Tweeduizend woorden is minimaal

Een lijst van 1.600 woorden moet Vmbo-leerlingen in staat stellen hun lesstof te begrijpen.

Hoeveel woorden moet een mens minimaal kennen?

Illustratie Pepijn Barnard

1.600 woorden krijgen een speciale behandeling. ‘Dompelen’ zit erbij, net als ‘werkelijkheid’, ‘belemmeren’ en ‘systematisch’. Ze staan sinds vorige week op een lijst die de gemeente Amsterdam heeft laten samenstellen door het Instituut voor Taalonderzoek en Taalonderwijs Anderstaligen.

Deze ‘schooltaalwoorden’ (niet op de lijst) zijn belangrijk voor vmbo-leerlingen tijdens hun opleiding. Wie niet weet wat deze woorden betekenen, zo is het idee, zal ook de lesstof niet begrijpen. Docenten kunnen de lijsten bestellen als hulpmiddel voor in hun lessen.

1.600 woorden erbij. Is dat veel? Noodzakelijk? Genoeg? Misschien zijn er niet eens zoveel woorden nodig om de wereld te beschrijven. Op zoek naar het minimum. Wat zeggen de experts?

60.000+

Hoe meer, hoe beter, zegt hoogleraar taalkunde Marc van Oostendorp, onderzoeker bij het Meertens Instituut.

Een laagopgeleide volwassen Nederlander kent volgens Van Oostendorp zo’n 15.000 tot 20.000 woorden. Dat is passieve kennis; van die woorden weet je de betekenis als je ze ziet of hoort. De woordenschat van een hoogopgeleide Nederlander telt zo’n 60.000 woorden, exclusief creatieve samenstellingen waarvan de betekenis wel geraden kan worden.

Woordenschat meet je door mensen een representatieve steekproef van alle woorden aan te bieden en te kijken hoeveel woorden ze daarvan kennen, legt hij uit. Als je dat percentage weet, weet je ook ongeveer hoeveel woorden ze in totaal kennen. De veel kleinere actieve woordenschat is nauwelijks te berekenen. Wie gebruikt uit zichzelf een representatieve selectie?

Het voordeel van een grote woordenschat, zegt Van Oostendorp, is dat je beknopter en begrijpelijker kunt communiceren. Moeilijke woorden vatten complexe concepten samen.

„Vaak is het idee: maak zinnen kort en eenvoudig, zonder moeilijke tussenwoorden, dan zijn ze beter te begrijpen. Elke zin op zich is dan wel makkelijk te lezen, maar het geheel wordt brokkelig, onbegrijpelijk. Je moet zelf het verband zoeken. Alleen als je slim bent is dat goed te doen.”

12.000

60.000 is misschien ideaal, maar niet nodig. Anne Vermeer mat als taalonderzoeker aan de Universiteit van Tilburg de woordenschat van allochtone en autochtone kinderen.

Vermeer denkt dat je met passieve kennis van 12.000 vaak gebruikte woorden een heel eind kunt komen „voor zeg, journalistiek op hbo-niveau”. Als woord rekent hij een lemma in een woordenboek. Geen werkwoordsvervoegingen, wel bekende samenstellingen. „Na de 12.000 frequent gebruikte woorden, weten we, ga je naar vaktaal toe”, zegt hij. En vanaf dat moment heeft het niet veel zin meer aan te geven welk woord op die lijst zou moeten. „Dan raak je het spoor bijster. Waarom zou je dat woord moeten onderwijzen, en niet een ander?” Overigens denkt Vermeer dat hoogopgeleiden tot wel 80.000 woorden kennen.

7.000

Het kán met veel minder, meent Wessel Visser, directeur van Bureau Taal dat adviseert over eenvoudig taalgebruik en teksten ‘vertaalt’ voor instellingen. Hij bladert door de schooltaalwoordenlijst. „Hier staan woorden in die er niet in zouden moeten zitten op vmbo-niveau.”

Visser denkt dat je met 7.000 woorden (vervoegingen meegerekend) de meeste algemene zaken nog net kunt uitleggen. Met de nuance dat simpele taal niet alleen met woorden te maken heeft. Visser weet niet hoe lang de lijst is zonder vervoegingen.

Bureau Taal gebruikt de lijst met 7.000 woorden alleen voor het maken van teksten op taalniveau A2, zegt Visser. Dat is zeer eenvoudig Nederlands, voor bijvoorbeeld inburgeraars. Onder A2 zit het beginners-A1. Boven A2 zitten nog B1, B2, C1 en C2.

Het bureau is gespecialiseerd in B1, één niveau hoger. „B1 kan vrijwel iedereen begrijpen.” De lijst die Bureau Taal voor B1 gebruikt, telt 23.000 woorden, inclusief vervoegingen. „Op B1 kun je een vergunning voor een dakkapel en een alvleesklieroperatie uitleggen.” Op A2-niveau gaat dat ook nog net, zegt hij. „Maar op A1 niet meer. Daar is de maatschappij te ingewikkeld voor.”

Schrijven op B1 heeft als voordeel dat het concreet en nauwkeurig is, zegt Visser. „Wat betekent ‘voor uw handicap heeft de gemeente voorzieningen’? „Een rollator? Een taxi?”

2.000

Met Nederlands is het niet serieus geprobeerd, maar het Engels is wel systematisch vereenvoudigd, bijvoorbeeld op de Simple English Wikipedia. De meeste van de 65.000 artikelen zijn geschreven in circa 2.000 verschillende, vaak gebruikte woorden.

Anne Vermeer legt de absolute ondergrens voor het Nederlands bij 1.500 woorden, vervoegingen niet meegeteld. Hij is medeontwikkelaar van de Slimme Nieuwslezer, een computerprogramma dat op basis van een test en de moeilijkheidsgraad van woorden artikelen uit kranten filtert. De lezer zou ongeveer 88 procent van de woorden moeten kennen. Vermeer: „Bij een woordenschat van 1.500 woorden waren er geen artikelen meer met die dekkingsgraad. Bij 2.000 woorden, die je bij inburgeren leert, kun je nog wel een artikeltje begrijpen over een man die door zijn buurvrouw in elkaar is geslagen.”

850

Simple English is nog steeds (niet anders) te ingewikkeld (niet simpel). Dat vonden (dachten) mensen. Basic English is een taal met 850 woorden. De schrijver Orwell, ooit (toen) fan (mens die het goed vond) baseerde er (maakte er van) Newspeak (taal die niet bestaat) uit 1984 (boek) op. Met 850 woorden wordt dingen uitleggen (vertellen hoe het werkt) erg (veel) moeilijk. De taal wordt bijna niet gebruikt.