Ziek paard heeft weinig te klagen in Kentucky

Het paardenhospitaal bij de Wereldruiterspelen draait op volle toeren. Medicatie betekent veelal doping. „Zodra een wedstrijdpaard hier wordt afgeleverd is het einde verhaal.”

Een paard op de operatietafel in Rood & Riddle. Het recordaantal operaties op één dag in het paardenziekenhuis is 42. Foto's Robin Duncan

Wie het nooit eerder heeft gezien, moet even slikken bij het beeld van een gedrogeerd paard dat aan vier benen hangt. Maar bij Rood & Riddle behoort dat tot het standaard repertoire. Het takelen voltrekt zich in enkele minuten, na een orthopedische ingreep waarbij de gewrichten van het dier zijn schoongemaakt. Daarna gaat hij direct naar de uitslaapkamer, want de volgende patiënt dient zich aan.

In Rood & Riddle, het officiële paardenhospitaal van de Wereldruiterspelen in Kentucky, zie je nooit iemand duimen draaien. Wie een arts wil spreken, moet hem bijna letterlijk aan zijn jas trekken. „Zonder groot sportevenement is het al een komen en gaan van paarden”, vertelt Peter Morresey, een van de vier internisten. „Dus je kunt je voorstellen hoe het er hier tijdens de Wereldruiterspelen aan toegaat. Het lijkt soms wel een militaire operatie.”

Dat wil niet zeggen dat er om de haverklap zieke of geblesseerde sportpaarden worden afgeleverd in Rood & Riddle; van de achthonderd deelnemers aan de Wereldruiterspelen, belandden er tot dusver vier in het ziekenhuis. Maar het merendeel van het personeel – onder wie chirurgen, internisten en hoefspecialisten – werkt tijdelijk in de kliniek van het nabijgelegen wedstrijdterrein. Om uitdroging, hoef- en evenwichtsproblemen te verhelpen bijvoorbeeld. „Pas bij ernstige zaken worden paarden naar het ziekenhuis doorgestuurd”, aldus Moressey.

De vier eventingpaarden die deze week bij Root & Riddle terechtkwamen, mogen niet meer op de Wereldruiterspelen uitkomen. Want op de dopinglijst van paardensportbond FEI staan veel medicamenten die bij letsel of ziekte in het belang van het paard moeten worden toegediend. „Zodra een wedstrijdpaard hier wordt afgeleverd is het einde verhaal”, zegt Moressey. „Want stel je eens voor dat een arts beperkt wordt in zijn behandelplan, omdat de ruiter bang is het dopingreglement te overtreden. Voor ons gaat dierenwelzijn boven alles.”

Terwijl in de ene kamer van Rood & Riddle een paard van 600 kilogram omhoog wordt getakeld, buigt een radioloog zich in een ander vertrek over de gedigitaliseerde beelden van een been. Het ziekenhuis telt een ‘pedicuresalon’, een dekhok en een intensive care. En wie wil kan er zelfs stamcelonderzoek laten verrichten. „Dit hospitaal doet niet onder voor gerenommeerde mensenziekenhuizen”, oordeelt Katie Garrett, een van de vijftig veterinairs, in de MRI-kamer. „Innovatie staat bij ons op een hoog plan.”

Om daar te komen moesten veel obstakels worden overwonnen, blijkt uit het vorig jaar gepubliceerde Equine ER: Stories From a Year in the Life of an Equine Veterinary Hospital. In het boek beschrijft journalist Leslie Guttman haar belevenissen bij „de paardenvariant van Grey’s Anatomy” en vertelt zij het levensverhaal van oprichters Bill Rood en Tom Riddle. „Net als Hewlett Packard en Apple Computer begonnen zij ooit in hun garage”, schrijft zij. „Jong, ambitieus en met een groot arbeidsethos.”

Medio jaren tachtig legden Rood en Riddle hun spaarcenten bij elkaar – 1.000 dollar in totaal – en sloten zij met behulp van een bevriende bankdirecteur een lening van 1,8 miljoen dollar af. Bestond hun personeel destijds uit een gepensioneerde buurman en een voormalig serveerster, tegenwoordig hebben zij 230 medewerkers in dienst, onder wie vijf chirurgen, 22 veterinairs en vier voetspecialisten. Het ziekenhuisterrein is sindsdien verviervoudigd.

De reusachtige tredmolen in Rood & Riddle heeft tijdens rondleidingen het meest bekijks. Het apparaat bereikt snelheden van 65 kilometer per uur en laat paarden met ademhalingsproblemen behoorlijk zweten. Bij de eerste beweging schrikken de dieren zich rot, maar veel tijd om stil te staan bij hun situatie hebben zij niet. In die zin zijn zij niet anders dan de mensen die hen terzijde staan.