'Liever riolering dan Roma'

In Roemenië zijn de Roma geen prioriteit. Overheden investeren liever in wegen, scholen of ziekenhuizen. En de organisaties die zich wel om Roma bekommeren hebben subsidieproblemen.

Waar de zigeuners wonen? Het groepje kinderen langs de kant van de weg in Cerneteaz wijst naar het einde van de onverharde weg. Daar staat een verzameling huizen als rommelschuurtjes in het weiland. Tussen de krotten liggen hopen schroot. Veertig families leiden hier een scharrelend bestaan van de opbrengst van ingezameld metaal, kinderbijslag en soms tijdelijk werk, in Roemenië of elders in de EU. „Hier is niets”, zegt Nikola Alina (39). Binnenkort vertrekt ze weer met haar man en vijf zonen naar Portugal om daar als schoonmaakster te werken.

Vadar Lenghel (29), klein en gespierd, vader van drie, wacht op een klus als chauffeur naar Frankrijk. Toen hij hier vijftien jaar geleden kwam wonen, zag deze nederzetting er precies hetzelfde uit. Er is weinig reden om aan te nemen dat het over vijftien jaar anders zal zijn. De rommelige modderstraat oogt opgegeven. Duizenden Roma uit deze regio hebben hun heil in het buitenland gezocht.

Dat Roemenië ondertussen niet stilstaat, is goed zichtbaar. Bij het gerenoveerde cultureel centrum van de gemeente wappert de blauwe EU-vlag. Richting Timisoara, de dichtstbijzijnde grote stad, wordt de laatste hand gelegd aan twee rotondes.

Lokale overheden hunkeren naar de EU-miljarden waarmee ze investeringen kunnen doen, zegt Sorin Maxim, directeur van het agentschap dat toeziet op de besteding van EU-gelden voor regionale ontwikkeling. Hij krijgt twee keer zoveel projectvoorstellen binnen als er geld is. „Het is moeilijk prioriteiten te stellen. Roemenië heeft zoveel problemen”, constateert hij. De meeste burgemeesters kiezen voor wegen, scholen, ziekenhuizen. „Zichtbare resultaten voor hun kiezers.” Resultaten die met investeringen in Roma moeilijk te behalen zijn.

Er zijn Sociale EU-Fondsen die kunnen worden gebruikt om Romakinderen op school te houden en volwassenen te laten integreren op de arbeidsmarkt. Maar het staat lokale bestuurders vrij andere prioriteiten te stellen. Integratieprojecten voor Roma worden veelal overgelaten aan non-gouvernementele organisaties.

De bureaucratie is een ramp, zegt Letitia Mark, directeur van het Cultureel-Educatie Centrum voor Romakinderen in Timisoara. Een handvol moeders met kinderen buigt zich aan lange tafels over kleurplaten en schaaltjes gezonde snacks. In 2008 slaagde Mark erin samen met andere organisaties EU-subsidie te krijgen voor een project dat 3.000 Romavrouwen moet helpen een baan te vinden.

De afhandeling van declaraties door het ministerie van Sociale Zaken, dat het EU-geld moet doorsluizen, verloopt traag. In 2008 was het excuus de naderende verkiezingen. In 2009 werden vrijwel alle directeuren vervangen. Dit jaar is er zeven maanden vertraging door ‘extra controle en veranderde regels’.

Vóór de toetreding tot de EU in 2007 werkten EU-fondsen met royale voorschotten. Nu komt er pas geld als alles is uitgegeven en verantwoord. Salarissen heeft Mark al maanden niet kunnen betalen. „Ik bel, ik schrijf, ik push. Het helpt niet. Het was nog nooit zo moeilijk als nu.”

Lavinia Dulau, hoofd van het overheidsorgaan dat de boekhouding controleert van EU-projecten voor kwetsbare groepen, werklozen en werknemers, geeft toe dat de betaling voor het project van Mark „helaas” te lang heeft geduurd. Haar afdeling is onderbemand. Bedrijven en instellingen doen intensief beroep op dezelfde pot, onder meer voor scholingstrajecten.

„Ik smeek Boekarest om extra mensen, maar er is een vacaturestop.” En de ambtenarensalarissen zijn wegens het begrotingstekort dit jaar met 25 procent verlaagd. Dulau verdient nu 250 euro. Een stuk minder dan de juristen en accountants van de organisaties die ze moet doorlichten. „Dat motiveert niet echt.” Het zou beter werken als gemeenten aanvragen indienden voor Romaprojecten ingebed in overheidsbeleid, denkt Dulau. Maar dat gebeurt niet. „Waarom niet? Vraag het ze.”

Wat we hier vóór alles nodig hebben is riolering, zegt burgemeester Nelu Delvai van Giarmata, waar het dorp Cerneteaz onder valt. Ongeveer eenderde van de huizen heeft nog geen stromend water. Iets voor Roma doen is moeilijk, vindt Delvai. „Die mensen worden gedomineerd door onverantwoordelijkheid. Muziek, drinken, dansen, dat is de omgeving waarin ze zich goed voelen.” In bijzinnen voegt hij er nog stelen en moorden aan toe. De beste aanpak lijkt hem een aparte school en dagopvang waar de kinderen afscheid nemen van hun „tribale” manier van leven, maar daar wilde de gemeenteraad volgens hem niet aan, bang voor een aanzuigende werking.

Europese fondsen speciaal voor Roma lijken de burgemeester de enige manier. Dan hoeft hij zelf niet te kiezen en niet met de gemeenteraad in debat. „Anders blijven we ze maar heen en weer schuiven, tussen Europa dat ze niet wil, en wij die ze ook niet willen.”