Imago India ligt nu al in duigen

Zondag beginnen in Delhi de Gemenebest Spelen. Een ramp voor India’s aanzien.

De organisatie werd een chaos door bureaucratie, nepotisme en grove corruptie.

Langur monkeys rest on road fence outside Talkatora stadium, one of the venues for the Commonwealth Games, in New Delhi September 29, 2010. While 100,000 security guards have been deployed to counter potential threats from militants, authorities here have turned to rented langurs to thwart any monkey threat to the Commonwealth Games starting on Sunday. REUTERS/Amit Dave (INDIA - Tags: SPORT ANIMALS SOCIETY) REUTERS

Basavdatta uit Gurgaon, een satellietstad van New Delhi, is haar werkster twee maanden kwijt. De politie heeft haar teruggestuurd naar haar geboortedorp in West-Bengalen, omdat ze haar identiteitsbewijs niet kon laten zien. Pas als de prestigieuze Gemenebest Spelen die zondag beginnen voorbij zijn, mag ze weer komen poetsen en schrobben in Gurgaon. De huishoudelijke hulp van Basavdatta is niet de enige die Delhi moest verlaten. Het gedwongen vertrek van mensen zonder duidelijk pasje helpt in de ogen van de politie de veiligheid van buitenlandse atleten en bezoekers te waarborgen.

Niet alle migranten moeten weg. Duizenden zwoegen nog dag en nacht om de aankleding rond de verschillende stadions in orde te krijgen. Ook de mannen en vrouwen die zaterdag in de weer waren bij de luxueuze Khan Market zijn hard nodig om de stad te verfraaien. Met grote kwasten schilderden ze de muur rond het parkeerterrein roodbruin, in de schaduw van het winkelende publiek. Een baby en enkele peuters speelden halfnaakt op het trottoir.

Om India’s imago van economische grootmacht in wording uit te dragen, werden de Spelen zeven jaar geleden naar Delhi gehaald. Maar nog voordat het evenement van start is gegaan, ligt dat beeld aan duigen. Een ingestorte voetgangersbrug, ondergelopen appartementen in het spelersdorp, smerige bedden en toiletten, en dit weekeinde een slang in een van de kamers van de Zuid-Afrikaanse spelers. De discussie gaat al lang niet meer over de potenties van India, maar over het falen van de autoriteiten, over bestuurlijk onvermogen, bureaucratische inertie, nepotisme en regelrechte corruptie. Het organiserende Olympisch Comité van India, de stadsregering van Delhi en het ministerie van Sport schuiven elkaar de zwarte piet toe.

Het lijkt een ramp voor het aanzien van India in de wereld. De media registreren ongenoegen onder het publiek. Maar het is niet waarschijnlijk dat India’s economische groei (nu rond de 9 procent) echt in gevaar komt. De gang van zaken rond de Spelen is immers de kroniek van een aangekondigd debacle. Al meer dan een jaar werd om de haverklap gewezen op grote achterstand bij de bouw – en steeds weer werd genoegen genomen met sussende woorden van de autoriteiten. Ook de internationale Federatie van de Commonwealth Games heeft nog wat uit te leggen. Maar buitenlandse investeerders en handelspartners hebben hun risico’s al veel eerder afgewogen. Ze weten al veel langer dat de Indiase markt in veel opzichten problematisch is, maar dat het land eenvoudigweg niet kan worden genegeerd.

Het tafereel van de vervende migranten bij de Khan Market en de straatwerkers bij de sportstadions onderstreept dat het zich snel ontwikkelende India een tweestromenland is. Een ambitieuze natie met een scherpe scheiding tussen superrijken en de opkomende middenklasse aan de ene kant, en een grote massa van kleine boeren, landloze arbeiders en migranten aan de andere kant.

Met de Spelen is die tegenstelling nog scherper geworden in het straatbeeld. De migrantenarbeiders slapen met hun gezinnen onder schamele tentdoeken langs de straat. Er zijn muurtjes en panelen voor hun onderkomens gezet, om de buitenlanders niet te choqueren. Het ondernemende buitenland heeft alleen te maken met de middenklasse.

De regering onder leiding van de socialistische Congrespartij houdt zich grotendeels afzijdig. Vorige week riep premier Manmohan Singh enkele ministers bijeen voor crisisoverleg. Maar dat mocht niet worden uitgelegd als een oorwassing, werd na afloop meegedeeld. Sonia Gandhi, de almachtige partijvoorzitter, bewaart haar stilzwijgen. Net zoals – opvallend genoeg – haar zoon Rahul, die wordt beschouwd als haar kroonprins en die veel campagne voert op het platteland. Het was niet zo gek geweest als hij, als vertegenwoordiger van de jonge generatie in India, zich scherp had uitgesproken over zoiets delicaats als de Spelen.

Volgens sommige analisten bekommert de partij zich om ideologische en electorale redenen meer om de gewone man op het platteland dan om de stedelijke elite. Maar de Congrespartij is geen homogeen instituut. Binnen de partij botsen ego’s en ideologieën, vernieuwers staan tegenover behoudzuchtigen.

Los daarvan moeten tal van regionale coalitiepartners te vriend worden gehouden. Het kenmerk van de regionale partijen is dat ze geen visie hebben op de ontwikkeling van India als natie. Hun prioriteit is het behoud van de eigen macht. Tegen die achtergrond is gezichtsverlies over de Gemenebest Spelen niet iets waarover men zich veel zorgen zal maken.

Het blijft wel pijnlijk dat de vorige minister van Sport, Mani Shankar Aiyar, deze zomer verklaarde „ongelukkig” te zullen zijn indien de Gemenebest Spelen een succes zouden worden. Het geld had beter besteed kunnen worden aan de ontwikkeling van sport voor iedereen, beargumenteerde hij zijn opstelling. Toen hij tweeënhalf jaar geleden aftrad, was er nog bijna niets gedaan aan de voorbereiding.

Sponsors hebben zich maar mondjesmaat gemeld. Topman Azim Hashim Premji van de vooraanstaande IT-onderneming Wipro zei dat India zich de Spelen niet kan veroorloven. Het is beter om het onderwijs te verbeteren, zei Premji.

Wipro’s hoofdkantoor staat in Bangalore, de hoofdstad van de Indiase IT-sector. Hoe kijkt men daar, in het symbool van India’s vooruitgang, aan tegen het debacle? „Afschuwelijk”, zegt marketingfunctionaris Subrahmanya (26). „We weten allemaal dat corruptie India regeert, maar dit is beschamend.” Anand Bhad (35), werkzaam bij een IT-bedrijf, zegt dat India de Spelen niet had mogen krijgen. „Ik wil niet onvaderlandslievend klinken, maar ik vind dat we een lachertje van onszelf hebben gemaakt in het buitenland.”