Als jonge honden staan we klaar

Het boek van PVV-politicus Martin Bosma, revolutionaire sage, leerstuk en jongensboek ineen, ademt in felheid geheel de revolutionaire geest van de door de auteur zo verfoeide generatie ’68, vindt Bas Heijne.

AMSTERDAM - De El Ouma moskee in Amsterdam Slotervaart breidt uit. Aannemersbedrijf Geco uit Alkmaar werkt op het dak aan een fraaie nieuwe houten koepel.De uitbreiding wordt geleid door architectenbureau Bob Nieuweboer.
AMSTERDAM - De El Ouma moskee in Amsterdam Slotervaart breidt uit. Aannemersbedrijf Geco uit Alkmaar werkt op het dak aan een fraaie nieuwe houten koepel.De uitbreiding wordt geleid door architectenbureau Bob Nieuweboer. Dijkstra bv

Martin Bosma: De schijn-élite van de valse munters. Prometheus, 376 blz. € 19,95

‘Memoires, je kunt er geen dag te vroeg mee beginnen.’ Dat is de eerste zin van wat Martin Bosma, Tweede Kamerlid van de PVV, zijn ‘gedenkschriften’ noemt. Het zijn woorden die eigenlijk misstaan in De schijn-élite van de valse munters, dat zijn moeizame titel dankt aan Bosma’s grote voorbeeld, de nuchtere sociaal-democratische dwarskop Jacques de Kadt. Dit boek is bepaald geen bezadigde terugblik, maar het verslag van een opstand vanuit het heetst van de strijd. Daarin onderscheidt het zich ook van de meeste geschriften van actieve Nederlandse politici; dat zijn vaak gelegenheidswerkjes ten behoeve van verkiezingen of bundelingen van (door anderen in hun naam geschreven) redevoeringen. Dit boek is ambitieus: het wil het verslag van een politieke revolte beschrijven en tegelijk de ideeën die aan die opstand ten grondslag liggen. Het is jongensboek en leerstuk ineen. De schrijver is een man die zichzelf in interviews een zendeling noemt. Tegelijkertijd is hij verzetsstrijder; de nieuw-rechtse weblogs die hij in zijn nawoord bedankt, noemt hij ‘de moderne samizdat’.

In die zin ademt dit boek ironisch genoeg de revolutionaire geest van de ’68’ers die Bosma als zijn grootste vijanden beschouwt. De manier waarop hij het begin van de politieke beweging van Geert Wilders beschrijft, waar hij zelf al bij betrokken is, volgt een herkenbaar heroïsch stramien: romantisch buitenstaanderschap, politieke gedrevenheid gecombineerd met een komisch gebrek aan ervaring, tegenwerking van alle kanten, algehele verkettering van de machthebbers, die zich gaandeweg zien afgetroefd door de volkswil. ‘Als jonge honden staan we klaar.’

Het boek van Bosma begint op het moment dat hij zich aansluit bij Geert Wilders, die dan zojuist uit de VVD is gegooid om zijn afwijkende standpunt over de toetreding van Turkije tot de EU, en eindigt triomfantelijk met de afgelopen verkiezingen: ‘Binnen wacht Geert een heldenwelkom.’

Deze revolutionaire sage wordt afgewisseld met hoofdstukken waarin Bosma in heldere taal zijn wereldbeeld ontvouwt. Dat is een coherent verhaal, anders dan de slogans van Wilders in het publieke debat, waar Bosma doorgaans ook voor tekent. Sterker nog, zijn verhaal is zo coherent, dat je het gerust schematisch kunt noemen. Of manicheïstisch: er loopt een heel heldere scheidslijn tussen goed en kwaad.

Ik vat samen: toen de sociaal-democratie nog de Nederlandse gewone man vertegenwoordigde, sprak men in nuchtere termen over massa- immigratie, noodzakelijke remigratie en de te voorziene sociale wrijving tussen nieuwkomers uit andere culturen en Nederlanders. Door de machtsgreep van linkse revolutionairen in de jaren zestig en zeventig kwam links in de ban van een verdwaasd wensdenken, waarvan de geloofsartikelen rechtstreeks ingaan tegen iedere vorm van gezond verstand. Het multiculturalisme wordt afgekondigd als nieuwe staatsgodsdienst, op kritiek op massa-immigratie staat een banvloek, wie kanttekeningen bij de linkse geloofsartikelen durft te maken, wordt bedreigd en vervolgd – en wordt zelfs het doelwit van aanslagen door linkse radicalen, die door de elite zwijgend worden goedgekeurd.

