Langzaam gaat de kluis open

Veel van de harde plannen stuitten op juridische onmogelijkheden. En op weerstand van het CDA.

Het onderwerp speelt een grote rol bij het CDA-congres van aanstaande zaterdag.

Bij de vorming van een rechtse coalitie hebben de onderhandelaars van VVD, PVV en CDA zeer vergaande maatregelen onderzocht om de immigratie te beperken.

Vooral VVD en PVV zochten in alle hoeken en gaten naar mogelijkheden, zo blijkt uit geheime formatiestukken en gesprekken met betrokkenen. Ambtenaren van het ministerie van Justitie kregen opdracht de haalbaarheid te onderzoeken van voorstellen met één doel: immigratie ontmoedigen en, eenmaal in Nederland, het opbouwen van rechten vertragen.

De partijen wilden gezinshereniging zo moeilijk mogelijk maken en lieten daartoe tientallen opties onderzoeken. Zoals het weigeren van een verblijfsvergunning voor ongetrouwde partners. En de eis dat een buitenlandse partner bij aanvraag een sterkere economische en sociale band met Nederland zou moeten hebben dan met het land waar hij vandaan komt. Ook wilden de partijen kinderen ouder dan vijftien uitsluiten van gezinshereniging.

Het is nog onduidelijk welke van deze maatregelen beleid worden, maar zeker is dat dit onderwerp aanstaande zaterdag een belangrijke rol zal spelen op het CDA-congres over het regeerakkoord. Binnen het CDA bestaan grote zorgen over de tweedeling in de samenleving door de invloed van de anti-islamitische PVV. Toenmalig CDA-onderhandelaar Ab Klink verliet om deze reden de Tweede Kamerfractie.

Ook het asielbeleid moest strenger van de onderhandelaars. De partijen bedachten dat ze het uitzetten van uitgeprocedeerde asielzoekers met kinderen zouden kunnen „prioriteren”, omdat families veel sneller rechten opbouwen vanwege de kwetsbaarheid van het kind. Door het versterken van mobiele teams zou de Koninklijke Marechaussee meer illegalen kunnen opsporen. Met datzelfde doel wilden de partijen bestanden van allerlei organisaties aan die van immigratiediensten koppelen, om „doorlopend” te controleren of mensen zich aan hun verblijfsvergunning houden.

Het ministerie van Justitie onderzocht nog veel meer maatregelen op juridische haalbaarheid en wat ze zouden ‘opleveren’. Dat was nodig omdat PVV-leider Wilders eiste dat het kabinet de immigratie met een bepaald percentage zou terugdringen, naar Deens voorbeeld. Welk percentage precies is onduidelijk.

In Denemarken, waar Wilders zich aan spiegelt, nam de immigratie door nieuw beleid met 40 procent af. Schattingen van Justitie wezen uit dat de onderzochte maatregelen de immigratie met 5 tot 15 procent terug zouden dringen. Daarover was Wilders ontevreden.

Wilders wil een hard immigratiebeleid kunnen presenteren, dat is een essentiële voorwaarde voor het gedogen van dat kabinet. De PVV richtte zich daarbij vooral op niet-westerse migranten, en in het bijzonder op moslims, zo blijkt uit enkele onderzochte maatregelen.

Zo wilde de PVV geen algemeen verbod op gezichtsbedekkende kleding, maar alleen een verbod op de door sommige islamitische vrouwen gedragen boerka. Ook wilde de PVV in haar ogen „anti-integratieve” imams kunnen weren.

Van veel voorgestelde wijzigingen van het immigratie- en asielbeleid durfde Justitie geen evaluatie te geven. De onderzochte maatregelen stuitten vaak op juridische bezwaren en zorgen voor ongewenste neveneffecten, zoals hoge kosten. Ook maakte het CDA aan de onderhandelingstafel regelmatig bezwaren. Hierdoor is het onduidelijk wat uiteindelijk het regeerakkoord heeft gehaald.

Tijdens de onderhandelingen was vooral het CDA een remmende factor. Zo had het CDA principiële bezwaren tegen het weren van imams, omdat dat de vrijheid van godsdienst en de scheiding tussen kerk en staat zou aantasten. Opmerkelijk: het CDA was principieel tegenstander van het beperken van migratie van partners tot gehuwden. De liberale VVD had daar geen moeite mee, behalve in het geval van homoseksuelen.

Uit de onderzochte maatregelen blijkt dat het ontmoedigen van migranten vooral werd gezocht in het opschroeven van opleidings- en taaleisen, maar ook door de definities van gezinshereniging in te perken en andere voorwaarden daarvoor te verzwaren. Zo ontstond bijvoorbeeld het idee van het instellen van een borgsom van 8.000 euro die aan de staat zou vervallen als een migrant aanspraak zou maken op een uitkering.

De formatieteams zochten ook naar mogelijkheden om rechten van migranten in Nederland te beperken. Bijvoorbeeld door het nareizen van gezinsleden van een migrant twee jaar lang te verbieden. Er werden ook voorstellen gedaan om het verkrijgen van permanente verblijfsvergunningen te vertragen en het afnemen van de Nederlandse nationaliteit ook mogelijk te maken bij criminelen die zich niet schuldig maken aan terrorisme en spionage.

Vanwege de juridische onmogelijkheid van een aantal maatregelen zal een nieuw kabinet waarschijnlijk zeer veel energie gaan steken in het veranderen van Europese richtlijnen. Het opzeggen van internationale verdragen werd uiteindelijk door alle partijen afgewezen als onpraktisch. Daardoor verviel bijvoorbeeld de mogelijkheid om toegang tot de sociale voorzieningen voor migranten te beperken.

Anders dan als bezuinigingspost werd er weinig aandacht besteed aan integratie. De partijen willen dat migranten veel meer zelf gaan betalen aan hun verplichte inburgering, en een aantal subsidies voor integratieprojecten schrappen.

Wel onderzochten de partijen de mogelijkheid om een bepaald opleidingsniveau van migranten te eisen. Om dat geen discriminerende maatregel te laten zijn, zou dat niet alleen moeten gaan gelden voor de 400.000 niet westerse allochtonen, maar voor alle 2,6 miljoen mensen in Nederland die niet beschikken over een „startkwalificatie”.