'Christ!' vloekte Wilkins die de DNA-helix níet ontdekte

In negen verloren gewaande archiefdozen van DNA-pionier Francis Crick zijn brieven gevonden uit de cruciale periode van 1951 tot 1953 toen verschillende onderzoekers in een race verwikkeld waren om als eerste de structuur van het DNA-molecuul te ontrafelen. Uiteindelijk zou Crick daar samen met James Watson en Maurice Wilkins in 1962 de Nobelprijs voor krijgen. De onlangs opgedoken correspondentie van Crick was terechtgekomen in het archief van Sydney Brenner, met wie Crick lange tijd een laboratorium deelde.

Het interessantst zijn 34 brieven en 3 kaarten die Crick en Wilkins elkaar stuurden in de periode toen ze allebei aan DNA werkten (Nature, 30 september).

Crick werkte in Cambridge samen met Watson aan het DNA vooral op theoretische basis, terwijl Wilkins en zijn collega Rosalind Franklin in Londen over gedetailleerde röntgenfoto’s beschikten. De laatsten waren eigenlijk veel beter in staat om het probleem te kraken. Maar Franklin en Wilkins lagen elkaar niet en communiceerden nauwelijks met elkaar.

Begin 1953 staat Franklin bijvoorbeeld op het punt naar een andere groep te gaan. Wilkins schrijft dan aan Crick: ‘[ik hoop] dat de rook van de hekserij hier spoedig zal zijn weggetrokken.’ En hij refereert aan een gesprek met Franklin dat van zijn kant ‘uit slechts één woord bestond.’

Opvallend is ook het briefje van Wilkins aan Crick nadat de dubbele DNA helix is ontdekt.

‘Christ!’ besluit Wilkins zijn woorden over Franklin die al negen maanden eerder röntgenfoto’s had die kenmerkend waren voor een helixstructuur, maar die tot een tegenovergestelde conclusie was gekomen. En hij had haar geloofd. Toch zijn de bijdragen van allevier zo groot dat Watson, Crick en Wilkins de Nobelprijs pas kregen nadat Franklin in 1958 op jonge leeftijd aan kanker overleed. Een Nobelprijs gaat nooit naar méér dan drie personen.

Rob van den Berg

    • Rob van den Berg