Oh oh Endemol

Geïnterviewde, gistermiddag op Radio 1: „Wilders maakt naar de rechtbank – ik weet niet of ik dat mag zeggen bij de NCRV – een fuck you-gebaar.” Presentator: „Ja hoor, dat mag je tegenwoordig best zeggen bij de NCRV.” Hoe komt het dat zelfs de christelijken zich niet meer opwinden over een fuck meer of minder?

Volgens tv-producenten is de smaak van het Nederlandse tv-publiek uitzonderlijk universeel: slaat hier iets aan, dan maakt het programma goede kans op internationaal succes. Naast kaas en tulpen is het Nederlandse tv-format dan ook een belangrijk exportproduct. Het recept van Big Brother, uit de keuken van John de Mol, maakte het afgelopen decennium wereldwijd furore.

Nu de publieke omroep door bezuinigingen van het kabinet-Rutte Nederland 3 dreigt kwijt te raken, heeft De Mol een reddingsplan: laat producenten tijd op die zender kopen, waar zij op eigen kosten programma’s kunnen uitproberen. Want de Nederlandse tv-industrie kan nóg groter worden, bezwoer hij vrijdag bij DWDD.

Een paar dagen eerder zat Paul Römer in hetzelfde programma. Hij neemt na 15 jaar afscheid van Endemol, dat de Big Brother-rechten exploiteert. Er kwamen tientallen varianten uit de oer-versie voort, legde hij uit, wat het tv-aanbod wereldwijd drastisch veranderde. Gewone mensen of beroemdheden, op de voet gevolgd bij hun dagelijkse besognes, dat is wat de mensen willen zien.

Maar heeft BB met al zijn klonen de wereld nu gelukkiger gemaakt, wilde Matthijs van Nieuwkerk weten. „Nee, maar wel harder”, antwoordde Römer. Dankzij Big Brother doen en zeggen mensen op tv dingen die ze daarvoor niet durfden. Sniper, Kabouter en vrienden hadden hun seks- en drankvakantie in Oh Oh Cherso anders nooit zo durven etaleren.

Maar de tv-industrie vereist permanente innovatie. Want ook het menu van seks, drank en rock-’n-roll – vergezeld van wat ruzie en schandaal – is onderhevig aan slijtage. Om een nieuw programma uit te testen, is een echte zender natuurlijk te verkiezen boven een kijkerspanel. Dus stelt De Mol het publiek van een bedreigd net voor als proefkonijn te dienen. Je moet maar durven.

tom rooduijn