Het eindpunt van de burgeremancipatie

De cover van Vrij Nederland bestaat uit een fotomontage van koningin Beatrix op een leeg bordes en de kop „Wachten op Wilders. In de greep van de grote gedoger.” Aanleiding vormt de column van Stephan Sanders, die zegt al zestien jaar VVD te stemmen, maar nu toch het gevoel heeft in een absurdistisch toneelstuk te zijn beland. Het verschil met Samuel Beckett is dat Godot nooit kwam.

Uiteraard voelt Elsevier de afsluitende periode van de formatie van het kabinet Rutte-Verhagen heel anders aan. Het blad prijst de koelbloedigheid van waarnemend CDA-voorzitter Henk Bleker en meldt dat beoogd premier Mark Rutte (VVD) zijn bijbaantje als docent aan het Haagse Varias College (vmbo) wil continueren. Hij doet dat niet om contact met de maatschappij te houden: „Ben je mal. Een politicus die een paar uur moet lesgeven omdat-ie anders geen voeling meer heeft met de samenleving, is toch al reddeloos verloren. Nee, ik heb volop contact met heel veel mensen. Ik vind het gewoon leuk om les te geven. Als premier blijf ik zelf de vuilniszakken buiten zetten.”

De Groene Amsterdammer probeert wat verder vooruit te kijken naar de betekenis die de nieuwe politieke wind in Den Haag kan hebben voor de maatschappelijk teleurgestelden met groot wantrouwen in regering en overheid. Volgens Aukje van Roessel denken VVD en CDA door met Wilders in zee te gaan die „vreemden in eigen land” het gevoel te geven dat ze gehoord worden.

In een uitstekend essay onder het motto van de week van De Groene, „Grenzen aan de grote mond”, is filosoof Gijs van Oenen pessimistisch over dit beoogde effect. Hij stelt dat hoe luider het volk spreekt, hoe onduidelijker is wat het te zeggen heeft. De permanente emancipatie van het individu komt in een eindstadium: „De zelfstandige burger is nu definitief de hoofdrol toebedacht, maar een script kan en mag er voor hem niet meer worden geschreven.”

Van Oenen begrijpt dat dit voor de populist een ideale situatie vormt: „Gedoogsteun is daarom zijn favoriete genre. Wat er gedoogd wordt, maakt hem – zijn ronkende retorica ten spijt – niet wezenlijk uit: hij kan nu blijven claimen de volkswil te vertegenwoordigen zonder dat hij die werkelijk in bestuurlijke daden en politieke verantwoordelijkheid hoeft te vertalen.”

Iets dergelijks geldt voor de mondigheid van de televisiekijker. Vrij Nederland citeert deskundigen en onderzoeken om tot de conclusie te komen dat alle mogelijkheden tot uitgesteld kijken niet leiden tot een afname van het lineaire kijken: gewoon wat de pot schaft. Er zijn zelfs aanwijzingen dat Twitter het gemeenschappelijk kijken alleen maar bevordert.