Steeds meer Afghanen kopen dure auto

Hoe duurzaam is de groei van de Afghaanse economie? „Zodra de internationale gemeenschap vertrekt, stort alles weer in elkaar.”

In this June 23, 2010 photo, a shopkeeper waits for customers at Nader Pashtun market in Kabul, Afghanistan, where virtually everything comes from China. While the headlines focus on the U.S.-led war against the Taliban, China's spreading global footprint has become highly visible in Afghanistan, and the U.S. is said to welcome it. (AP Photo/Musadeq Sadeq)
In this June 23, 2010 photo, a shopkeeper waits for customers at Nader Pashtun market in Kabul, Afghanistan, where virtually everything comes from China. While the headlines focus on the U.S.-led war against the Taliban, China's spreading global footprint has become highly visible in Afghanistan, and the U.S. is said to welcome it. (AP Photo/Musadeq Sadeq) AP

Nasir Ahmad (32) kreeg het erg benauwd toen onlangs berichten over fraude bij de Kabul Bank, de grootste commerciële bank van Afghanistan, naar buiten kwamen. Er brak paniek uit, honderden boze klanten kwamen hun geld opeisen. De Kabul Bank verzorgt onder andere de salarisuitbetaling van een kwart miljoen ambtenaren. Winkelier Ahmad is geen ambtenaar, maar net als duizenden andere middenstanders en ondernemers hebben hij en zijn broer wel een fiks bedrag op een spaarrekening staan bij de bank. „Tussen de 60.000 en 70.000 dollar”, zegt Ahmad.

Dreiging van ineenstorting van de Kabul Bank, met onoverzienbare gevolgen voor het financiële stelsel in Afghanistan, was plotseling actueel. Maar toen de Afghaanse president Hamid Karzai de bevolking kalmeerde en verzekerde dat de bank niet zou omvallen, was Ahmad ook gerustgesteld. „De Centrale Bank en de andere banken zullen de Kabul Bank redden als dat nodig is. Ons geld is veilig”, zegt hij voor zijn winkeltje in de wijk Kolola Pushta.

Dat ook één van Karzais broers, aandeelhouder van de Kabul Bank, wordt beschuldigd van het wegsluizen van geld, tast het vertrouwen in die garantie niet aan. „Karzai corrupt? Alle Afghanen zijn corrupt” , roept een buurman uit, en Ahmad lacht hartelijk mee om die opmerking. „Nee”, zegt hij, „ik ben niet van plan om mijn geld weg te halen”.

De gang van zaken rond de Kabul Bank, waarnaar nog steeds onderzoek plaatsvindt, bewijst volgens analisten opnieuw dat de politieke entourage rond president Karzai door en door corrupt is. Om het zacht uit te drukken: Karzai doet niets om wantoestanden aan te pakken. Hij neemt geen afstand van vroegere krijgsheren, politieke bondgenoten en verwanten met een duistere achtergrond, zegt bijvoorbeeld politiek analist Haroun Mir.

De ophef over de Kabul Bank toont nog iets anders, namelijk dat de economie in de hoofdstad Kabul de afgelopen jaren fors is gegroeid. Steeds meer mensen verdienen kennelijk genoeg om geld weg te kunnen zetten bij de Kabul Bank, opgericht in 2004, of bij een van de andere particuliere banken. Winkelier Ahmad, die ook in geneesmiddelen handelt en wiens broer een winkel heeft in het centrum van Kabul, zegt dat hij het nog nooit zo goed heeft gehad als nu. Onder de Talibaan lag alles stil, nu wordt er overal in Kabul gebouwd. „We zijn tevreden”, geeft Ahmad de stemming onder de middenstand in Kabul weer.

Ook autohandelaar Shafiullah (24) profiteert van de toegenomen welvaart. Zeven jaar geleden begon hij als hulpje, nu is hij een van de partners van een bedrijf in het noorden van Kabul waar je geïmporteerde tweedehands auto’s kunt kopen. Op het terrein staan tientallen auto’s met Canadese en Amerikaanse nummerplaten. Veel klanten kopen een gebruikte middenklasser, zoals een Toyota Corolla van tien jaar oud, maar er is ook grote vraag naar de duurdere merken, zegt Shafiullah. „In de afgelopen vijf jaar zijn de mensen rijker geworden en dus kopen ze betere auto’s”, zegt hij.

Een bordeauxrode Luxus Landcruise uit 1999 met 30.000 kilometer op de teller moet 30.000 dollar opbrengen. Een witte pick-up van twee jaar oud, net gepoetst, is 10.000 dollar duurder. „De laatste tijd verkoop ik gemiddeld zes à zeven auto’s in de week. Daarvan kan ik goed leven”, zegt Shafiullah. Maar een rekening bij de Kabul Bank heeft hij niet. „Ik gebruik mijn winst om meer auto’s te kopen”, zegt hij.

Door zo te investeren, hoopt Shafiullah zijn bedrijf steeds verder uit te breiden. Maar hoe lang is dat hem nog gegund? Kabuls nieuw verworven welvaart wordt gevoed door de aanwezigheid van talloze buitenlandse donororganisaties. Die hebben kantoren nodig, auto’s („altijd nieuw”, zegt Shafiullah) en personeel. En ze hebben veel geld om te besteden aan projecten. Zij houden een keten van economische ontwikkeling aan de gang.

Volgens politiek analist Mir, die onlangs een vergeefse poging deed zich te laten verkiezen in het nieuwe parlement, is daar op zich niets mis mee. „Maar je hebt het wel over een nepeconomie die kunstmatig in stand wordt gehouden”, zegt hij. „Landbouw heeft altijd 80 procent van de Afghaanse economie uitgemaakt. Nu is de dienstensector plotseling de belangrijkste inkomstenbron. Dat lijkt mooi, maar dat kan natuurlijk niet duurzaam zijn. Zo gauw de internationale gemeenschap vertrekt, stort alles als een kaartenhuis in elkaar.”

Dat klinkt nogal somber, maar juwelier Jawad kan zich er wel iets bij voorstellen. Tijdens de Talibaan zwierf hij rond in Pakistan en in Iran, nu zit hij achter de toonbank van zijn sieradenwinkel in Kabul City Center, een van de moderne winkelpaleizen die de afgelopen jaren in de hoofdstad zijn verrezen. Dertig procent van zijn cliëntèle bestaat uit buitenlanders, de rest uit Afghanen die rijk zijn geworden dankzij de toestroom van grootschalige buitenlandse hulp. Gewone Afghanen komen nauwelijks in zijn winkel, zegt hij. „De meeste mensen hebben genoeg moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Als ze al geld over hebben, gebruiken ze dat om hun huis op te knappen of om aan een fatsoenlijk huis te komen.”

De ongetrouwde Jawad is nog maar een jaar of 23, maar als vluchteling heeft hij al voldoende levenservaring opgedaan om te beseffen dat er in Afghanistan geen garanties bestaan dat zijn huidige succes voor altijd zal zijn. Elke keer als er een zelfmoordaanslag plaatsvindt in Kabul, blijft het wekenlang doodstil in het winkelcentrum, zegt hij. En hij is met analist Mir eens: als de internationale gemeenschap verdwijnt, wordt de toekomst uiterst onzeker. „Natuurlijk zijn we bang voor die dag”, zegt hij. „Als de Talibaan opnieuw oprukken, is alles voorbij”.