Nieuw mecenaat

De eerste druppel die gisteren uit de achterkamertjes lekte had de vorm van een middelvinger. Geadresseerd aan Ab Klink. We mogen namelijk weer roken in kleine kroegen – die smerige rechtse hobby. Wat ook zo goed als zeker is, is dat de culturele sector er flink van langs krijgt.

Het woord ‘kunstsubsidie’ is geen middelvinger, maar werkt als een pistoolschot in een drukke straat. Iedereen rent naar beide kanten weg, om vanuit de verste uithoeken hysterisch commentaar te brullen. Het ene kamp vraagt zich af waarom het moet meebetalen aan elitehobby’s in halflege zalen. Het andere hamert halsstarrig op het immense belang van kunst en cultuur, en op de desastreuze gevolgen van de ‘culturele kaalslag’.

Zo komen we dus niet veel verder. Laten we daarom teruggaan naar de feiten. Subsidies zijn bedoeld om kunstwerken te beschermen tegen het platte marktmechanisme. Sommige werken zijn weliswaar niet economisch rendabel, maar omdat hun culturele waarde zo groot is, draagt de overheid er aan bij.

De moeilijkheid is dat één factor niet absoluut is: ‘culturele waarde.’ Wie bepaalt die? Niet de overheid, want dat zou een soort Staatskunst stimuleren. Onafhankelijke commissies dus, zoals nu? Ook geen succes, omdat ze bevolkt moeten worden door kenners en specialisten, mensen uit het kleine kunstwereldje zelf, waarmee je onvermijdelijk nepotisme, afgunst en vetes binnenhaalt.

Wil je de kunstsubsidies uit hun verdomhoek krijgen, dan moeten we toe naar een modern mecenaat. De hele westerse muziekgeschiedenis is mede mogelijk gemaakt door een handjevol hoven. Alle Renaissancekunst is gesponsord door een paar bankiersfamilies.

Om los te komen van het overheidsinfuus zou de kunstwereld eens harder kunnen ijveren bij rijke particulieren en genereuze bedrijven. Dat stimuleert meteen ook een gezonde concurrentie en ondernemingszin onder kunstenaars, zonder dat je ze meteen uitlevert aan de harde markt.

Dit vereist wel een nieuwe mentaliteit, bij kunstenaars en bedrijfsleven. Omdat je mentaliteiten niet abrupt verandert, ligt hier een taak voor een overheid die niet, zoals nu, ineens de voedingskraan dichtdraait, maar die kwartiermaker is voor een nieuw mecenaat.

Christiaan Weijts