In publieke therapie

Wie had ooit gedacht dat op een zonnige zaterdag het grootste mediaspektakel een CDA-congres zou zijn? Tot voor kort leek een hele dag naar een CDA-congres kijken me zelfs een puik dreigement voor stoute kinderen. Maar ik zat zaterdag aan de televisie gekluisterd, en met mij zo’n 740.000 anderen.

Ik kreeg bijna een beetje te doen met Maxime Verhagen. Dit lijkt me een man die op zijn werk niet graag zijn emoties uit, eerder een liefhebber van strenge regels en beheerste strategie. Maar de laatste dagen leek het wel alsof hij in publieke therapie was: alles kwam eruit, voor het oog van de camera. Bij het presenteren van de akkoorden zag je de glunderende overwinning; hij en Mark Rutte waren elkaar als giechelende pubermeisjes aan het knijpen en aaien. En nu dan de andere kant van het gevoelsspectrum: de geëmotioneerde speech op het congres, waar hij met een brok in zijn keel vertelde dat hij „bijna de handdoek in de ring had gegooid”. O, o, dacht ik. Straks breekt hij en roept opeens huilend: „En Mark kan soms ontzettend passief-agressief zijn tijdens de lunch, en dan zat ik daar dus helemaal alleen!” Ook tijdens de reacties uit de zaal leek hij af en toe zijn gevoelens nauwelijks te kunnen bedwingen: hij straalde dankbaar door de bemoedigende woorden van Camiel Eurlings (die vreemd genoeg gehaast maar indringend naar hem salueerde, een ‘at your service’ à la Pim Fortuyn. Wellicht een geheim broederschap?) maar kreeg bij negatieve pleidooien van de leden een zekere mate van oorwurmerigheid over zich heen.

De vragen en opmerkingen van de CDA-leden vond ik juist een groot genoegen. Zenuwachtig, met een vooraf bedachte oneliner op papier om de gegeven minuut ten volle te benutten stonden ze voor de microfoon (die werd uitgedraaid als er te lang gesproken werd, alsof het de Oscars betrof). In de statements werd ook de Bijbel grif gebruikt: „We moeten constateren dat Wilders eigenlijk Geert Judas Wilders heet.” Iemand droeg een T-shirt met de tekst: ‘Ad Koppigjan’, maar ik weet niet zeker of dat positief bedoeld was (de Bijbel heeft niet zoveel op met koppigheid, toch?). Op een gegeven moment vroeg ik me af: kan je aan iemand zien of hij voor of tegen gaat zijn? De conclusie was dat de leden die een das met brede strepen droegen vaak vóór waren. Mannen met baard en bril waren vaak tegen. Het spel werd minder spannend toen ik merkte dat de meeste mensen die wilden spreken, tegen waren. En dat daar tegelijkertijd minder hard voor werd geklapt.

Uiteindelijk stemde tweederde van het congres vóór. Maxime Verhagen lachte blij en opgelucht. En terwijl ik dacht: nou, die man heeft wel een kopje anijsmelk verdiend, vergeleek in Berlijn Geert Wilders de islam met het communisme en nationaal-socialisme. Als dit kabinet er komt heeft Maxime de komende tijd misschien wel wat vaker anijsmelk nodig.