Het regent slangen en padden

Jeroen Janssen en Pieter van Oudheusden: De wraak van Bakamé. Oogachtend, 320 blz. € 22,-

Haas en Hyena zijn elkaars aartsvijanden. Haas heet Bakamé en Hyena Mpysi, ook Kadaverbek. Zij zijn de hoofdpersonen in het stripboek De wraak van Bakamé van tekenaar Jeroen Janssen en scenarioschrijver Pieter van Oudheusden. Van 1990 tot 1994 woonde Janssen als ontwikkelingswerker in Rwanda. Zijn Afrikaanse ervaringen legde hij eerder vast in zijn debuutalbum Muzugu - Sluipend gif (1998). Ook in zijn nieuwe werk, De wraak van Bakamé, zoekt Janssen inspiratie in Afrika. Als motto dient een regel uit Conrads Heart of Darkness: ‘Zij waren mans genoeg om de duisternis het hoofd te bieden.’

Die befaamde Afrikaanse duisternis, de gevaren van het land, de openhartig beleden erotiek en de griezelige sfeer van het oerwoud krijgen in tekst en beeld op barokke wijze gestalte. Aanleiding van het verhaal is een vliegtuig dat neerstort en waarin het nationale voetbalteam Imibu zich bevindt, onderweg naar een sportieve confrontatie met de République du Bon Voisinage. Uit onderzoek blijkt dat een oude, tweedehands automotor als vliegtuigmotor dienstdeed. Hyena gaat op onderzoek uit en verdenkt vijand Haas van sabotage.

Maar verdenken is een, bewijzen is twee. Hyena onderneemt een speurtocht door het niet nader genoemde Afrikaanse land. Hij gaat inderdaad diep het duister in en ontmoet een stamhoofd dat kikkers, slangen en padden uit de lucht laat regenen. Een missionaris vertelt hem zijn dramatische levensverhaal als witte vreemdeling in een zwart land. Toch raakt hij in de ban van Afrika, gepersonifieerd in een beeldschoon Afrikaans meisje. De missionaris komt erachter dat hij in Afrika ‘het leven in zijn volle rijkdom zoals God het had bedoeld’ kan ondergaan.

In de exorbitante beeldtaal van Janssen is Afrika een bedwelmend land. De vrouwen die hij tekent zijn buitensporig rondborstig, hun achterwerken voluptueus en hun lippen zinnelijk rood. Nog niet zo lang geleden werden de strips van Sjors en Sjimmie in de ban gedaan omdat Sjimmies taalgebruik ‘indianentaal’ zou zijn en de clichés over het Afrikaanse volk grof. Janssen en Van Opheusden deinzen niet terug voor een zin als ‘een toekomst rooskleurig als het vruchtvlees van een jong meisje’. In hun perceptie is dit land ‘zoals God het had bedoeld’ vooral een erotisch paradijs en Hyena behoorlijk door borsten en dijen geobsedeerd.

De verhaallijn is los opgezet. De wraak van Haas treft Hyena en zijn vrouw Fleurette zo hard, dat er aan het slot een enorme schreeuw weerklinkt. Janssens en Opheusdens graphic novel is even verrassend als bizar; de tekeningen zijn helder met zwaar aangezette lijnen. De Afrikaanse wereld van overdag is bont en kleurrijk; de nachten inktzwart en dreigend. Hyena lijdt aan angstdromen en hallucinaties. Haas is hem aldoor te snel af, en dat leidt zelfs tot achtervolgingen in krakkemikkige auto’s dwars door de duisternis.