Lelystad, we have a problem

Lelystad denkt na over een Cape Canaveral in de polder.

Dat past in een trend. Want er zijn meer ondernemingen die commerciële ruimtereizen aanbieden.

„Door het linkerraampje ziet u Eurazië onderlangs schieten, mijnheer Gates.” „Nog een tubetje kaviaar, meneer Soros?”

Ruimtetoerisme.

De gemeente Lelystad gaat er werk van maken. Er moet een internationaal ruimtevaartcentrum komen dat ruimtereizigers, ruimtepiloten en ruimtestewardessen gaat trainen voor hun sprong het heelal in. Dat heeft de gemeente deze maand wereldkundig gemaakt. Het haalbaarheidsonderzoek daartoe is in handen van de tegelijkertijd opgerichte International Space Transport Association (ISTA). The sky is the limit, lijkt het.

„We sluiten niet uit”, zegt ISTA-woordvoerder Jacques Happe, „dat in de toekomst wordt gekeken naar de mogelijkheden om in Lelystad ook een space port, een ruimtehaven, te vestigen.” Dan zou je voor een reisje naar Australië van slechts anderhalf uur in Flevoland kunnen opstappen. „Maar dat is natuurlijk toekomstmuziek.”

Internationaal ruimtevaartcentrum en Flevoland. Cape Canaveral in de polder. Lelystad hóúdt van fantastische panorama’s. Nog geen tien jaar terug lagen de blauwdrukken al klaar voor de vestiging van de grootste zeppelinhaven ter wereld. Die plannen sneefden toen de financiers, waaronder RDM Aerospace van Joep van den Nieuwenhuyzen, failliet gingen. Is hier weer een luchtkasteel in aanbouw? Lelystad, we have a problem.

Woordvoerder Dick Nauta van de gemeente Lelystad wil de hosannaberichten graag nuanceren. „ISTA heeft aangeboden dit haalbaarheidsonderzoek te doen en wij zijn daarin inderdaad in beginsel geïnteresseerd. Maar er komt alleen een financiële bijdrage als ISTA meer partijen vindt die óók willen investeren. We willen dus wel meer draagvlak.”

Maar groot optimisme over de plannen kun je ook de wethouder Financiën, Ruimtelijke Ordening en Stadsontwikkeling Ruud Luchtenveld niet ontzeggen. „De commerciële ruimtevaart staat nog in de kinderschoenen,” liet hij ter gelegenheid van de lancering van ISTA optekenen, „maar volgens TNO levert die nu al een jaaromzet van 120 miljard op.” En daarvan zou de stad en de regio kunnen meeprofiteren. „Een opleidingscentrum voor bijvoorbeeld piloten en stewardessen en een trainingscentrum voor ruimtereizigers heeft een aantrekkende kracht op toeleveranciers, die dan ook weer zullen profiteren.”

Het vliegveld van Lelystad, liet ISTA-directeur Ronald Heister bij diezelfde gelegenheid weten, „is voor toekomstige ruimtereizigers erg belangrijk”. Het grasveldje zou namelijk „een goede en snelle verbinding met andere luchthavens en space ports” vormen.

Hier lijkt iemand aan het woord te zijn voor wie Star Trek een documentaire is, in plaats van een mooi staaltje fictie. Er zíjn namelijk helemaal geen ruimtehavens op de wereld. En voor ruimtestewardessen moet je bij de tekenfilmserie The Jetsons zijn. Niet verbazingwekkend dat binnen kringen van gevestigde ruimtevaartorganisaties, uit beleefdheid anoniem, sceptisch wordt gedaan over de kosmische ambitie van de poldergemeente.

Maar wacht even.

