Schuifelen

Toen ik twaalf was, dook er iets nieuws op bij onze klassenfeestjes: schuifelen. Dat gebeurde altijd op het nummer ‘Careless Whisper’ van George Michael. Met die getourmenteerde saxofoonsolo. Wat we deden was langzaam bewegen in een soort gegeneerde omhelzing, onderwijl ironisch naar je klasgenoten kijkend. Je moest vooral niet de indruk wekken dat je het allemaal serieus nam. Daar was het namelijk te serieus voor.

Maar waar het nu even om gaat: het woord ‘schuifelen’. Van weinig woorden heb ik later zo veel varianten gehoord. In verschillende gebieden wordt het anders genoemd, en ‘over de generaties heen’ ook.

Ik dacht dat het in heel Brabant ‘slowen’ werd genoemd. Laatst wierp ik de kwestie op tijdens de Brabantse Dag te Heeze (onder Eindhoven), en daar was de hele goegemeente ervan overtuigd dat het ‘zwemmen’ heette. Eén vrouw noemde het ‘schuren’, maar gaf toe dat ze zich misschien vergiste en het had over de vuige praktijken van de jeugd van tegenwoordig, met veel bil-tegen-piemel.

Na Heeze heb ik het ook maar eens gevraagd aan de inwoners van Den Helder. Die riepen eensgezind: ‘scharrebakken’. Met een collectieve blik alsof dit een normaal woord was.

Weer ergens anders hoorde ik ‘plakken’, en ‘plakdansen’.

Ook door de generaties heen vinden er veranderingen plaats. Veel babyboomers hebben het over ‘slijpen’, maar ik heb geen idee in welke gebieden of welke tijdperken slijpen vooral hoogtij vierde. En of het misschien in kleine vergeten valleien in Gelderland nog steeds gebruikt wordt.

Het interessante aan dit woord-met-vele-vormen (en ik houd het dus maar even op ‘schuifelen’) is dat het een puberwoord is. En dan nog een heel geïsoleerd puberwoord ook. Want: pubers praten vooral met klasgenoten en misschien met vrienden van de sportclub. Later, als je eenmaal in de twintig bent, dan is er nooit meer iemand die ineens ‘Careless Whisper’ opzet en dan heel hard ‘schuifelen!’ roept.

Jammer eigenlijk. ‘Schuifelen’ is het taalkundige equivalent van een bak bolognesechips met een goedkope fles cola ernaast.

paulien cornelisse