Geert Wilders is niet Pim Fortuyn

We willen wel weer eens geregeerd worden. Dat verklaart het ongeduld van het CDA. Een ongeduld dat zich op het partijcongres vertaalde in begrippen als verantwoordelijkheid en rentmeesterschap: er moet nodig geregeerd worden, laten we het dus zelf doen – en het met Gods hulp goed doen.

In zulke traditionele, confessionele termen is het een begrijpelijke vorm van ongeduld die de partij heeft voortgestuwd, en daarmee ook een begrijpelijke verklaring voor het feit dat we nu in een situatie zijn beland die iedereen een paar maanden geleden nog voor onmogelijk had gehouden.

Vergeef me dat ik ditmaal een persoonlijke toon aansla als ik probeer een standpunt te bepalen over de regeer- en gedoogakkoorden. De standpunten van anderen vernieuwen zich te veel en te vaak om ze als uitgangspunt te nemen. Nog lastiger is het dat ik de laatste jaren zelf ook langzaamaan van positie verander. Er zit niets anders op dan terug te keren tot algemene principes om de warboel te ontrafelen.

Daarbij is het vooral lastig dat iedere partij de onderlinge akkoorden terugvoert op andere principes: de presentatie die Rutte, Verhagen en Wilders vorige week organiseerden was niet zozeer een feest van de democratie als wel een feest van de postmoderniteit: het CDA zag solidariteit in de akkoorden schitteren; de VVD ontwaarde vrijheid van het individu en de PVV zag er een aanval in op solidariteit en een nadruk op identiteit van de groep.

Toch zijn er een paar principes in het geding die wel algemeen gedeeld zullen worden. De eerste heeft niet te maken met de politieke afspraken, maar met de omstandigheden eromheen. Het is onaanvaardbaar dat Wilders bescherming nodig heeft van bewakers – zoals het misdadig is dat krakers een officier van justitie bedreigen. Ik begrijp dan ook niet waarom er nooit een demonstratie is georganiseerd om Wilders in bescherming te nemen. Zelf ben ik niet zo bedreven in het huren van bussen, maar waarom is iedereen in het land te labbekakkerig om een serieus punt te maken van die bedreigingen? De PVV-aanhang incluis?

Hoewel Wilders alles mag zeggen zonder te worden gemaltraiteerd, kan hij niet alles zeggen wat hij wil zonder het gevaar te worden vervolgd.

Hier komt het tweede principe te pas, dat mij van belang lijkt nu een politicus het centrum van de macht betreedt op hetzelfde moment dat een rechtszaak tegen hem wordt geopend. Veel rechtsgeleerden betreuren de situatie: een politicus heeft nu eenmaal grote vrijheid van spreken, en de rechtszaal is niet de beste plek om hem van repliek te dienen.

En inderdaad, ze hebben gelijk, het is niet prettig als problemen in de rechtszaal belanden. Eigenlijk is dat altijd wel zo: je hebt nu eenmaal liever dat conflicten op een andere manier worden opgelost. Maar als eenmaal de hulp van de rechter is ingeroepen, moet je het vertrouwen in die rechter niet onderuithalen door allerwegen te roepen dat de scheiding der machten in het geding is. De rechter zal zijn taak naar behoren en onafhankelijk vervullen; als we dat niet meer geloven, kunnen we het land wel opdoeken.

De politieke vraag is vervolgens of een politicus alles kan zeggen en daarbij dan door de beoogde minister-president op de schouder moet worden geslagen. Hier spelen geen rechtsprincipes maar morele principes een rol, en hier krijgt het gedoogakkoord mysterieuze kanten. Was het al opmerkelijk dat de PVV op gelijke voet met CDA en VVD de afspraken stond toe te lichten, de situatie werd bizar toen Rutte en Verhagen zich lieten afblaffen door Wilders zonder terug te blaffen.

Hoe kan Rutte nog met droge ogen beweren een liberale combinatie te vormen, gericht op het individu, als zijn ‘collega’ dat hetzelfde moment glashard ontkent? Waarom lieten CDA en VVD zich wel tegenspreken, maar spraken ze de PVV zelf niet tegen? Het valt te vrezen dat Rutte en Verhagen zichzelf en hun eigen slagkracht schromelijk hebben overschat.

Het is dit gebrek aan slagkracht dat me zorgen baart. Vanaf het begin voelde ik veel sympathie voor de Fortuynrevolte en die sympathie voor de inmiddels befaamde ‘anderhalve miljoen kiezers’ is niet verminderd. Maar net nu iedereen zich met die anderhalve miljoen begint te identificeren, net nu ik dus ook triomfantelijk in het centrum van de macht ben terechtgekomen, bekruipt me een gevoel van onbehagen.

„Ik geloof niet dat al die anderhalve miljoen kiezers islamhaters zijn”, zei Tweede Kamerlid Coskun Çörüz tijdens het CDA-congres. Dat geloof ik ook niet. Ik geloof zelfs dat de meesten van hen te redelijk zijn om te zien achter wie ze aanlopen: Geert Wilders is bepaald niet Pim Fortuyn. Het gaat Wilders allang niet meer om de stem van die anderhalve miljoen kiezers; hij is ver aan ze ontstegen. Wat schieten die anderhalve miljoen ermee op als Geert Wilders hun steun gebruikt om het conflict in het Midden-Oosten uit te vechten op het wereldtoneel? Aan de kant van Israël, de religieuze orthodoxie en rabiaat rechts?

Ik weet niet wat mijn mening waard is, op een moment dat volgens de een geschiedenis wordt gemaakt terwijl die volgens de ander juist ten einde komt. In zo’n onsamenhangende tijdsorde is de mening van de dag een sneeuwvlok in het universum. Maar ik wil toch zeggen dat ik een slecht gevoel heb overgehouden aan de presentatie van de akkoorden – een slecht gevoel en een slecht voorgevoel.

Het is te hopen dat Rutte en Verhagen zich snel vermannen en terug gaan blaffen.