Limburg ziet licht in silicium

Nederland haalt weinig stroom uit zonne-energie. Maar de prijs van zonnepanelen daalt zó snel, dat forse groei wordt verwacht. Limburg anticipeert daar op.

Terwijl het beoogde kabinet van VVD en CDA nieuwe kerncentrales wil laten bouwen in Nederland, kiest de provincie Limburg een totaal andere weg: zonne-energie. Het laatste bewijs daarvan kwam vorige week. The Silicon Mine (TSM) gaat in Geleen een fabriek bouwen voor de productie van silicium, de grondstof voor zonnecellen.

Het project wordt gesteund door de Al Manhal Groep, een schatrijke investeerder uit Abu Dhabi. Die stopt vooralsnog 600 miljoen euro in de bouw en het opstarten van de fabriek. Maar waarschijnlijk volgt er veel meer.

De bestuursvoorzitter van de Al Manhal Groep, Suhail M. Al Dhaheri, lichtte vorige week in Maastricht de intenties van de investeerder zelf toe.

Binnen een periode van vijftien jaar moet in Zuid-Limburg een hele ‘zonneketen’ uit de grond worden gestampt. Niet alleen de productie van silicium, maar ook het versnijden van de siliciumstaven tot dunne plaatjes (wafers), het verwerken van de wafers tot zonnecellen, en het assembleren van de zonnecellen tot zonnepanelen. De Al Manhal Groep trekt voor dit megaproject bijna drie miljard euro uit. Als het allemaal waar wordt, komen er in de regio daardoor duizenden nieuwe banen bij.

De provincie Limburg was in Nederland al een zwaartepunt voor zonne-energie aan het worden met bedrijven als Scheuten Solar in Venlo en Solland Solar in Heerlen. Met de plannen van TSM en de Al Manhal Groep wordt de positie verder versterkt.

Het is net wat de provincie nodig heeft, zegt gedeputeerde Jos Hessels (CDA). Limburg vergrijst relatief snel. De jeugd trekt weg, richting Randstad. Om dit proces tegen te gaan heeft de provincie in 2008 vier speerpunten gekozen, die moeten zorgen voor hoogwaardige kennis, economische groei en nieuwe banen. Zonne-energie is er daarvan een.

En Limburg moet nu haast maken, zegt Hessels. De prijzen van zonnepanelen dalen snel. In zonrijke gebieden, zoals Italië en Spanje, kan zonne-energie nu al concurreren met de stroom die huishoudens van het elektriciteitsnet afnemen.

In Noordwest-Europa zal het naar verwachting over een jaar of vijf zover zijn. Is dat punt eenmaal bereikt, dan voorziet Hessels een razendsnel stijgende vraag naar zonnepanelen. „Als je dan nog moet beginnen met je fabrieken, ben je te laat.”

Nu maakt zonne-energie overigens nog geen half procent uit van het totale stroomverbruik in Nederland. Veruit de meeste zonnecellen die Scheuten Solar en Solland Solar maken zijn bestemd voor de buitenlandse markt.

Dat TSM nu in Geleen een siliciumfabriek kan gaan bouwen, komt volgens betrokkenen mede door de zeer actieve rol die de provincie heeft gespeeld. Twee ambtenaren zijn maandenlang volledig vrijgehouden, alleen om het bedrijf te begeleiden. Met het verkrijgen van vergunningen en bij het leggen van contacten met onder meer de banken en het ministerie van Economische Zaken.

Toen de banken huiverig bleken om grote leningen aan TSM te verstrekken, was het de provincie die meteen een garantielening van 15 miljoen euro verstrekte. Daarna kwam EZ met een soortgelijke lening over de brug, van 75 miljoen euro. Daarop durfden de banken in te stappen. En met die zekerheid werd vervolgens de grote buitenlandse investeerder getrokken. Gedeputeerde Hessels noemt dit „industriebeleid nieuwe stijl”.

John van Laarhoven herkent het activisme van de provincie. Hij is directeur van het begin dit jaar opgerichte bedrijf Solar Modules Nederland. Zonnecellen worden er geassembleerd tot zonnepanelen. Toen Van Laarhoven op zoek was naar een geschikte locatie voor zijn bedrijf, heeft hij eerst gekeken in de omgeving van Eindhoven, waar hij is geboren en getogen. Maar op een gegeven moment kwam hij in contact met de Limburgse ontwikkelings- en investeringsmaatschappij LIOF, en die stelde zich „zeer open en coöperatief” op, zegt Van Laarhoven. Hij werd langs een serie mogelijke locaties gevoerd. Het werd uiteindelijk Kerkrade.

