Rechtse hobby

Lehman Brothers is bankroet en in Londen en New York werden de kunstcollecties van de jongens geveild. Jongens waren ze, maar geen aardige jongens. Ze propten hun zakken vol, bedrogen hun klanten, handelden in luchtbellen, maakten van de uitdrukking dubbele boekhouding een eufemisme en stonden vooraan in de rij om de wereldeconomie naar de bliksem te helpen. Intussen liepen de jongens de deur plat bij restaurants, kleermakers en kunstveilingen. Waar lucht en wind te koop was, voelden ze zich op hun gemak.

Nero speelde viool bij de brand van Rome, zegt men. De combinatie Lehman Brothers en Modern Art vormt een ander staaltje van het geweldige samengaan van kunst en ondergang.

Zonder kunst is de catastrofe eigenlijk maar niets. Je moet daar koninklijk op afstevenen. Er werd een opbrengst van 10 miljoen dollar verwacht. Het werden er uiteindelijk 12 miljoen. Voor de kleine spaarder een fortuin, maar een schijntje vergeleken bij de miljarden die zoek zijn.

Toch zijn de jongens er druk mee geweest. Ruim vierhonderd werken trokken voorbij op een van de veilingen. Wat hebben die geldfreaks met kunst? Scheringa was er ook al zo eentje, zij het in een minder grootsteedse variant. Je hoort in de Nieuwe Luidruchtige Kringen wel eens roepen over kunst als linkse hobby. Ik geloof niet dat de jongens van de beursvloer erg links zijn. Het moet op na-aapgedrag berusten.

Wie snel omhoogvalt wil op zijn hoogte ook zo snel mogelijk acclimatiseren. Het moet lijken of hij zich op zijn natuurlijke plek bevindt. Dus gaat hij nadoen wat eerst de adel en daarna de hoge bourgeoisie deed: kunst verzamelen. Zonnekoninggedrag. Galeriehouders met slimme beleggingspraatjes zullen ook geen kleine rol hebben gespeeld. Beleggingstovenaars onder elkaar. Je kijkt toch even in de catalogus wat zulke jongens hebben verzameld.

Nu, zo’n beetje alles wat iedereen al verzamelde. Doorsneewerken van de grote namen. Opgeblazen foto’s van beroemde fotografen. Hypercorrecte impressionisten. Brave provocateurs. De schattingen waren laag, dus konden de opbrengsten alleen meevallen. Zie je wel, het gaat goed met de kunst van de jongens. In dezelfde geest roepen ze nu dat de crisis er op zit en dat iedereen weer fijn aan het kopen is. Economie als gezichtsbedrog.

Fantastische ondernemingen bloeien weer op uit het niets, met kunstwerken aan de muur ‘die nog van Lehman zijn geweest’. Vooral de werken Slagerswinkel en Knippen en scheren van Berenice Abbott die in de directiekamer hingen wekken elders nieuw vertrouwen.