Significant meer appelmoes

‘Ouderen eten beter in gezellige ambiance’ stond vanochtend in de krant. Wie niet, denk je meteen. Daar hoef je geen bejaarde voor te zijn. En je hoeft ook geen genie te zijn om te bedenken dat als je de tafel dekt, de mensen een aperitiefje geeft, het eten smakelijker klaarmaakt, dat er dan meer gegeten wordt en met meer animo.

Het probleem is blijkbaar dat ouderen in bejaardentehuizen te weinig eten en vaak ondervoed zijn. Geen wonder als je ziet waar die mensen moeten zitten en wat ze dan krijgen. Zo’n lucht van doodgekookt eten in een deprimerende eetzaal – het is fijn dat er voor ze wordt gezorgd maar waarom moet dat allemaal op minimumniveau? Het maakt het drama van uit huis te moeten nog eens zo groot.

Een enkele keer wordt er wel eens een mooi of leuk centrum voor bejaarden ontworpen, maar het mag niets kosten. Het zijn maar bejaarden hè. Net of we zelf nooit eens bejaarden zullen worden. Of je ouders. Of je liefsten.

Aan de feestelijker gedekte tafel kregen de bejaarden meer ‘biologische producten’. Het bericht vermeldde helaas niet wát voor producten dan en hoe die waren klaargemaakt. Je kunt met biologische producten ook allemachtig saaie dingen doen. Het ‘meer eten’ bestond trouwens voor een significant deel uit meer appelmoes: een toename van 76 procent!

Niet zo best trouwens, op appelmoes hoef je niet te kauwen en juist kauwen is van groot belang voor een goed werkend geheugen, voor het humeur en voor het vermogen om taken te verrichten, zoals we weten. Net als bewegen trouwens: veel bewegen geeft een lagere kans op dementie. Dus bejaarden moeten erop uit met een volkoren boterham. Of eerst een eindje gaan fietsen of wandelen en dan thuiskomen en in gezellige ambiance iets eten waarop ze moeten kauwen. Geen appelmoes.

Over bejaarden gesproken: ik heb laatst een eindje op een elektrische fiets gefietst. Ge-wel-dig! Tegenwind bestaat niet meer. En je fietst echt, het is niet brommeren met schijnbewegingen. Ineens zie ik ook overal bejaarden op elektrische fietsen met een rotgang voorbij komen. Dat is prima: een flink eind fietsen en dan thuis iets eten met appelen, want het is nu volop appelen tijd. Maar wel iets om op te kauwen.

Snijd de lofstruikjes in vieren. Verwarm de grillpan tot-ie echt gloeiend is en gril de lof in porties tot hij ietsje zachter is en bij voorkeur ook van die mooie grilstrepen heeft. Het heeft zin om even druk op zo’n struikje uit te oefenen met een pollepel, dan krijg je eerder strepen. Leg de lof op een platte schaal en bestrooi met een beetje zout en peper.

Schil de appelen en snijd ze in niet te dikke partjes. Bak ze in een koekenpan in wat boter aan beide kanten lichtbruin. Leg ze bij de lof.

Snijd de ham in dunne reepjes en bak die in een beetje boter tot ze knapperig zijn. Strooi de hamsliertjes over de appel en de lof.

Maak een dressing met echt een flinke schep mosterd. Eerst de azijn met peper en zout, dan de mosterd, dan goed kloppend de olie erbij doen. Een dikke emulsie wordt het dan die je in een schaaltje doet en apart bij de sla serveert. Op een gedekte tafel. Eens kijken of de huidige en toekomstige bejaarden niet willen eten.