Daar komt bij, zegt Van Laarhoven, dat hij de directeur van TSM, Gosse Boxhoorn, goed kent. Beiden komen van energieconcern Shell, dat begin deze eeuw zijn activiteiten in zonne-energie besloot af te bouwen. Met Boxhoorn denkt Van Laarhoven nu na over nieuwe activiteiten in Zuid-Limburg, bijvoorbeeld een nieuwe fabriek voor zonnecellen. En over het opzetten van opleidingsprogramma’s voor installateurs. Want daar voorziet Van Laarhoven een tekort.

Elianne Demolin, medewerker ‘nieuwe energie’ van de gemeente Heerlen, hoopt dat alle aandacht voor zonne-energie weer iets van de trots voor de eigen industrie terugbrengt bij de Limburgers. Die trots is volgens haar verdwenen nadat de mijnindustrie in de jaren zeventig een negatief imago begon te krijgen.

De chemie-industrie die daarvoor in de plaats is gekomen, heeft ook geen heel goede naam meer. „Ik merk dat veel mensen hier erg negatief zijn over hun leefomgeving”, zegt Demolin. Ze hoopt dat zonne-energie daarin verandering kan brengen.

Bob Schram is daarvan overtuigd. „Als je het vergelijkt met kernenergie of kolencentrales zal iedereen inzien dat zonne-energie het goede ding is om te doen.” Schram is oud-medewerker van chemieconcern DSM en nu door TSM aangetrokken om de siliciumfabriek in Geleen te bouwen.

Schram rijdt zijn auto over het bedrijventerrein Chemelot om te laten zien waar de fabriek moet komen. Langs een spaghetti van zilverglanzende pijpen en buizen, tussen fabrieken door, onder hoogspanningskabels. Totdat hij in een rustige uithoek van het terrein een groen weiland bereikt.

„Hier is het”, zegt Schram. Ernaast ligt een stevige, met gras begroeide heuvel. Die wordt de Steenberg genoemd. Gruis en stenen uit de mijnen werden hier onder andere opgestapeld. Maar door het frisgroene gras is daarvan niks meer te zien. Ook hier is het mijnverleden weggemoffeld.

In het Mijnwerkersmuseum in Heerlen erkent oud-mijnwerker Martin Herbergs dat er in Limburg veel gebeurt op het gebied van zonne-energie. „Het is hot”, zegt hij. Zelf heeft hij nog geen zonnepanelen op zijn dak. Hij heeft het idee dat zonne-energie nog erg duur is.

Dat misverstand hoor je vaker, zegt gemeentemedewerker Demolin. Vergeten wordt dat een huishouden geen energiebelasting hoeft te betalen over de elektriciteit die wordt opgewekt met eigen zonnepanelen. En ook geen transportkosten. Die twee posten samen maken bijna veertig procent uit van de uiteindelijke stroomrekening. Het maakt dat zonne-energie op het niveau van huishoudens veel eerder concurrerend is dan veel mensen denken.

Twintig kilometer verderop, vlakbij vliegveld Maastricht-Aachen-Airport, vertelt Gosse Boxhoorn in een tijdelijk kantoor waarom hij voor Chemelot heeft gekozen als vestigingsplaats voor de siliciumfabriek. Er zitten veel dienstverleners, zoals Stork en Cofely. De afstand tot het hoogspanningsstation is kort, pakweg honderd meter – de siliciumfabriek verbruikt veel stroom, en hoe korter de afstand deste minder het bedrijf hoeft te investeren in dure kabels. Op het terrein – voorheen van DSM – is ook veel chemiekennis aanwezig.

Zuid-Limburg is sowieso gunstig gepositioneerd, zegt Boxhoorn. In Aken bevindt zich de gerenommeerde technische hogeschool AWTH. In Jülich is een onderzoekscentrum dat energie als een van de speerpunten heeft. Iets verder weg, in het Belgische Leuven, ligt het IMEC, dat een internationale naam heeft op het gebied van halfgeleiders. Zuid-Limburg ligt tussen al deze instituten redelijk centraal.

Met name bedrijventerrein Avantis moet uitgroeien tot een belangrijke locatie. Hier gaat het Energieonderzoek Centrum Nederland uit Petten binnenkort een onderzoeksinstituut oprichten speciaal voor zonneceltechnologie. En John van Laarhoven voorziet dat zijn bedrijf Solar Modules Nederland binnen een paar jaar uit zijn huidige vestiging in Kerkrade is gegroeid, en zal verhuizen naar Avantis. Het aantal werknemers, nu nog 43, zal naar verwachting oplopen tot zo’n 250 in 2013.

Directeur Henk Roelofs van Solland Solar ziet in Zuid-Limburg een cluster ontstaan van kleinere en grotere bedrijven, en kennisinstellingen. Hij hoopt dat de partijen vaker de handen ineen slaan. Want zo werkt een moderne kenniseconomie: via open innovatie. Voortdurend kennis uitwisselen, en daarmee nieuwe producten maken. „Het is de enige manier om in de mondiale concurrentiestrijd mee te blijven doen. Je moet met een aantal spelers bij elkaar blijven, en schaal creëren.”