Opstandelingen

Die generatie van linkse opstandelingen vormt inmiddels het politieke en bestuurlijke establishment en weigert consequent de gevolgen van haar denkbeelden te onderkennen: islamisering van Nederland, verlies aan culturele eigenheid, uitholling van de democratie door ongeremde massa-immigratie. In de waanwereld van de linkse elite heerst een gemene begripsverwarring: rechts wordt voortdurend gelinkt aan Hitler, terwijl Hitler eigenlijk links was, Wilders en de PVV worden steeds als het kwaad aangemerkt, terwijl de islam een agressieve en nietsontziende politieke ideologie is, waarvoor de poorten door die blinde elite wijd worden opengezet. In de newspeak van de ‘multikul’ heet een probleemwijk een krachtwijk.

Waarom die elite inmiddels niet wakker is? Ze koesteren hun maatschappelijke positie te zeer, stelt Bosma. Ze kunnen niet toegeven dat ze het met de islam, net zoals voorheen met het communisme, bij het verkeerde eind hebben. ‘Men wil het niet zien, men kan het niet zien.’

In zijn afkeer van een generatie die heeft willen afrekenen met Nederland als benauwende gemeenschap en klakkeloos en vaak agressief het kosmopolitisme en het multiculturele ideaal uitdroeg, overtuigt Bosma het meest. Hij heeft gelijk wanneer hij stelt dat nationale identiteit en culturele eigenheid te lang als oubollig of gevaarlijk zijn weggezet, terwijl je op je vingers kon natellen dat die onderwerpen in tijden van globalisering en immigratie weer belangrijk zouden worden. Bosma ziet dat duidelijk als een bewijs van ideologische verdwazing. Jammer dat hij in zijn woede verzuimt te onderzoeken waar die verdwazing uit voortkomt. Voor Bosma gaat het om een generatie die een klap van de ideologische molen heeft gehad, machtsbeluste types die neerkeken op hardwerkende burgers en die hun tegenstanders onmiddellijk voor fascist uitmaakten. Met ironie, en soms met walging, somt hij voorbeelden van linkse gekte op.

Dat is vaak verbazingwekkend en soms vermakelijk – Bosma schrijft goed, zolang hij zijn neiging om te denigreren in toom houdt – maar inzichten levert het nauwelijks op. We hebben gewoon te maken met een vijand, en die kan niet snel genoeg verslagen worden. In een kort zinnetje geeft hij toe dat de machtsgreep van nieuwlinks ook goede effecten heeft gehad, de emancipatie van vrouwen en homo’s, maar hoe die ontwikkelingen zich verhouden tot de algehele linkse verdwazing, daar gaat hij niet op in.

Wat Bosma ‘multikul’ noemt, komt rechtstreeks voort uit de idealen van de Verlichting. Wie een probleemwijk een krachtwijk noemt, kun je beschuldigen van het dragen van oogkleppen. Je kunt ook stellen dat men er achtergestelden een gevoel van eigenwaarde mee wil geven, wat Amerikanen empowerment noemen. Alle ‘multikul’ heeft als uitgangspunt binnen gegeven omstandigheden een leefbare samenleving tot stand te brengen. Die intentie ontspoort vaak genoeg in ijdel vertoon voor de bühne, in het toedekken van reële sociale problemen uit angst nieuwkomers nog meer op achterstand te zetten, verspilling van subsidies aan idiote projecten voor gelijkgezinden, een hysterische angst voor uitsluiting, etcetera. Daar moet je hard tegenin gaan, maar het maakt het ideaal nog niet onzinnig.

