Kabinet-kaasschaaf

In totaal 18 miljard euro aan ombuigingen, zoveel boekt het beoogde kabinet-Rutte in tot en met 2015. Dat is een bedrag dat de maatschappij ingrijpend verandert. Het gaat immers om 3 procent van het bruto binnenlands product en rond de 6 procent van de totale overheidsuitgaven.

Een nieuwe regering zou hier een kans hebben kunnen pakken om Nederland voor te bereiden op de toekomst. Op de vergrijzing en de bijbehorende kosten voor zorg, AOW en pensioen. Op een krappere arbeidsmarkt, waar flexibiliteit en participatie van groot belang zijn en, volgens de meeste economen, immigratie noodzakelijk zal blijven. Nederland krijgt ook te maken met een toenemende concurrentie van de opkomende economieën, die steeds verder opschuiven in de richting van de productie van hoogwaardige en creatieve goederen en diensten, waarin het Westen ten onrechte meent tot in de eeuwigheid structureel sterker te staan.

In de regeer- en gedoogakkoorden is daar bitter weinig van terug te vinden. Het kabinet zal ruim 6 miljard aan lastenverzwaringen doorvoeren en 8 miljard aan bezuinigingen. Samen met de ruim 3 miljard euro aan ombuigingen uit de bestaande begroting 2011 komt het kabinet zo uit op de verlangde 18 miljard. Maar gezien de zachte posten bij de voorgenomen bezuinigingen, met name bij het aanpakken van de kosten en omvang van de overheid, heeft het er alle schijn van dat het aandeel van de staat in de economische activiteit nauwelijks zal teruglopen: lasten en bezuinigingen houden elkaar op zijn best in evenwicht.

Het kabinet is niet bereid het ontslagrecht te versoepelen, laat de WW ongemoeid en schaart zich achter het plan van werkgevers en werknemers om de AOW-leeftijd met slechts één jaar te verhogen in 2020. Dat laatste is minstens twee kabinetten verder, en mag dan ook gratuit worden genoemd. De ploeg van Rutte pakt ook de hypotheekrenteaftrek niet aan. En het enige sociaal-economische probleem dat wordt benoemd – de uit de hand lopende kosten van de WAO voor jonggehandicapten – wordt naar de gemeenten geschoven.

Het laat zich raden dat, als de grootste uitgavenposten van de overheid (de zorg en sociale zekerheid) zonder veel visie ongemoeid worden gelaten, alleen de trukendoos en de kaasschaaf overblijven om het beoogde ombuigingsbedrag alsnog binnen te krijgen. Het naar voren halen van een miljard aan belastinginkomsten is daar een voorbeeld van. Maar ook de genoemde niet-specifieke efficiencybesparingen op het overheidsapparaat zijn illustratief.

Wat rest is een overheid die in omvang én rol goeddeels hetzelfde blijft, een arbeidsmarkt die niet wordt hervormd en een vergrijzing die blijft drukken op de collectieve voorzieningen. Dat de PVV daar haar handtekening onder kan zetten, is gezien de inzet bij de verkiezingen wellicht begrijpelijk. Maar een VVD-lid dat een jaar geleden met dit akkoord was geconfronteerd, zou niet hebben geloofd dat zijn eigen partij aan de onderhandelingstafel zat. Laat staan dat ze de leiding heeft van dit nieuwe kabinet.