Het ruimtetoerisme lijkt wél een grote vlucht te gaan nemen. Dat zegt bijvoorbeeld Tanja Masson-Zwaan van het Internationaal Instituut voor Lucht- en Ruimterecht van de Universiteit Leiden. „Dat ruimtetoerisme, dat gaat er komen. Daar geloof ik in.” Ook het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) ziet in het ruimtetoerisme „een goede businesscase”, zij het op langere termijn. Maar zowel Masson-Zwaan als het NLR menen dat het om een zeer beperkte markt gaat. Die 120 miljard die jaarlijks is gemoeid met de commerciële ruimtevaart, waarmee Luchtenveld schermt, zegt wat dat betreft niets. Het gaat vooral om telecommunicatiesatellieten. Dat heeft niets van doen met emplooi voor ruimtereizigers.

Tot nu toe zijn nog maar zeven amateur-astronauten ooit met raketten meegelift, allemaal naar het International Space Station. Kosten voor een ticket: tussen de twintig en veertig miljoen dollar. Per persoon. Maar dat aantal zal groeien en de prijs van een ticket zal afnemen met de uitbreiding van de mogelijkheden voor een toeristisch ruimtetripje. Een handjevol ruimtereisbureaus biedt een zogeheten suborbital vlucht aan, een snelle trip tot aan de buitenzijde van de atmosfeer en dan een glijvlucht terug. Met de huidige technologische stand van zaken kunnen zulke vluchten routine worden. „Bedenk”, zegt Masson-Zwaan, „dat de luchtvaart óók begon met gekte.”

De bekendste van de ondernemingen die ruimtetripjes aanbiedt, is Virgin Galactic, opgericht door de Britse zakentycoon Richard Branson. De onderneming gaat vliegen vanaf Spaceport America waarvoor de schop in 2009 in woestijnstaat New Mexico de grond inging. Al ongeveer driehonderd mensen hebben bij het ruimtereisbureau Virgin Galactic een retourtje heelal geboekt. Geschatte kosten van een vlucht: honderd tot tweehonderdduizend euro. Geschatte datum van de eerste commerciële vlucht: volgend jaar. De kans dat ruimtetoerisme ruimtemassatoerisme wordt, is verwaarloosbaar.

Er is ook een Nederlandse onderneming die commerciële ruimtevluchten wil aanbieden. Niemand minder dan de voormalige bevelhebber der luchtstrijdkrachten generaal Ben Droste is het boegbeeld van een Nederlandse onderneming die een civiele ruimtebasis op de Antillen wil vestigen: Space Experience Curaçao. De onderneming zou in 2014 kunnen beginnen met lanceringen. Er komt ook een space port in Zweden. Deze ruimtehavens krijgen vast een goede verbinding met vliegveld Lelystad – als je overstapt op Schiphol.

ISTA-directeur Heister is geen onbekende op het terrein van die ruimtereizen. Hij heeft de rechten om in Nederland tickets te verkopen van het ruimtereisbureau Virgin Galactic. Het bedrijf Your Galaxy, waarvan hij tevens directeur is, is het online uitgiftepunt van de tickets. Maar de corebusiness lijkt toch vooral het uitbaten van gelieerde commerciële activiteiten. Zo biedt Your Galaxy ‘ruimtetrainingen’ à 2.500 euro die de klandizie laat kennismaken met gewichtloosheid en een simulatie van een lancering. De termen ‘internationaal ruimtecentrum’ en ‘lunapark’ lijken hierbij inwisselbaar te worden.

En hoe zit dat nu eigenlijk met die ruimtestewardessen die nodig zouden zijn voor die ruimtereisjes?

Happe: „Alle ruimtevluchten zullen begeleiding hebben.” Dat geldt voor korte suborbital trips, maar vooral voor de lange reizen die mogelijk moeten worden. „De korte vluchten zijn nog maar het begin. Het is nog een stukje toekomst, maar we kunnen via de ruimte snel van A naar B op de aardbol.”

Tanja Masson-Zwaan denkt dat dit niet zo’n vaart zal lopen: „Daar gaat zó vijftig jaar overheen. En dan zal het in eerste instantie eerder gaan om het transport van vracht, FedEx en zo.”

Opstijgende raketten zullen de nachtrust van de inwoners van Lelystad voorlopig dus nog niet verstoren.