en organisaties achter die beweging?

Bij zijn terugkeer naar Texas beging George W. Bush vorig jaar een vergissing. De oud-president kocht een nieuw huis in Preston Hollow, een buitenwijk van Dallas waar vanouds de Republikeinse elites wonen. T. Boone Pickens, de olietycoon, heeft er zijn onderkomen, net als Tom Hicks, de eigenaar van de Texas Rangers die in 2008 de presidentiële kandidatuur van Rudy Giuliani financierde.

De buitenwijk bleek tijdens Bush’ jaren in Washington nogal veranderd. Zijn Republikeinse makkers woonden er nog. Maar er waren nieuwe mensen bijgekomen. Andere mensen – uit de advocatuur, de gezondheidszorg, de technologiesector. Democraten.

En ze hadden Preston Hollow overgenomen. De nieuwe buurt van Bush gaf in 2008 meer geld aan Barack Obama dan aan John McCain. „Ironisch, nietwaar”, zegt de New Yorkse onderzoeker David Callahan, die in het onlangs verschenen boek Fortunes of Change uitlegt hoe het komt dat de meesten van Amerika’s nieuwe rijken Democraat zijn: ze kijken in het algemeen neer op het behoudende volk van het platteland.

Het verklaart de opkomst van de Tea Party vanuit een invalshoek die links vaak niet ziet. Wie het afgelopen jaar Tea Party-bijeenkomsten in het land afliep, kon daar altijd de klacht horen dat Democraten weliswaar zeggen dat ze voor mensen met een kleine beurs opkomen, maar in werkelijkheid de partij van het grote geld en de gevestigde belangen zijn.

„De Tea Party is erin geslaagd zichzelf te profileren als vertegenwoordiger van het volk en Obama en het Republikeinse establishment als elites die op dat volk neerkijken”, zegt Callahan. „Het probleem voor Democraten is dat dit verwijt niet helemaal onjuist is.”

Het neemt niet weg, zegt Callahan, dat ook achter de Tea Party economische belangen schuilgaan. „Maar dat besef is nog niet tot het publiek doorgedrongen.”

Het lijkt erop dat de Republikeinen op 2 november in ieder geval het Huis van Afgevaardigden gaan heroveren. En door de Tea Party staat Amerika op het punt een enorme ruk naar rechts te maken.

Vervolg De geldschieters achter de Tea Party: pagina 5

De onzichtbare regie achter de volkswoede

Toch is de Tea Party een vrij vage beweging. Een losse coalitie van duizenden lokale groepen die soms worden aangestuurd door landelijke organisaties. Een beweging waarvan de ‘gezichten’ – Glenn Beck (FoxNews), Sarah Palin (ex-gouverneur van Alaska) – slechts uithangborden zijn zonder formele functie. Een beweging zonder beleidsprogramma en alleen algemene noties: ergernis over het activisme van de overheid onder Bush en vooral Obama, de wens de staat kleiner te maken, belastingen te verlagen en het overheidstekort aan te pakken.

De twee kapitaalkrachtigste landelijke Tea Party-groepen, Americans for Prosperity en FreedomWorks, hebben beide een langlopende relatie met de ultralibertaire broers David en Charles Koch. Zij zijn kleinkinderen van een Nederlandse zakenman die in de negentiende eeuw in Texas belandde. Op diens erfenis bouwde hun vader Koch Industries, een industrieel conglomeraat met een omvangrijke oliepoot – het tweede familiebedrijf van de VS.

Koch Industries heeft een lange geschiedenis van verzet tegen een actieve federale overheid, vertelt Rick Perlstein, een politieke historicus die naam maakte met onderzoek naar het moderne conservatisme. „Als je terugkijkt, zie je dat Koch Industries dit al sinds de jaren dertig doet”, zegt hij. „Maar ze hebben het nog nooit zo goed afgeschermd.”

In 1980 was David Koch nog zelf vicepresidentskandidaat voor de Libertaire Partij, die de Republikein Ronald Reagan veel te links vond. De Libertaire Partij stond „een zeer grote Tea Party” van verlaagde belastingen voor, memoreerde The New Yorker onlangs. Koch en zijn partij verloren kansloos – en de gebroeders verplaatsten hun politieke strijd naar de financiering van oppositiegroepen.

Het werkt nu zo verfijnd, aldus Perlstein, dat nog slechts met moeite hun DNA op die groepen kan worden teruggevonden. Zij financieren Americans for Prosperity, dat het verzet tegen Obama’s stimuleringsbeleid leidde, en, later, „als beweging van gewone mensen”, het protest tegen nieuw klimaatbeleid. Ook vormde Americans for Prosperity vorig jaar Patients United Now, een van de groepen die het woedende verzet tegen Obama’s zorgplannen organiseerden. „Het is opmerkelijk hoe effectief de broers hierin opereren”, zegt Perlstein.

‘De’ Tea Party is kortom voor een groot deel het resultaat van astroturf: ‘spontaan’ volksverzet dat in feite is georganiseerd door belanghebbenden. Maar nu daaruit een volksbeweging is ontstaan – volgens opinieonderzoek identificeert circa 40 procent van alle Republikeinen zich met ‘de’ Tea Party – is dat politiek niet relevant meer: de libertaire stroming, die altijd marginaal was, heeft ineens een centrale positie binnen de Republikeinen gekregen. Veel nieuwe gezichten die dankzij de Tea Party kans maken op een Congreszetel – zoals Sharron Angle (Nevada) en Rand Paul (Kentucky) – zijn dan ook overtuigde libertairen.

Het zal zich de komende jaren niet alleen vertalen in de bekende punten (kleine overheid, vrij wapenbezit, etc.) maar tevens gevolgen hebben voor de buitenlandse politiek: libertairen, ook de gebroeders Koch, zijn altijd sceptisch geweest over de oorlogen in Irak en, in mindere mate, Afghanistan.

Intussen zijn ook andere landelijke Tea Party-groepen opgestaan die het volksverzet tegen de regering willen regisseren. Ze worden bijna allemaal geleid door Republikeinen. Hun brede aanbod geeft de kans elk ongenoegen onder de noemer van de Tea Party te brengen: mensen die Obama als communist zien, kiezers die menen dat alle illegalen gedeporteerd moeten worden, mensen die weten dat de zorgwet een manier is om via de achterdeur euthanasie in te voeren – iedereen is welkom.

„Ook dit hoort bij Amerika”, zegt Perlstein. In de twintigste eeuw ontstonden onder elke Democratische president groepen met radicale ideeën en paranoïde theorieën. Toen Kennedy de geestelijke gezondheidszorg uitbreidde „geloofden miljoenen Amerikanen dat dit was om politieke dissidenten te interneren”, zegt Perlstein. Toen Johnson de Civil Rights Law invoerde „was men er in het Zuiden van overtuigd dat blanken de nieuwe slaven zouden worden”. Over Clinton „werd veelvuldig de theorie verspreid dat hij een heimelijke commie was”.

‘De’ Tea Pary is kortom zo Amerikaans als appelgebak. Maar er is wel een verschil met eerdere paranoïde oprispingen. Voorheen hadden media er geen belangstelling voor, zegt Perlstein. Nu vormen de onbewezen stellingen vaak het centrum van de aandacht. „De media en de maatschappelijke elites hebben de moed verloren onzin als onzin te behandelen. Ook dat verklaart het succes van de Tea Party.”