Ik heb de touwtjes graag in handen

Karsu Dönmez is zangeres. Zij werd ontdekt in het restaurant van haar vader.

Onlangs verscheen haar eerste cd. In eigen beheer, want ze wil helemaal vrij zijn.

De kans dat je dit interview en deze foto binnenkort uit de krant gescheurd ziet hangen, achter de ruiten van het Turkse restaurant Kilim in de Amsterdamse Pijp, is niet zo groot.

Dat raam hangt namelijk al zo goed als vol. De vader van zangeres Karsu Dönmez knipte allerlei interviews, reportages en foto’s van Karsu uit kranten en tijdschriften, maar daar is hij onlangs mee opgehouden omdat de gasten anders de straat niet meer kunnen zien.

Karsu Dönmez (20) heeft een muzikaal cv waarover andere artiesten misschien wel een heel leven zouden doen om dat op te bouwen. Ze zingt sinds haar vijftiende in het restaurant van haar vader. Daar werd ze ontdekt; haar huidige manager kwam in het restaurant eten en hoorde haar zingen. Sindsdien heeft ze twee keer in de Carnegie Hall in New York gezongen, speelde ze in het Concertgebouw in Amsterdam en stond ze dit jaar op het North Sea Jazz Festival. Ze trad op in Turkije, Engeland, België en Duitsland.

Toch zijn er ook nog steeds dingen die Karsu Dönmez voor het eerst doet: ze bracht een paar weken geleden haar eerste cd uit, in eigen beheer. Het is de live registratie van haar eerste grote eigen concert, dat ze in februari van dit jaar gaf in het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam.

Waarom ben je niet in zee gegaan met een platenmaatschappij?

„Ik heb wel veel platencontracten aangeboden gekregen, ook vanuit het buitenland. We hebben alle contracten doorgenomen, met de beste advocaat van Nederland erbij, maar ik heb toch besloten om het niet te doen. Je zit aan zo’n contract meestal vast voor vijf albums, dat is ongeveer vijftien jaar. Dat vind ik te lang. En als je in die tijd een hit scoort? Dan blijft het bedrag dat je krijgt, hetzelfde.”

Maar dan heb je wel vijf albums.

„Het gaat mij om de vrijheid. Ik zou met een contract nooit zo vrij zijn als ik nu ben: ik kan spelen wat ik wil, uitbrengen wat ik wil, de muziek maken die ik wil. Laten zien wat ik wil, maar vooral ook dingen waarvan je dat niet wilt, níét hoeven laten zien. Dat is fijn. En daarbij, mijn inkomsten gaan nu niet naar hoge piefen, tegelijkertijd is het nadeel dat je zelf ook veel kosten hebt.”

Was dit wat je altijd wilde?

„Nee, ik heb hier nooit van gedroomd ofzo. Ik wilde toen ik klein was nooit zangeres worden, ben hier eigenlijk gewoon ingerold. Absoluut niet tegen mijn zin – ik wil niet veertig zijn straks en moeten denken, hád ik toen maar. Het is heel bijzonder wat ik nu doe, en ik vind het heerlijk om mooie jurken en schoenen te kunnen kopen, haha, dat vindt een meisje gewoon prachtig. Maar ik zag mezelf altijd eerder in een functie, iets hogeropgeleids. Nu zie ik dit als mijn eigen onderneming. Als ik thuis achter de computer zit om partijen uit te werken voor de piano, cello of gitaar, maar ook als ik dingen met de belasting moet regelen of de Kamer van Koophandel. My god, dan is het ineens wel heftig allemaal.”

Wat is er zo heftig, dan?

„Je leeft heel onregelmatig. Vijf dagen Turkije voelt als drie weken. Aankomen, spullen droppen, soundchecken, kleding regelen, optreden, anderhalf uur slapen en weer vroeg opstaan om een vliegtuig te halen. En weer terug omdat je je jurk hebt vergeten. Dat is zwaar, maar het is tegelijkertijd ook vét: de ene dag sta ik aan de Bosporus in Istanbul, de volgende dag doe ik mijn ogen open in Oxford en ben ik middenin een boek over Harry Potter beland. Ik ga nu gewoon hiervoor.”

