Roobeek klokkenluider in Fortis-affaire 'Collega's met kromme ruggen en gebogen knieën'

Ex-commissaris Annemieke Roobeek deed drie jaar voor de ondergang van Fortis haar beklag over misstan-den in het bestuur van de bankverzekeraar.

Annemieke Roobeek: "Iemand moest zeggen wat er werkelijk aan de hand was." Foto NRC Handelsblad, Leo van Velzen Breukelen, 10-09-10. Prof. dr. Annemieke J.M. Roobeek, hoogleraar Strategie en Transformatiemanagement. Foto Leo van Velzen NrcHb.

Nout Wellink, president van De Nederlandsche Bank, werd al in mei 2005, drie jaar voor de val van Fortis, ingelicht over misstanden binnen de bank en verzekeraar op het vlak van goed bestuur. Hij kreeg die informatie van een ingewijde, Annemieke Roobeek, die sinds 1994 commissaris was bij het Belgisch-Nederlandse concern en in het voorjaar van 2005 gedwongen ontslag moest nemen.

Wellink was verrast dat een commissaris van Fortis hem voor een discreet gesprek onder vier ogen wilde zien. De vertrouwelijke ontmoeting vond plaats op donderdag 12 mei 2005, om half vijf in de middag, op het hoofdkantoor van de toezichthouder in Amsterdam. Roobeek en Wellink praatten gedurende anderhalf uur met elkaar. De commissaris beleed er haar persoonlijke biecht over wat ze de voorbije jaren bij Fortis had meegemaakt.

Roobeek vertelde over de gedragsregels voor goed bestuur, die bij Fortis eerder in woorden dan in daden werden nageleefd. Ze legde uit hoe het directiecomité en de commissarissen ten opzichte van elkaar functioneerden, en wat de allesoverheersende positie van president-commissaris Maurice Lippens daarbij was.

Ze wees DNB ook op het systematisch verdoezelen van de cijfers van de Nederlandse activiteiten: het naar beneden halen van de feitelijke prestaties door extra kosten op Fortis Bank Nederland te verhalen. Ze had het over de verhuizing van belangrijke activiteiten en bancaire kennis uit Nederland naar Brussel en de verontrustende leegloop van topmedewerkers bij MeesPierson, dat in 1996 door Fortis was overgenomen, en andere afdelingen.

Dit gesprek heeft het wantrouwen van Wellink over de manier waarop Fortis werd aangestuurd in belangrijke mate beïnvloed, stellen ingewijden uit de omgeving van De Nederlandsche Bank. „Iemand moest zeggen wat er werkelijk aan de hand was,” zegt Roobeek in een gesprek met deze krant.

De 51-jarige hoogleraar, die strategie en transformatiemanagement doceert aan de Nyenrode Business Universiteit, bezorgde ook in het najaar van 2007, met de hulp van een topbestuurder van Fortis Nederland, belangrijke informatie aan DNB en leden van de Tweede Kamer over de manier waarop Fortis wijzigingen binnen de top van ABN Amro Nederland wilde doorvoeren.

Er circuleerde toen een organogram in de groep dat de drie hoogste bestuurslagen van ABN Amro weergeeft en waarin een groot aantal sleutelposten geschrapt en vervangen waren door namen van bestuurders en kaderleden van Fortis, onder wie diverse Belgen.

Vorig jaar november werd Roobeek door de regering-Balkenende benoemd tot commissaris van de Nederlandse staatsbank ABN Amro. Ze ziet nu toe op de integratie die van ABN Amro en Fortis eind 2012 één functionerende bank moet maken.

Waarom bent u in mei 2005 naar de toezichthouder, president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank, gestapt?