De felheid waarmee Bosma zich tegen het linkse wensdenken keert, maakt nieuwsgierig naar zijn alternatief. Dat wordt in de 375 bladzijden van dit boek niet uitgewerkt. De rustige, beschouwende eerste hoofdstukken maken gaandeweg plaats voor slagzinnen en agitprop. Massa-immigratie moet stoppen, zegt hij duidelijk, waarmee hij eigenlijk bedoelt dat er geen moslim meer bij mag. Wat er met moslims moet gebeuren die hier zijn, hoe de rivers of blood te vermijden waarin arabist Hans Jansen zich al verlustigde in een toespraak bij de presentatie van Bosma’s boek afgelopen woensdag, het blijft onduidelijk. Misschien iets voor een volgend boek?

Impliciet stelt Bosma in zijn boek dat de PVV de fakkel van de oude sociaal-democratie heeft overgenomen, nu de linksmens hopeloos de weg is kwijtgeraakt. Maar de revolte die hij in zijn boek beschrijft, en waarvan hij samen met Geert Wilders het middelpunt vormt, wordt zelf gekenmerkt door verdwaasd ideologisch denken. Dat er in Nederland zoveel moslims rondlopen die geen aanstalten maken om morgen de sharia in te voeren, brengt hem niet tot het bijstellen van zijn oordeel. Die moslims zijn alleen gematigd doordat ze de Koran niet goed gelezen hebben – het is ook best een moeilijk boek. Iedere moslim kan als het ware op ieder moment geactiveerd worden. De welbespraakte moslims die het woord voeren in talkshows en actualiteitenrubrieken vormen voor hem niet het bewijs van emancipatie, ze zijn producten van subsidieslurpende multikul-organisaties. Alleen een slechte moslim is een echte moslim.

Vandaar dat hij een warm gevoel van binnen krijgt wanneer een inwoner van Volendam hem op de markt toeroept: „De islam is helemaal geen godsdienst. Het is uit op verovering.” Voor Bosma is dat geen teken van waan, het bewijst hem dat de waarheid aan het indalen is. Waar deze denktrant toe gaat leiden, is moeilijk te zeggen, maar het lijkt me sterk dat ze een herstel van de sociaal-democratie beoogt.

Zendeling

Bosma’s missie als zendeling – en zijn positie als actieve politicus – zorgt ervoor dat hij zijn grote feitenkennis in een ideologisch licht plaatst, als de eerste beste hardcore marxist. Om zijn gelijk aan te tonen, citeert hij graag denkers en politici van onverdachten huize: de oude Drees, Jelle Zijlstra, Hafid Bouazza, Bart Tromp, J.A.A. van Doorn, en anderen. Daarbij toont hij zich selectief op het smadelijke af: het zijn juist vaak de harde, conservatieve critici van links die zich in niet mis te verstane bewoordingen tegen Wilders en de PVV hebben gekeerd. Van Doorn moest niets hebben van de hatelijke ideologische trekken van die beweging en de aanhoudende schoffering en kleinering van een groep Nederlandse burgers die in het wereldbeeld van de PVV nooit Nederlanders kunnen worden (zoals ze dat in de ogen van radicale moslims niet mogen worden).

Over die conservatieve kritiek bij Bosma geen woord, want die is door de bedenker van het begrip ‘kopvoddentaks’ veel minder gemakkelijk te pareren. Al die nuchtere sociaal-democraten die Bosma heldenstatus toedicht, en Jacques de Kadt toch zeker ook, zouden bij het horen van dat woord beschaafd over hun nek gegaan zijn.

In de aanloop naar de recente verkiezingen, tijdens een optreden in RTL Boulevard, beantwoordde Geert Wilders als volgt het verwijt van Humberto Tan, die hem voorhield dat hij volgens het PVV-programma om zijn Surinaamse achtergrond tot de multiculturele nachtmerrie behoorde: zolang je je in Nederland aan de wet houdt, maakt het niet uit of je rood, geel of groen bent en mag je ieder geloof, overtuiging of ideologie aanhangen. Op die woorden is nooit iemand ingegaan. Jammer, want het zijn exact dezelfde woorden die Job Cohen, in de ogen van Bosma de kampioen ‘multikul’, altijd gebruikt. De politieke gedenkschriften van Martin Bosma maken op een fraaie manier duidelijk dat ze in de mond van Cohen ontoereikend zijn, maar in de mond van Wilders een grove leugen.