De Letten zijn bijna niet boos te krijgen

De Letten gaan morgen naar de stembus. Hoewel de economische crisis het land in grote problemen heeft gebracht, hebben zij weinig belangstelling voor de verkiezingscampagne.

Een gewone huiskamer – zitbanken, tv-toestel, schilderijtje aan de muur – met ongewone bewoners. In de jongste performance van de Letse kunstenaar Aigars Bikse spelen schapen de hoofdrol. Ze kauwen hooi, kakken ongegeneerd, staren verveeld voor zich uit en lopen met een boog om de enige mens in de kamer: een als schaap verklede acteur. De bezoekers die langs schuifelen moeten raden welk schaap nep is, een eenvoudige, ja flauwe opgave, de acteur staat rechtop.

Bikse (40), een kale man met een lange baard, grinnikt. „Het lijkt simpel”, zegt hij. „Maar in Letland hebben we een blinde vlek voor het voor de hand liggende. We weten wat er niet deugt in dit land, maar doen er niets aan, houden het zelfs in stand. Dat stel ik aan de kaak.”

De Letten gaan morgen naar de stembus voor de eerste parlementsverkiezingen sinds de crisis die hun land, jarenlang kampioen economische groei in de Europese Unie, aan het infuus van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) bracht. Verkiezingen vol emoties en drama, zou je zeggen, maar de campagne verloopt onopgemerkt, de straat houdt zich koest.

Reden tot boosheid is er genoeg. Eerder dit jaar openbaarde een computerkraker, onder het pseudoniem Neo, gegevens van de belastingdienst waaruit blijkt dat de harde bezuinigingen om de crisis te bezweren vooral lagere ambtenaren raken. De top, die de industrie verwaarloosde, vastgoedspeculatie aanmoedigde, de consumptiekoorts in de hand werkte en uiteindelijk dus de crisis, zorgt nog steeds goed voor zichzelf.

Neo, sinds kort bekend als computerwetenschapper Ilmars Poikans (31), verwachtte een mediastorm na zijn onthullingen. Het bleef akelig stil. „Zo is Letland”, zegt Poikans met een wrange glimlach. „De opwinding betrof vooral het veiligheidsbeleid van de belastingdienst.”

Letten worden niet boos. Nou ja, een keer dan, begin vorig jaar, op het hoogtepunt van de crisis. Toen vlogen de bakstenen door de ramen van het parlement in Riga. Een unieke uitbarsting die de regel bevestigde. De Letten ondergaan de recessie verder zonder morren, heel anders dan in andere, veel rijkere EU-lidstaten waar demonstraties en stakingen aan de orde van de dag zijn.

„Je zou kunnen denken dat we behept zijn met een grote realiteitszin”, zegt Ainars Leijejs (22), die politicologie studeert. „Maar ik vrees dat het veel meer te maken heeft met onze volksaard. Letten zijn gewoon vreselijk passief.”

Leijejs is de drijvende kracht achter de stichting ‘Ik ga stemmen’. Al weken bezoekt de student scholen om stemgerechtigde jongeren te mobiliseren, vandaag in een buitenwijk van Riga. In de aula zitten tientallen scholieren onderuitgezakt op versleten stoelen. „Wat betekent democratie”, vraagt Leijejs. „Dat je vier jaar lang je zakken mag vullen in het parlement”, roept een jongen achterin de zaal. Iedereen lacht.

Achttien jaar en cynisch. Leijejs bibbert er van. „De Sovjettijd heeft veel kapotgemaakt, zelfs in jonge hoofden die de dictatuur niet hebben meegemaakt”, zegt de student na afloop van zijn praatje. „Uit onderzoek blijkt dat Letten geloven in sterke leiders. Eigenlijk houden we niet van democratie.”

De Letse politiek, zegt kunstenaar Bikse, wordt niet gedreven door ideeën, maar door geld. In de aanloop naar de vorige verkiezingen werd een wet aangenomen die grenzen stelt aan partijfinanciering, maar stichtingen mogen intussen met onbegrensde financiële middelen campagne voeren voor politieke partijen. En wie investeert, eist vroeg of laat rendement.

„Natuurlijk vinden we het erg als iemand publieke middelen achterover drukt”, zegt Bikse. „Maar we zijn er vooral van onder de indruk.” Aivars Lembergs, een oligarch tegen wie een onderzoek loopt omdat hij politici zou hebben omgekocht, is dankzij liefdadigheidswerk ongekend populair – 35 procent van de Letten wil hem als premier. Zaterdag doet hij mee aan de verkiezingen, die hem niet alleen een zetel maar ook immuniteit kunnen opleveren.

Een terugkerend motief in de Letse geschiedenis is ‘Nationaal Ontwaken’. Het overkwam de Letten drie keer. De eerste in het midden van de negentiende eeuw toen het nationale zelfbewustzijn wortel schoot. De tweede in 1918, het jaar van de Letse onafhankelijkheid. De derde tijdens de Zingende Revolutie (1987-1991), die het einde inluidde van het communisme. „Drie keer ontwaakt en drie keer weer in slaap gesukkeld”, zegt Poikans, alias Neo.

De Letten, zegt Poikans, zijn ook twintig jaar na de val van het communisme nog geen baas in eigen huis. Eerst deelden de Russen de lakens uit, daarna Zweedse banken, die de consumptiedrift aanwakkerden met te goedkope leningen, en nu dicteert het IMF het regeringsbeleid. „Het is geen militaire, maar spirituele en economische bezetting”, zegt hij. „Het ergste is: we hebben het aan onszelf te danken.”

Neo hoopt op een wonder of, beter gezegd, op een proces. De Letse Justitie wil Poikans vervolgen wegens zijn computerkraak, hij mag het land niet zonder toestemming verlaten. „Ik hoop dat ze de zaak doordrukken”, zegt hij. „Laat ze maar een held van me maken. Misschien dat dit land dan eindelijk weer ontwaakt.”