Onzekere akkoorden

Het voorlopige regeerakkoord van VVD en CDA en het daaraan gekoppelde gedoogakkoord van VVD, PVV en CDA is in één opzicht in elk geval niet geslaagd. Van een beknopt akkoord op hoofdlijnen is geen sprake. Inclusief bijlagen beslaan de overeenkomsten tientallen pagina’s.

Hoewel de drie fractieleiders Rutte (VVD), Verhagen (CDA) en Wilders (PVV) gistermiddag trachtten van de presentatie van hun overeenkomsten een glimmende goednieuwsshow te maken, ging het onderlinge vertrouwen kennelijk niet zover dat zij het aandurfden om slechts een akkoord op hoofdlijnen te sluiten. Dat is jammer, want de realiteit heeft maar al te vaak de beperkte houdbaarheid van een regeerakkoord blootgelegd. Recent nog, toen het vierde kabinet-Balkenende in 2008 al met een wereldwijde financiële crisis werd geconfronteerd. Onzekerheid over toekomstige economische ontwikkelingen, inclusief de zeer nabije, betekent dat het regeerakkoord van betrekkelijke waarde is.

Niettemin is het verstandig dat de beoogde coalitiepartners inzetten op een stevige sanering van de overheidsfinanciën van uiteindelijk 18 miljard. Maar die bestaat niet alleen uit bezuinigingen, maar ook uit belastingmaatregelen en andere lastenverzwaringen. Om tot 18 miljard euro te komen, neemt het conceptregeerakkoord de bezuinigingen van het zittende kabinet over, voegt daar zelf 8,75 miljard euro aan toe, maar zadelt de burgers ook op met een lastenverzwaring van 6,25 miljard. Dat iedereen van deze maatregelen iets zal merken, zoals beoogd premier Rutte zei, was zeker geen eufemisme.

Onder meer door aftrekposten te verminderen verhoogt het kabinet van VVD en CDA feitelijk de belasting. Daarnaast zullen, bijvoorbeeld, sommige huurders en jongeren met een handicap extra moeten betalen of inleveren. Ook gaan eigen bijdragen voor zorg en kinderopvang omhoog, en wordt de zorgtoeslag verder beperkt. Pijnloos ‘ombuigen’ tot een niveau van 18 miljard gaat nu eenmaal niet. En dan zijn de meeste bezuinigingen op de overheidsuitgaven lang niet hard. Het is de vraag of het kabinet het tempo zal halen dat bij allerlei maatregelen nodig is.

Onvermijdelijk is ook dat daarbij het mes gaat in subsidies. Maar teleurstellend is het dat het beoogde kabinet niet tot modernisering komt van de woningmarkt en het ontslagrecht, en de voorgenomen verhoging van de AOW-leeftijd gedeeltelijk terugdraait. Het toont zich hier te behoudend.

Voorzover er sprake is van een „historisch akkoord”, zoals PVV-leider Wilders het noemde, zit hem dat meer in maatregelen als het vormen van een nationale politie en denaturalisatie. Ook spreken regeer- en gedoogakkoord stevige woorden als het gaat om de beperking van immigratie en de toestroom van asielzoekers. Tegelijkertijd valt op dat veel van deze voornemens staan of vallen met de mogelijkheid om internationale verdragen, vooral binnen de Europese Unie, te veranderen. Die mogelijkheden zijn beperkt. En dat hebben Rutte, Verhagen en Wilders er niet bij verteld.