Annemieke Roobeek: „Ik ben elf jaar commissaris geweest bij Fortis. Ik was een grote aanhanger van het vernieuwende model van Fortis, dat in 1990 is opgericht door het Belgische AG en twee Nederlandse bedrijven: de verzekeraar Amev en spaarbank VSB. We waren ondernemend, innovatief en op samenwerking gericht. Eind jaren negentig is dat stelselmatig veranderd. Er is toen een centralistische aansturing vanuit Brussel gekomen. Het concern raakte uit balans door de machtspositie die voorzitter Lippens zich steeds meer toe-eigende en waartegen weinig weerstand was van de andere commissarissen. Het waren collega’s met kromme ruggen en gebogen knieën. Ik voelde me hoe langer hoe meer geïsoleerd. Na mijn vertrek vond ik dat de toezichthouder moest weten wat er werkelijk aan de hand was. Het was mijn rol om op eerlijke en integere wijze te vertellen, dat er belangen in het spel waren bij Fortis-bestuurders die niet zo gunstig waren voor de Nederlandse activiteiten en de mensen die er werkten.”

Wanneer begon de situatie bij Fortis te kantelen?

„De overname van de Generale Bank in 1998 is een belangrijk keerpunt geweest in de relatie tussen Belgen en Nederlanders. Het soortelijk gewicht van de Belgische tak werd groter en vanaf dan is er stapsgewijs veel bancaire expertise en ervaring uit Nederland weggehaald. Vaak kennis over financiële markten en zakelijk bankieren die, bijvoorbeeld dankzij MeesPierson dat in 1996 werd overgenomen door Fortis, al eeuwenlang in Nederland zat.”

Waarom lieten de Nederlandse commissarissen van Fortis dit toe?

„Omdat het spel heel subtiel gespeeld werd vanuit Brussel. Er lag niet een expliciet plan aan ten grondslag. Het verschuiven van het machtsevenwicht gebeurde via informele weg. Veel collega’s vonden het prima om met een chauffeur in Nederland afgehaald te worden voor een royale lunch met de president-commissaris in Brussel. Het werd als een eer ervaren om deel uit te maken van een bestuur, dat vanaf 2004 ook voormalige buitenlandse topbestuurders van HSBC, Citibank en Deloitte & Touche had aangetrokken. Ze werden geselecteerd omwille van de status die Fortis met hen verwierf en als beloning voor een geslaagde loopbaan. De meesten, hoe deskundig ook, wisten niet wat er werkelijk gaande was op de werkvloer van Fortis.”

Hoe wist u dat dan?

„Bij Fortis heb ik jarenlang op geregelde tijdstippen lunchgesprekken georganiseerd met medewerkers in het Utrechtse hoofdkantoor van Amev. Ik ben daarmee begonnen enkele jaren nadat ik in 1994, op voordracht van de ondernemingsraad, commissaris werd van het bedrijf. Ik heb dat altijd in alle openheid gedaan en in aanwezigheid van de secretaris van het bestuur. Lippens heeft dat altijd verschrikkelijk gevonden. Hij vond dat een toezichthoudend lid van het bestuur afstand diende te bewaren en zich niet mocht inlaten met het operationele. Maar die gesprekken verschaften mij wel een schat aan informatie over de interne problemen en uitdagingen van Fortis.”

Welke indruk hield u over aan het gesprek met Wellink?

„Ik vond het een heel bevrijdend gesprek. De president van DNB was buitengewoon ontvankelijk. Hij leek me ook verrast over de zaken die hij te horen kreeg. Ik denk dat die informatie hem veel alerter heeft gemaakt. ”

Heeft u nadien nog op geregelde basis met hem contact gehad?

„Nee. Maar in de loop van september 2007 kreeg ik van topkaderleden binnen de Nederlandse bank- en verzekeringspoot het signaal dat Fortis ABN Amro op de knieën wilde krijgen en dat er een bestuur in de maak was dat op alle belangrijke posities Fortis-mensen moest brengen. Ik ben toen gevraagd om vanuit mijn onafhankelijkheid een koeriersrol te vervullen. In de Nederlandse tak leefde het gevoel dat dit niet de normale verhoudingen weerspiegelde van een bedrijf waar de personeelsleden – ook die van ABN Amro – zich zoveel mogelijk zouden herkennen in de nieuwe directie. Het stoorde velen ook dat een aantal functies blijkbaar voorbehouden was voor Belgen, waar normalerwijs Nederlanders zouden mogen worden verwacht. Ik kreeg hierover documenten in handen en heb die aan Wellink gegeven.”