Waar geniet je het meeste van?

„Ik vind het het allermooiste als het resultaat goed is. Als ik in mijn kamer tot 3 uur ’s nachts aan een nummer heb geschreven, en als we dan eenmaal op het podium staan en zien hoe enthousiast het publiek reageert, dat is geweldig. Laatst trad ik op met mijn violiste, de zaal was bomvol. Ze stond helemaal aan de andere kant van de zaal, maar wij zetten precies tegelijk in. Zij speelde zó strak en zó emotioneel tegelijk, en ik ging op de piano meteen naar de kleine tonen. Ineens hoorden we dat de spanning in de zaal echt te snijden was. Dan doe ik mijn ogen open en zie een vrouw met haar ogen wijdopen, handen voor haar mond, ademloos zitten te luisteren, dat is zó mooi om te zien. En die trots, die mag dan op mijn naam staan. Wat goed gaat of juist misgaat, míjn naam hangt ervan af. We werken samen als team, we willen die prestatie echt allemaal zo goed mogelijk neerzetten. Maar de eindverantwoordelijkheid ligt bij mij.”

Wat is je volgende stap?

„Met de opbrengsten van mijn live-cd wil ik nu graag een debuutalbum in de studio maken, en dan moet ik ook alles zelf betalen: de opnames, de producer, de studio, alles. Ik voel me er heel volwassen door. Ik wil graag diegene zijn die de touwtjes van de marionetten in handen heeft, dat mijn vingers die poppen bewegen. Ik stuur ook zelf alle mailtjes naar mijn band: jongens, let op, allemaal iets zwarts aan morgen. Of: wel op tijd komen. Dat had ik vroeger op school al – in groepjes enzo wilde ik ook altijd de leiding. Ik was bang dat als je het aan een ander overlaat, dat het dan misgaat.”

Wil je in de muziek ook die controle houden?

„Ja, in de muziek ook. Ik schrijf alle partijen zelf. Maar ik kan ook heel goed alles loslaten hoor. Helemaal als we jazz spelen, daar hoort juist ook eigen inbreng en improvisatie bij.”

Ligt bij jazz je hart?

„Jazz is wel de grote lijn waarmee we spelen nu, maar ik vind het heel moeilijk om die keuze te maken, wat ik het fijnste of mooiste vind. Ik gebruik ook veel Turkse en klassieke invloeden. Het hangt erg van het nummer af, ik probeer van alles te combineren. Turkse nummers kan ik heel klassiek aanpakken. Ik mix allerlei stijlen.”

Zijn je Turkse roots belangrijk in je muziek?

„Ik gebruik die Turkse invloeden, gewoon omdat ik toevallig Turks ben. Al wilde ik daar eerst niets van weten hoor, ik vond die volksmuziek maar oubollig. Daar luisteren je ouders naar, dacht ik. Maar nu kan ik het juist wel waarderen.”

Om de traditie hoog te houden?

„Nee, dat nou ook weer niet. Mijn doel is gewoon goede muziek maken, de mensen vrolijk maken, of ontroerd. Als ik een opus van Chopin mix met een Turks lied, dan heb ik mensen uit Amsterdam Oud-Zuid in de zaal die denken, ‘ah, Chopin, wat aardig’ en tegelijk herkent een Turks dorpsvrouwtje het lied óók. Het maakt dus niet uit wie er in de zaal zit en dat wil ik ook. Ik wil graag dat iederéén mijn muziek mooi of leuk vindt klinken. Al moet je eigenlijk wel één soort stijl hebben. Dat wilde ik in het begin helemaal niet accepteren hoor, ik wilde gewoon alles kunnen doen wat ik mooi vond klinken. Mensen zeiden, ja, dit gaat wel erg alle kanten op. Maar ja, zei ik, dat ís mijn stijl. Toch heb ik nu wel geleerd dat een luisteraar in de eerste vijf seconden moet weten: dat is die-en-die. Dat probeer ik nu dus te ontwikkelen. Dat je bij elk nummer meteen hoort: ah, dat is echt Karsu.”

Karsu Dönmez staat volgende week vrijdag in de Melkweg, in Amsterdam. Bekijk haar complete agenda op: www.karsudonmez.nl