Hoe ontbijt een Hollands gezin?

Fotobureau Hollandse Hoogte bestaat 25 jaar.

In die tijd is het aanbod verbreed: „Als een blad een foto van een grutto wil plaatsen, moet dat ook kunnen.”

Gepke (25) werkt in de thuiszorg in 2010. Foto Rachel Corner Gepke, 25 jaar Werkt in de thuizorg in de regio Dantumadeel, Friesland Hollandse Hoogte

Hoe leefde een fotograaf 25 jaar geleden? „Hij kwam na een dag werken thuis, moest meteen de donkere kamer in en had meestal drie wanhopige eindredacteuren op zijn antwoordapparaat staan die per direct een archiefbeeld wilden hebben”, zegt Louis Zaal, directeur van fotobureau Hollandse Hoogte. „Hij had het dus druk. Bovendien was de markt veel groter dan hij in zijn eentje kon bedienen. Daarom werd het hoog tijd voor een fotobureau.”

Inmiddels bestaat Hollandse Hoogte, al jarenlang de grootse Nederlandse fotoleverancier aan kranten en tijdschriften, 25 jaar. Zaal, destijds opmaakredacteur bij de Groene Amsterdammer, was een van de oprichters. Samen met Roel Sandvoort, Dick Breebaart en Simon Kool deelde hij een liefde voor sociale documentairefotografie. „We werkten allemaal bij het fotoblad Plaatwerk; daar plaatsten we soms fotoseries die bestonden uit 8 tot 10 beelden, met weinig tekst, zoiets gebeurde nauwelijks in Nederlandse tijdschriften.”

Sandvoort, nu financieel directeur van fotobureau Hollandse Hoogte: „In de jaren zeventig was de krantenfotografie echt belabberd. Je zag vooral veel grijze, grof afgedrukte beelden van mannen die elkaar de hand schudden. Echte agendajournalistiek, een foto werd gemaakt om te bewijzen dat een gebeurtenis ook daadwerkelijk had plaatsgevonden.”

Die obligate wijze van fotograferen wilden Zaal en Sandvoort indertijd graag doorbreken. „We wilden de Nederlandse maatschappij anders in beeld brengen en fotografen stimuleren in het maken van eigen projecten”, zegt Zaal. „Hoe Nederland op economisch of politiek vlak functioneerde, was niet interessant, we wilden juist andere aspecten van de samenleving laten zien: hoe ontbijt een gezin, hoe gaat iemand naar zijn werk?”

Sandvoort: „Hans Aarsman had begin jaren tachtig een fotoserie Ouders op bezoek. Daarvoor ging hij langs bij studenten en legde dan vast hoe hun ouders, als ze op bezoek kwamen, bijvoorbeeld het bed gingen opmaken of hielpen om de kachel aan te maken.”

Nog steeds wil het fotoagentschap, door middel van eigen projecten, die ‘andere kant’ van de Nederlandse samenleving documenteren. Speciaal voor dit jubileumjaar vroegen Zaal en Sandvoort aan 103 fotografen om 25-jarigen te fotograferen. „Deze jongeren zijn gefotografeerd gedurende hun dagelijkse bezigheden. Je volgt het leven van zwemster Inge Dekker, van een priester-student of een zeevisser. We tonen dit project op ons jubileumfeestje aanstaande vrijdag.”

Vanaf het moment van oprichting is er inmiddels veel veranderd. Bij Hollandse Hoogte zijn nu ruim 300 fotografen aangesloten. Het digitale archief bevat inmiddels zo’n 7,5 miljoen foto’s. Daarnaast vertegenwoordigt het bureau buitenlandse agentschappen zoals Magnum Photos en Camera Press. „In het begin, toen er nog analoog werd gefotografeerd, zaten al onze foto’s gewoon in mappen in het archief”, zegt Sandvoort. „We hadden iets van 200.000 foto’s”, vertelt Zaal. „Van tachtig procent wist ik precies hoe het eruit zag en waar ik het in het archief kon vinden.” Bij Sandvoort gingen bepaalde foto’s wel duizend keer door zijn handen gegaan. „Ik zie nog steeds het verschil tussen een foto van Piet den Blanken of Rob Huibers.”

In de jaren negentig stapten medeoprichters Breebaart en Kool op. Vanaf dat moment verhuisde het bedrijf een aantal keer binnen Amsterdam. In 2007 ging het naar een nieuwe locatie in het Westelijk Havengebied. Kort na die verhuizing werd het personeel teruggebracht van 36 naar 24 man. „We konden niet anders”, zegt Zaal. Onze positie op de markt was verzwakt, de omzet was met een kwart gedaald.” Met de komst van nieuwssites op internet daalde het aantal krantenabonnementen, bovendien werd op datzelfde internet een overdaad aan beeld aangeboden. „Onze prijs moest omlaag. Er zijn fotobureaus, zoals het Amerikaanse Shutterstock, waar je rechtenvrij duizenden foto’s kan downloaden voor een minimaal bedrag. Door dit soort ontwikkelingen moesten wij ons opnieuw gaan definiëren.”

Daar is Hollandse Hoogte inmiddels hard mee bezig. Sandvoort: „We willen nog steeds kwaliteitsfotografie aanbieden, we zijn nog altijd streng met onze toelatingseisen voor fotografen, maar ons aanbod is breder.”

„In het begin hadden we in ons bestand vooral reportages over de anti-kraakbeweging, de werkeloosheid in de jaren tachtig, de strijd tegen Janmaat”, zegt Zaal. „Tegenwoordig bieden we ook sport- en modefotografie aan. En als een blad een foto van een grutto wil plaatsen, moet dat ook kunnen.”

Per dag komen er nu zo’n drieduizend digitale beelden binnen bij het fotobureau. Te veel om bij te houden, meent Sandvoort: „Ik heb geregeld dat ik een blad opensla en denk: Goh, mooie foto. Als ik dan naar het bijschrift kijk, staat er vaak Hollandse Hoogte. Dat vind ik nog steeds verrassend.”