In Soedan ontkiemt langzaam het zaad van de oorlog

De Soedanese regering versterkt haar greep vóór het referendum over onafhankelijkheid van het zuiden. De intimidatie neemt toe. „Het is een bijzonder gevaarlijke tijd.”

Former journalist Lubna Hussein poses for a photograph at the cafe where she was arrested in Khartoum, July 31, 2009. Hussein, facing 40 lashes for wearing trousers in public, made her first appearance in a court packed with supporters on Wednesday, in what her lawyer described as a test case in Sudan's decency laws. REUTERS/Mohamed Nureldin Abdallh (SUDAN CRIME LAW SOCIETY)
Former journalist Lubna Hussein poses for a photograph at the cafe where she was arrested in Khartoum, July 31, 2009. Hussein, facing 40 lashes for wearing trousers in public, made her first appearance in a court packed with supporters on Wednesday, in what her lawyer described as a test case in Sudan's decency laws. REUTERS/Mohamed Nureldin Abdallh (SUDAN CRIME LAW SOCIETY) REUTERS

De spanning stijgt tussen Noord- en Zuid-Soedan naarmate het referendum over zuidelijke onafhankelijkheid nadert. Drie maanden voor de volksstemming moet plaatshebben stelde de regering in Khartoum deze week de registratie van kiezers weer drie weken uit. De dominante partij in het noorden, de Nationale Congrespartij van president Omar Hassan al-Bashir, dreigde de uitslag van het referendum te verwerpen als het zuiden zijn troepen niet uit betwist gebied terugtrekt. De miljoenen zuiderlingen die in het noorden leven kregen van de regering te horen dat ze hun burgerrechten verliezen als het zuiden, zoals verwacht, vóór afscheiding stemt.

„Met dit soort dreigementen worden burgers in het noorden aangemoedigd de zuiderlingen aan te vallen”, zegt de Soedanese mensenrechtenadvocaat Ali Agab Nour. „Het is een van de middelen waarmee het noorden probeert het zuidelijke recht op zelfbeschikking te ondermijnen”, vult mensenrechtenactivist Monim el-Gak aan. „Overal zie je het zaad van oorlog ontkiemen”, zegt Ali Agab.

Ali Agab en Monim el-Gak waren deze week in Nederland om de aandacht te vestigen op de toestand van de mensenrechten in Soedan. Ali Agab werkte voor het Khartoum Centrum voor Mensenrechten, maar vluchtte naar Londen toen de organisatie vorig jaar door de autoriteiten werd gesloten. Monim el-Gak werd in Khartoum door de Nationale Inlichtingen- en Veiligheidsdienst opgepakt op verdenking van contacten met het Internationale Strafhof – dat immers president Bashir wegens genocide in Darfur wil vervolgen – en tijdens zijn gevangenschap gefolterd. Na zijn vrijlating vluchtte hij eerst naar Oeganda. Nu werkt hij vanuit het Zuid-Soedanese Juba. Beiden blijven via hun lokale netwerken actief betrokken bij de situatie in Soedan.

In de aanloop naar het referendum, het eindpunt van het vredesverdrag tussen het islamitische noorden en het christelijke en animistische zuiden in 2005 na dertig jaar oorlog, neemt de repressie in Noord-Soedan toe. Bashirs Congrespartij won een zeer grote meerderheid in de verkiezingen die afgelopen april eveneens als onderdeel van het vredesakkoord werden gehouden. „Nu hebben ze de reflex alles de kop in te drukken dat in hun ogen de stabiliteit in gevaar kan brengen”, zegt El-Gak.

De autoriteiten verbieden kranten, sluiten belangenorganisaties, verdrijven internationale hulporganisaties en ze blijven folteren in de gevangenissen. El-Gak: „Een nieuwe golf activisten vlucht weg uit Soedan. Net zoals begin jaren negentig, kort na de staatsgreep van de huidige fundamentalistische machthebbers, toen ook veel mensen werden vervolgd.”

Speciaal doelwit zijn volgens El-Gak jongeren die zich inspannen voor democratisering. „En natuurlijk journalisten en mensenrechtenactivisten. Ikzelf heb er zeker twintig, vijfentwintig geholpen het land te verlaten.”

Wetten die na de staatsgreep werden ingevoerd maar na het vredesakkoord van 2005 onder druk van de internationale gemeenschap werden bevroren, worden weer toegepast. De twee activisten wijzen op de wet op de openbare orde. Die mikt op individuele burgers, bijvoorbeeld om de manier waarop ze zich in het openbaar gedragen. „Als u met uw broer of uw man op straat loopt, hebben de autoriteiten het recht te eisen dat u bewijst dat u daar met uw broer of man loopt”, zegt Ali Agab. Elke dag worden geselingen uitgevoerd. „Elke dag in elke rechtbank.”

Er is daarentegen geen enkele poging gedaan om, zoals het vredesverdrag van 2005 voorschreef, door wettelijke hervormingen de basis te leggen voor een aantrekkelijke eenheidsstaat. Daardoor zouden de zuiderlingen een alternatief krijgen voor afscheiding. „De media zenden een boodschap uit van racisme en haat”, zegt El-Gak. Op die manier wordt het zuiden weggedreven.

Maar tegelijk, zegt Agab, worden de technische voorbereidingen voor het referendum vertraagd en mobiliseert het noorden zijn eigen mensen voor handhaving van de eenheid. Het dreigt met oorlog. „Het noorden doet dat om het zuiden onder druk te zetten in de betwiste grensgebieden grotere territoriale concessies te doen waardoor het meer olievelden in handen krijgt.”

„Maar het dreigt niet alleen met oorlog”, vervolgt Agab, „het is daartoe ook echt bereid. Voor het noorden is oorlog niet even kostbaar als voor het zuiden. De zuiderlingen hebben al dertig jaar oorlog op hun grondgebied achter de rug. Het is een bijzonder gevaarlijke tijd.”