Irak kan niet zo gemakkelijk bij 'nieuwe' olievoorraad

Irak mag dan wel meer olie hebben, die hoeft nog niet per se zo snel te gaan stromen. Door de bewezen reserves met 25 procent op te schroeven en Iran af te troeven, heeft Bagdad zijn positie binnen de OPEC verstevigd. En omdat een paar grote gebieden nog helemaal niet zijn onderzocht, zou het ook de eerste opwaartse herziening van vele kunnen zijn. Maar de krakkemikkige infrastructuur van Irak en de wankele politieke toestand kunnen een verhoging van het mondiale olieaanbod in de weg staan.

Plotselinge verklaringen van landen dat ze over méér olie beschikken, moeten doorgaans met de nodige scepsis worden ontvangen. OPEC-leden kunnen aandringen op hogere productiequota als hun voorraden toenemen, zodat ze een krachtige prikkel hebben om te overdrijven. Iran, Venezuela en Koeweit zijn wellicht voor deze verleiding bezweken. Irak heeft momenteel niets te klagen. Maar dat zal niet eeuwig duren en zijn leiders kijken misschien al vooruit.

Toch moeten de nieuwe cijfers van Irak serieus worden genomen. Het is zo’n dertig jaar geleden dat zijn olie-industrie normaal functioneerde. Grote olieputten zijn veronachtzaamd en veelbelovende exploratiegebieden zijn genegeerd.

Als de nog grotendeels onontgonnen bodem van de Westelijke Woestijn 100 miljard vaten olie blijkt te bevatten – zoals consultancy IHS verscheidene jaren geleden heeft geopperd – zou Irak Saoedi-Arabië en zijn 265 miljard vaten al bijna hebben ingehaald.

De truc zal het aanboren van deze rijke velden zijn. Een indrukwekkende stoet westerse oliemaatschappijen heeft alle reden om de productie op te voeren. De zuinige contracten die ze met Irak hebben afgesloten, betekenen dat ze per vat worden betaald en niet kunnen profiteren van een hogere wereldolieprijs.

Ze hoeven slechts halverwege de doelstellingen voor de Iraakse productie te geraken om in 2020 een niveau van 7,5 miljard vaten per dag te bereiken, aldus de Energy Policy Research Foundation. Iraakse olie is niet alleen goedkoop om uit de grond te halen, het gebied is ook geografisch buitengewoon compact.

Toch zijn de problemen eveneens indrukwekkend. Zelfs als de Iraakse veiligheidssituatie blijft verbeteren – een nogal boude veronderstelling – zal de infrastructuur van het land een rem op de productie zetten. Het verschepen van grote hoeveelheden boormaterialen via de aftandse havens zal niet makkelijk zijn, en de pijpleidingen van het land moeten ook nodig worden verbeterd.

Irak is een van de plekken waar benzineslurpers over de hele wereld hun hoop op hebben gevestigd. Als de olie op volle capaciteit omhoog zou worden gepompt, zou het land de olieprijzen kunnen laten kelderen, zelfs als rekening wordt gehouden met de toenemende vraag uit China en India. Dit zal echter tijd kosten, ook al zijn de omstandigheden nog zo gunstig. Nu het aanbod nog steeds onzeker is, moeten automobilisten over de hele wereld wellicht geduld oefenen.