Fosforteruggave

Noodgedwongen voortrazen tussen Parijs en Amsterdam in de aanstellerige Thalys met zijn bar en zijn Wi-Fi en zijn omroepinstallatie waaruit om de haverklap weer een aansporing of oproep in een onverstaanbare taal tot de berolkofferde reizigers wordt gericht. En een paar dagen later weer voortsukkelen in het ook al elektronisch opgefriste boemeltje tussen Rotterdam en Amsterdam dwars door het traditionele weidelandschap rond Gouda en Woerden, een weidelandschap waarin steeds meer snijmaïs opduikt omdat snijmaïs nu eenmaal het belangrijkste landbouwproduct van Nederland is geworden. Althans gemeten naar het areaal dat er voor wordt ingeruimd. ’t Wordt allemaal verhakseld en ingekuild en gaat als ruwvoer naar koeien en varkens. Eigenlijk is het verschil met gewoon kuilgras niet zo groot.

En dan opeens dringt het besef door dat de snijmaïs rond Woerden er deze dagen nog fris en groen bijstaat terwijl de maïs in Noord-Frankrijk volkomen verwelkt, vergeeld en vergrauwd in de wind tot stond te wapperen. En schiet te binnen dat daarover al eens eerder verbazing was ontstaan: dat de moderne boer zijn maïs vaak kalmpjes op het veld laat staan tot-ie bijna van ellende omvalt om hem dan op de valreep alsnog door de verhakselaar te halen.

Hoe verstandig is dat? Dat is de vraag. Als ’t gaat zoals het meestal gaat zullen de bladeren aan de Nederlandse bomen de komende weken weer indrukwekkend verkleuren naar bruin, geel en oranje en hier en daar zelfs naar rood. Hoe schitterend de verkleuring dit jaar uitvalt hangt af van temperatuur en neerslag in de komende dagen. Na een droge, zonnige en koude herfst kunnen de bossen prachtig opvlammen, is oktober warm, nat en somber dan komt er niet veel geel en oranje aan de takken. ‘Rainy days wash the color out of leaves’.

De herfstkleuren ontstaan als resultaat van een proces waarbij het chlorofyl en hulppigmenten die de hele zomer de fotosynthese voor hun rekening namen worden afgebroken. Vlak voordat de boom zijn bladeren actief ‘afstoot’ (door het aanleggen van een kurkachtig abscissie-laagje in de bladsteel) wordt veel bruikbaar materiaal uit het blad afgebroken tot kleine moleculen die zich makkelijk laten verplaatsen en worden teruggevoerd in takken en twijgen. Wat er in november naar de grond dwarrelt is weinig meer dan een lege huls.

Het is van een bevredigende efficiency die bijdraagt aan het gevoel dat àlles in de natuur doelmatig is geregeld. En je weet bijna zeker dat het verschijnsel al in de negentiende eeuw is ontdekt, misschien wel door Justus von Liebig zelf, of door onze eigen Jacob Moleschott (‘Ohne Phosphor keine Gedanken’). Beiden hielden zich intensief bezig met de voeding van de plant en de natuurlijke kringloop van elementen als stikstof en fosfor. Zelfs met de primitieve analysemiddelen van 1850 moet het mogelijk zijn geweest vast te stellen dat verdorrend blad veel van zijn stikstof en fosfor teruggeeft aan de moederplant voor het op de grond valt.

Het had ook anders gekund, natuurlijk. De meeste bladeren vallen niet ver van de boom en ook van een blad dat al zijn fosfor of stikstof behield komen die stoffen op den duur weer beschikbaar als het blad verteert. Maar dat zou een veel omvangrijker wortelstelsel eisen, doceert de Wageningse bosecoloog Jan den Ouden. En er zou ook veel meer stikstof en fosfor verloren gaan.

Wie de juiste trefwoorden kent (leave, resorption en senescence, of abscission) stelt met hulp van Google makkelijk vast dat er nog steeds veel wordt gemeten aan de resorptie van mineralen en voedingsstoffen uit verdorrend blad. Nog steeds gaat de aandacht vooral uit naar fosfor en stikstof omdat daaraan nu eenmaal het makkelijkst een tekort ontstaat. Zonder uitzondering is het alleraardigst onderzoek. De een wil weten of grote bladeren net zo makkelijk hun fosfor en stikstof teruggeven als kleine, de ander of de voedingstoestand van de boom van invloed is op het proces. Een derde bekijkt de mogelijke resorptie bij altijdgroene bomen. Altijdgroene bomen, voor alle duidelijkheid, zijn als boom weliswaar altijd groen, maar ze verliezen wel degelijk hun bladeren. Ze doen het alleen onopvallend en vaak op een vreemd moment in het jaar. De kurkeik, bijvoorbeeld, piekt in juni en juli. Buxus sempervirens (het palmboompje) heeft zijn top in april en mei. In alle gevallen blijkt de normale resorptie van voedingsstoffen op te treden voor het blad wordt afgestoten, al zijn er typische verschillen in de details.

Maar daar gaat het nu niet over. De vasthoudende googlaar passeert nog een stuk waarin de resorptie van tropische epifyten wordt behandelt en vindt ten slotte een artikel, nota bene van Nederlandse hand, dat beschrijft hoe ook bij het verdorrend blad van het gewone, wilde gras Molinia caerula (pijpenstrootje) krachtige resorptie van stikstof optreedt (Van Heerwaarden en collega’s in Plant and Soil, 2005). Pijpenstrootje vormt overjarige (dus ‘altijdgroene’) graspollen rond vennen en heiden. Er valt van alles over te zeggen maar het voornaamste is dat dus kennelijk ook bij grasachtigen resorptie gewoon is.

En maïs is een gras! Net zo’n raar gras als bamboe of suikerriet, maar niettemin een gras. Wie de maïsplanten van het veld haalt als ze al helemaal verdord zijn is misschien wel de helft van zijn mineralen kwijt want de maïsstengels worden hoog afgesneden – hoe stom kun je zijn als boer.

Ach, het bleek heel anders te zitten. De Wageningse gewasfysioloog en hoogleraar Paul Struik heeft het rechtgezet. Die maïs bij Woerden, dat zal inderdaad wel snijmaïs zijn, die moet tussen half september en half oktober van het land, en inderdaad vóór dat de totale verdorring heeft ingezet. Overigens vooral omdat anders makkelijk de schimmel Fusarium toeslaat en omdat het kuilproces een minimale vochtigheid vereist.

Maar die maïs daar in Noord-Frankrijk, dat was geen snijmaïs, dat was korrelmaïs, die moet helemaal de kuil niet in. Van die maïs worden alleen de kolven geoogst en het zijn vaak juist de kolven waar het verdorrende blad zijn laatste voedingsstoffen heen zendt. Ook uit het merg van de maïsstengel worden reserves aangevoerd. De kolven wil je zo droog mogelijk van het land halen, en in de VS worden ze soms glashard pas in de winter geoogst. In Nederland wordt maar mondjesmaat korrelmaïs geteeld.