Machtig partijcongres

Van voormalig minister Henk Vredeling (Defensie) zijn de legendarische woorden „congressen kopen geen straaljagers” afkomstig. Hij sprak ze uit in 1975, uit ergernis over de gewoonte in zijn eigen partij, de PvdA, waar de partijvergadering zich als een soort alternatieve regering opstelde. Het congres keerde zich tegen de aanschaf van het gevechtsvliegtuig F-16. Minister Vredeling trok zich er niets van aan.

En terecht. Het ging erom of hij de instemming van de Tweede Kamer kreeg, de gekozen volksvertegenwoordiging dus, en niet van een betrekkelijk willekeurig gezelschap als de in een zaal aanwezige leden van een politieke partij.

Op 16 juni, één week na de verkiezingen dit jaar, beloofde waarnemend CDA-voorzitter Henk Bleker dat het congres van zijn partij „het laatste woord” krijgt over deelname aan een coalitie. Hij deed dat na overleg met de fractievoorzitter van het CDA in de Tweede Kamer, Maxime Verhagen.

„De leden willen op het cruciale moment ja of nee kunnen zeggen”, zei Bleker destijds. Toen hij zijn aankondiging deed, was niet bekend dat de nu beoogde coalitie er een van VVD en CDA zou zijn die met gedoogsteun van de PVV moet gaan regeren. Het CDA likte nog de wonden die de verkiezingsnederlaag, twintig zetels verlies, had toegebracht.

Het is voor het eerst in het dertigjarige bestaan van het Christen-Democratisch Appèl dat een partijcongres voorafgaat aan een besluit om wel of niet aan een regering deel te nemen. Zaterdag is het zo ver. Dan zullen wellicht zo’n 4.500 van de ongeveer 68.000 CDA-leden bijeenkomen om te oordelen over het onderhandelingsresultaat dat de (verdeelde) Tweede Kamerfractie met VVD en PVV heeft bereikt. En zich dus uitspreken over de vraag of het gewenst is dat het CDA met een partij als de PVV pacteert.

Het is logisch dat in een democratische partij als het CDA de leden mede bepalen wat er in het verkiezings- en andere programma’s van de partij staat. En ook dat zij de beslissende stem hebben over de vraag wie er lijsttrekker wordt, wie er nog meer op kandidatenlijsten bij verkiezingen komen te staan en op welke plek. Maar daarna is het woord aan de rest van Nederland: de kiezers.

Partijen als PvdA en D66 geven hun leden al langer zulke verregaande invloed. Het verschil met het CDA is dat hun kiezers dat al voor de verkiezingen (kunnen) weten. Maar in alle gevallen geldt dat zoveel macht voor in wezen een handjevol mensen ongewenst is in een parlementaire democratie met evenredige vertegenwoordiging. Het kan niet zo zijn dat 2.251 leden beslissen of het CDA wel of niet gaat regeren.

De Tweede Kamerleden van deze partij hebben hun zetels te danken aan de 1.281.886 kiezers die op 9 juni hun stem op het CDA hebben uitgebracht. Zij hebben deze volksvertegenwoordigers gemandateerd.

Dus wat het CDA-congres ook besluit, de beslissing over regeringsdeelname blijft de verantwoordelijkheid van elk van de 21 fractieleden van het CDA. Zij zijn geen stemvee.