Dit gebeurde terwijl er nog een ‘verklaring van geen bezwaar’ moest worden afgeleverd voor de overname van ABN Amro. Wat heeft de toezichthouder hiermee gedaan?

Die informatie is voor Wellink een extra argument geweest om zijn bezorgdheid over de overname en integratie van ABN Amro met minister van Financiën Wouter Bos te delen. Maar hij zei me dat hij voor een gesloten deur stond. ‘De politiek wil niet luisteren, ik krijg niets voor elkaar’, kreeg ik in de loop van het najaar van Wellink te horen. Wouter Bos wilde niet interveniëren. Daarop heb ik gepoogd met premier Jan Peter Balkenende in contact te komen, die ik ken van vroegere ontmoetingen in de academische wereld. Op 9 oktober kreeg ik de premier aan de lijn. ‘Je moet je rol opnemen in het belang van ons land’, drong ik aan. Balkenende toonde begrip voor mijn standpunt, maar er is daarna geen politiek initiatief gekomen.”

U heeft de informatie ook aan de Tweede Kamer gegeven?

„Ja. In het weekend van 6 en 7 oktober heb ik documenten verwerkt tot achtergrondmateriaal voor leden van de Tweede Kamer, die op basis daarvan kritische vragen konden stellen. Het leek goed een politieke discussie op gang te brengen om het kabinet een zwaardere verantwoordelijkheid te laten nemen voor het behoud van beslissingsmacht en bijhorende werkgelegenheid in de Nederlandse financiële branche.”

Dit heeft amper iets opgeleverd.

„Blijkbaar mocht de overname door Fortis van de Nederlandse activiteiten van ABN Amro geen strobreed in de weg gelegd worden. In de media bespeurde ik, samen met vele anderen, een enorme halsstarrigheid bij minister Bos. Vanuit een soort liberaal oogpunt was het voor de PvdA uit den boze om in de markt in te grijpen.”

Is Nout Wellink daarbij onder druk gezet?

„Dat weet ik niet. Je kunt als toezichthouder twee dingen doen: je schikken in een hiërarchische onderdanigheid of je verantwoordelijkheid nemen. Je kunt je de vraag stellen of Nout Wellink het niet harder had moeten spelen. Vanuit een Hollands gedoogbeleid hebben we de overname en opsplitsing van ABN Amro door een consortium van drie banken zomaar laten gebeuren. Een jaar later kwam de totale implosie. Fortis bleek niet in staat om de overname tot een goed einde te brengen. Dit had voorkomen kunnen worden.”

Nu ziet u als commissaris toe op de integratie van twee verminkte onderdelen, de Nederlandse tak van Fortis Bank en ABN Amro, tot één gezonde bank.

„We zitten nu in een totaal andere context. ABN Amro wordt nu als een klant- en marktgedreven bedrijf geleid met de staat als stabiele aandeelhouder. We hebben het beste van beide werelden. Er is een uitstekende raad van commissarissen die op een voortreffelijke manier wordt geleid door de voorzitter [Hessel Lindenbergh, ex-bestuurder ING, red.]. Toch zie je hoe dat ABN Amro-gevoel van superioriteit, dat naar binnen kijken en altijd denken dat je de beste bent, nog sterk aanwezig is in het bedrijf. Ik hoop dat die cultuur de klantgedreven en ondernemingsgerichte aanpak van Fortis niet fnuikt. Maar we zijn er alert op en werken eraan. Het zou heel sterk zijn als het topkader van ABN Amro erin zou slagen om even respectvol te zijn tegenover de Nederlandse medewerkers van Fortis, als het destijds is geweest ten aanzien van de top van ABN Amro.”