Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Kranten

Hij fuseerde NRC en Handelsblad

Willem Pluygers (96) vertelt over de fusie tussen de Nieuwe Rotterdamse Courant en het Algemeen Handelsblad die hij in 1970 tot stand bracht.

1976: NRC Handelsblad voor 't laatst uit lood gezet;midden directeur Pluygers
1976: NRC Handelsblad voor 't laatst uit lood gezet;midden directeur Pluygers Foto Leo van Velzen

De man die in 1970 de Nieuwe Rotterdamse Courant en het Algemeen Handelsblad bij elkaar bracht, kwam min of meer bij toeval in het uitgeversvak terecht. Willem Pluygers (96) vertelt graag over die voorgeschiedenis, thuis in Burgh-Haamstede: „Mijn vader was een Rotterdamse zakenman, een groothandelaar, en was bevriend met een andere zakenman, Henricus Nijgh, eigenaar en uitgever van onder meer de NRC. Nijgh had geen mannelijke opvolger. Wel een dochter.” De vader van Pluygers en Nijgh spraken elkaar regelmatig tijdens de jacht. Zo ontstond het idee: kan Willem, geboren in 1914, geen grafische opleiding doen en in de uitgeverij komen? Zaten Willem en Nijghs dochter ook niet samen op dansles? Zo werd het plan geboren.

Na de HBS kreeg Willem Pluygers een door Nijgh uitgestippelde uitgebreide internationale grafische en uitgeversopleiding. Eerst in Duitsland, in Leipzig, waar hij was toen Hitler aan de macht kwam. De grafische opleiding was prima, maar van het oprukkende nationaal-socialisme moest hij niks hebben. „En ik hield mijn mond niet”, zegt Pluygers. Dus vlak voor de tweejarige cursus voorbij was, ging hij terug naar Nederland. Vandaar door naar Londen, om op Fleet Street meer over het drukkersvak en de krantenbusiness te leren. Pluygers was gefascineerd door de toen nieuwe mogelijkheden om kleuren te drukken en experimenteerde op de opleiding daar. Daarna Parijs, waar hij op een grote drukkerij verder studeerde en werkte. In 1936 was hij terug in Rotterdam en kreeg zijn eerste betrekking bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant van Nijgh. „Nee, met Nijghs dochter is het nooit wat geworden”, vertelt Pluygers.

Hij ging ook nog bij een andere drukkerij werken, maar na de mobilisatie werd hij in 1940 bedrijfsleider van de NRC. In 1944 moest hij onderduiken. Daarna werd hij verbindingsofficier voor de British 2nd Army. Na de oorlog keerde hij terug bij de NRC als waarnemend directeur. „En net toen dat liep, werd ik als reserve-officier opgeroepen voor de mobilisatie voor Indonesië.”

Daar liep hij een vriend tegen het lijf die bij de Leger Lectuurdienst zat. Pluygers vond het krantje dat ze maakten zo slecht, dat hij voorstelde om uit het de NRC een weekeditie samen te stellen. Hij kreeg een contract. Generaal Spoor, vader van later de eerste hoofdredacteur van NRC Handelsblad, riep Pluygers op het matje, en wilde dat het contract ontbonden werd. Daar zag Pluygers niets in. Hij werd bataljonscommandant in Semarang. Toen hij in in 1950 terugkwam in Rotterdam bij de NRC had hij voor de toen al noodlijdende krant met dat weekeditiecontract in Indonesië zo veel verdiend, dat het bedrijf daarvan het dividend over 1949 voor de Nieuwe Rotterdamse Courant NV kon uitbetalen.

Pluygers werd in 1950 directeur. „De toestand van de NRC was en bleef zorgelijk in de jaren vijftig. We verloren geld als water. En de toestand van het Algemeen Handelsblad was net zo.” Hij had al meteen na de oorlog gepoogd de situatie van de uitgeverij te verbeteren door in 1946 een populaire krant op te richten, het Algemeen Dagblad. Maar het bleef slecht gaan met de NRC. „Ik wist”, vertelt Pluygers, „dat er in de loop van de geschiedenis al vier of vijf keer eerder pogingen waren gedaan om de liberale kwaliteitskranten uit beide havensteden, de NRC en het Handelsblad, samen te voegen. Maar altijd liep het stuk op de rivaliteit Amsterdam-Rotterdam.”

Toch liet dat idee Pluygers niet los. „De redacties zagen er niets in, en ook de raad van commissarissen van beide bedrijven niet. Hoe logisch en zakelijk noodzakelijk het ook was, het leek onbespreekbaar.” Pluygers bleef volharden in zijn idee, en er over spreken. Pluygers kende de Rotterdamse Unilever-topman Sidney van den Bergh. En die was commissaris bij het Algemeen Handelsblad. „Ik vroeg hem: als jij nu het voorstel steunt dat de NRC en het Handelsblad samengaan, dan doe je goed werk.” Er volgden verschillende vergaderingen van de top van de bedrijven, maar Rotterdam en Amsterdam leken niet nader tot elkaar te willen komen. Toen hij op het allerlaatste moment in 1964 voorstelde in ieder geval een holding te maken, met beide uitgeverijen er in ‘om aan elkaar te wennen’ ging men akkoord. De Dagbladunie was geboren. Die gaf voortaan de NRC en het Handelsblad en ook het Algemeen Dagblad uit.

Van een volledige fusie van NRC en Handelsblad was nog geen sprake. De parlementaire- en economieredacties werkten wel al samen. „Maar we konden met de kranten ook nog niet echt fuseren, want we hadden geen pers die groot genoeg was om de hele oplage te drukken. Samen was die zo’n 125.000 in die tijd geloof ik”, vertelt Pluygers. Door toeval kreeg hij een advertentie onder ogen, waarin precies de tweedehands pers die hij nodig had werd aangeboden. In Buffalo, Amerika. Met zijn adjunct-directeur vloog hij er onaangekondigd heen, en kocht de pers. Hij regelde ook dat de bouwer van de pers, Goss uit Chicago, het apparaat naar Rotterdam bracht en opbouwde. „Want, zei ik: we zijn oude klanten. In 1900 en 1902 had de NRC Goss-persen besteld; een daarvan draaide nog, de andere was tijdens het bombardement op Rotterdam verloren gegaan. Zo kregen we de pers, en zo kregen we voldoende uitbreiding van de capaciteit om de fusiekrant NRC Handelsblad te drukken.” Op 1 oktober 1970 verscheen het eerste nummer. Pluygers, tot 1981 directeur, leest de krant nog steeds: ‘een goede intellectuele krant’, vindt hij. Hij volgt het krantenbedrijf ook nog altijd: „Innovatie is voor het overleven van kranten noodzaak”, zegt hij – hij was jarenlang voorzitter van de internationale organisatie uit Darmstadt die grafische innovatie stimuleert.