Rechters moeten nog wennen aan televisie

De rechterlijke macht heeft een imagoprobleem. Je zou ook kunnen zeggen: de rechterlijke macht heeft een probleem met de media, want dat komt bijna op hetzelfde neer.

Eigenlijk zou een imago van geen enkele betekenis moeten zijn voor de zittende magistratuur. In een normale samenleving horen we als burgers niet geïnteresseerd te zijn in uiterlijke eigenschappen van degenen die recht over ons spreken. Rechters zijn blind voor alles wat niet ter zake doet bij het vellen van een vonnis; wij zien alleen een man of een vrouw in toga, die op onafhankelijke wijze en zonder onderscheid des persoons namens de Staat zijn werk doet. Dat rechters ook maar mensen zijn, met een privéleven en in staat tot het maken van fouten, dat zou niet ter zake moeten doen.

Helaas werkt het niet meer zo in een cultuur die het persoonlijke en het menselijke boven alles stelt, en waarin anoniem gezag per definitie wordt gewantrouwd. Het aanstellen van een persrechter, die beslissingen van de rechtbank uitlegt in taal die gewone mensen kunnen begrijpen, is het minste wat je daar tegenover kunt stellen. Maar het is niet afdoende.

Want het is onvermijdelijk dat na het Openbaar Ministerie en de politie de rechters aan de beurt komen om in de media, op internet en bij de koffieautomaat te worden afgebrand. Ook rechters zouden in talkshows moeten gaan zitten om mee te praten over het songfestival en Dierendag.

Je kunt je voorstellen dat de magistraten zoiets een slecht idee vinden. Vorig jaar zond HUMAN in Holland Doc een documentaire uit waarin schoorvoetend een alternatief werd geboden. De vreemdelingenrechter van Misja Pekel portretteerde enkele Amsterdamse rechters aan het werk, maar ook op de markt en thuis. Ze lieten ons delen in hun twijfels en zorgen, maar behielden enige aangename distantie.

Wat rechters in ieder geval niet zouden moeten doen, is rommelen met die distantie, en al helemaal niet in zaken die in de publieke opinie gevoelig liggen.

„De rechtbank leest ook kranten, de rechtbank kijkt ook televisie tegenwoordig”, zei de Amsterdamse president Jan Moors gisteren in het proces tegen politicus Geert Wilders. En ging vervolgens het beroep van Wilders op zijn zwijgrecht politiek duiden.

Onverstandiger kon bijna niet. Hij lokte daarmee recensies uit over zijn persoon. Keken rechters vroeger geen televisie? Wat is dat voor een rare man?

Als het verzoek tot wraking door Wilders’ advocaat Bram Moszkowicz niet wordt toegekend, dan hebben we de poppen aan het dansen. Rechters zijn de laatsten die in de publieke opinie hun gezag zouden mogen verliezen.