Hoe ik een populist ben geworden

Een politiemacht voor huisdieren, volle asbakken in kleine cafés, hard rijden op de snelweg, een extra knuffel voor onze bejaarden; wanneer naar een verklaring voor het succes van populisme wordt gezocht, wijst de vinger vaak naar de ik-gerichtheid van de moderne burger.

Vorige week werd dat in deze krant weer eens gedaan door de Italiaanse filosoof Raffaele Simone, die op dit moment de Franse socialisten leert het monster van het rechtse populisme te verslaan. De vinger van de professor wees niet, hij priemde. Want een monster is het, „een zoet monster weliswaar, maar niettemin een monster”.

Volgens Simone heeft de opkomst van de rechts-populistische partijen te maken met een verschuiving in onze cultuur. De Europese burger heeft zich afgewend van de samenleving en zich volledig overgegeven aan consumeren. Alles in zijn leven draait om uiterlijk en genot. Wacht, ik laat de professor zelf aan het woord. „Het monster kwam op in de jaren tachtig en is een breed cultureel fenomeen. Dit monster wordt gekenmerkt door hyperconsumptie, superkapitalisme, de dwang om vakantie te vieren, goedkoop vliegen en de opmars van internet en mobiele telefoons. Zo ontstond een narcistische samenleving, die zich laaft aan media en het verschil tussen feit en fictie kwijtraakt.’’ Omdat genot en entertainment centraal staan, stelt de Italiaanse professor vervolgens, raken burgers steeds verder verwijderd van de traditionele doelen en opvattingen van links: solidariteit, herverdeling van welvaart, de strijd voor een betere wereld.

Zo zien we het graag. Het is populistisch rechts dat handig inspeelt op die egotrip die de professor „het zoete monster’’ noemt; terwijl links manmoedig blijft pleiten voor betrokkenheid met de samenleving, het vermogen om voorbij het hek van je achtertuin te kijken. Is het zo simpel? Ik ben geen aanhanger van de PVV en toch houd ook ik van goedkoop vliegen; ik schrijf deze column in een hotelkamer op mijn iPad en ben van plan zodra ik klaar ben lekker te gaan shoppen. Betekent dat dat ik rijp ben voor het populisme? Heeft het zoete monster me te pakken? De Italiaanse professor maakt een onderscheid tussen hedonisten en maatschappelijk betrokkenen, mensen die volledig op zichzelf gericht zijn en mensen die het goed met anderen voor hebben. Daarmee kun je de populisten om de oren slaan en jezelf heel goed voelen.

Alleen wringt het een beetje. De professor doet voorkomen of het hedendaagse hedonisme zich enkel uit in onze neiging naar vertier en genot en het huldigen van ons eigenbelang. Maar dan zou je niks meer met de politiek te maken willen hebben, en je kunt veel zeggen van het populisme, maar dat nu juist niet. Het elan van de PVV is groot; het recente boek van partij-ideoloog Martin Bosma steekt gedreven af bij al die tamme politieke gelegenheidsboekjes van de afgelopen jaren (denk aan Dit land kan zoveel beter van Wouter Bos). De strekking van dat boek is hopeloos ideologisch verdwaasd (het verschil tussen oudlinks en nieuwrechts: oudlinks liep te hoop tegen een rijke industrieel in een villa, nieuwrechts tegen zigeuners in een villa).

Maar je kunt niet zeggen dat er geen betrokkenheid uitspreekt. Het is vooral links dat de laatste jaren intellectuele luiheid vertoont, links dat zich tevreden stelt met een defensieve opsomming van principes en sleetse geloofsartikelen en nog altijd smetvrees heeft voor het hete hangijzer van deze tijd: identiteit. Zolang je weigert je op een serieuze manier in die nieuwe behoefte aan eigenheid te verdiepen, is ieder antwoord op de opkomst van het populisme een zucht in de storm.

Ook professor Simone lijkt het verlangen naar identiteit over het hoofd te zien; hij denkt dat de hedonisten zich van de politiek hebben afgekeerd. Dat is onzin. Het populisme is succesvol, doordat de hedonisten zich tot de politiek hebben bekeerd. Goedkoop vliegen en de nieuwste mobiele telefoon bleken niet langer voldoende. Men wil zijn zin hebben, dat is waar, maar men wil vooral gezien worden.

Ik geef de professor graag gelijk wanneer hij stelt dat de grote verschuivingen op het politieke vlak het resultaat zijn van een verschuiving binnen onze cultuur. Dat is een belangrijk inzicht, dat door de politieke commentatoren in Nederland steevast over het hoofd wordt gezien. Zij verliezen zich op dit moment massaal in de romantiek van de gefnuikte burger.

Alleen geldt die verschuiving in de cultuur voor ons allemaal. Bij ons allemaal is de nadruk meer en meer komen te liggen bij onze eigen persoonlijkheid en de manier waarop we die presenteren – of ensceneren – in de maatschappij. Aan ons allen is beloofd dat we onze eigen wereld mogen maken; door de commercie, die beweert alleen maar naar onze wensen te luisteren, door de media, waarin sinds een paar jaar het dogma heerst dat je de mensen moet geven wat ze willen en niets waar ze niet om gevraagd hebben, door de politiek die het „luisteren naar de burger’’ tot mantra heeft gemaakt. Het gaat er niet langer om het streven naar een zo objectief mogelijke kennis over jezelf en de wereld, het gaat erom hoe je de wereld beleeft.

Het is flauw van de professor om dat politieke hedonisme in de schoenen van rechts te schuiven. De neiging om politieke overtuigingen aan te hangen waar je jezelf lekker bij voelt, zonder je rekenschap te geven van de consequenties die dat voor de samenleving zou kunnen hebben, zonder te kijken of die grote woorden ook praktisch uitvoerbaar zijn, zonder de noodzaak te voelen die overtuigingen in te brengen in een debat – is die alleen bij de PVV de vinden? Die versnippering op links, dat onvermogen om het narcisme van de kleine verschillen af te leggen, is dat werkelijk het gevolg van verschillende visies van kiezers op wat een goede samenleving is, of komt het net zo goed voort uit het primaat van de lifestyle, de overtuiging dat de wereld er voor jou is, in plaats van andersom?

Ik weet het, er worden op links consequent grotere en hogere belangen aangeroepen dan het ordinaire persoonlijke belang, maar waarom is het zo moeilijk zich in naam van al die gedeelde belangen met elkaar te verenigen? Waarom zijn zoveel bijeenkomsten over het belang van een verenigd Europa en leven in een pluriforme samenleving vrijwel altijd bijeenkomsten van gelijkgezinden? Oppositie voeren tegen dit kabinet zal gemakkelijk zijn, het Malieveld is snel gevuld, maar zolang men op links niet in staat is zijn eigen politieke hedonisme onder ogen te zien, zal die oppositie heel lang gaan duren.