Gevecht voor land eindigt in hongerdood

De Venezolaanse boer Brito stierf na een hongerstaking tegen de onteigening van zijn land. Grondeigenaren willen president Chávez voor het Internationale Gerechtshof brengen.

Een Venezolaanse die meedoet aan een wake voor Franklin Brito, gestorven na een hongerstaking tegen de onteigening van zijn land, schrijft een boodschap van solidairiteit. Foto AP A woman attending a vigil writes by to a photo of Franklin Brito where Brito held his hunger strike outside of the Organization of American States (OEA) in Caracas, Venezuela, Thursday Sept. 2, 2010. Brito, a farmer who held repeated hunger strikes in a land dispute with Venezuela's government, died on Monday night in a military hospital where he had been taken against his will nine months ago. (AP Photo/Leonardo Ramirez) AP

In Venezuela was Franklin Brito (49) altijd een opvallende verschijning. Een grote man van 1 meter 92 en bijna honderd kilo. Toen hij een maand geleden stierf, was er nog maar 33 kilo van hem over. Zijn laatste hongerstaking tegen de onteigening van delen van zijn land door de staat werd Brito, bioloog en boer, fataal.

„Mijn vader is tot het laatste moment blijven vechten voor zijn rechten”, vertelt Angela Brito, zijn 20-jarige dochter in de hoofdstad Caracas. Franklin Brito groeide de laatste jaren uit tot een internationaal symbool van verzet tegen de willekeurige onteigening door, en het machtsmisbruik van de Venezolaanse staat. Op last van de regering van president Hugo Chávez – en tegen zijn zin – werd Brito opgenomen in een militair hospitaal, waar hij stierf.

Voor Angela, haar moeder en broers zijn het onzekere tijden. Eigenlijk willen ze weg uit Venezuela, want ze voelen zich niet meer veilig. „Wie het tegen de regering opneemt, wordt al snel behandeld als een paria. Mijn moeder, een lerares, kan hier geen werk krijgen”, zegt de studente.

Ze hebben echter een reisverbod omdat het Openbaar Ministerie onderzoek doet naar Brito’s dood. De verdenking is dat Angela en haar moeder Franklin zouden hebben aangezet tot het plegen van zelfmoord. „Het is geen grap, maar de werkelijkheid van dit land”, zegt Angela.

In 1999 begon de socialistische regering-Chávez met een ingrijpende landhervorming. Meer dan 2,5 miljoen hectare landbouwgrond is van grondbezitters afgenomen en overgegaan in handen van kleine boertjes.

In Venezuela, net als in de rest van Latijns-Amerika, zijn grote delen van het land van oudsher in handen van een kleine groep grootgrondbezitters. „Maar mijn vader was geen traditionele herenboer”, zegt dochter Angela.

Brito, van oorsprong ook onderwijzer, kreeg van de overheid in 1999 zo’n 290 hectare land toegewezen in La Tigrera in de deelstaat Sucre. Maar op een dag in 2003 waren delen van zijn grond plotseling bezet door buren. Kort nadat Brito een conflict had met een burgemeester in de regio over een gewassenprogramma. „Alle percelen rond ons land waren door buitenstaanders in gebruik genomen. We konden ons eigen land niet meer op of af”, zegt Angela.

Het INTI, het instituut voor landhervorming van de overheid, had delen van Brito’s grond aan de bezetters gegeven. Volgens het INTI waren de percelen echter nooit eigendom geweest van Brito. Hij vocht het aan, maar kreeg ongelijk van de opperrechters in het Hooggerechtshof – aangesteld door president Chávez.

Brito ging over tot hongerstakingen. Uit protest heeft hij voor televisiecamera’s zelfs eens een vinger afgesneden.

De wetgeving rond de landbouwhervorming stelt dat grond die niet wordt gebruikt voor landbouw of veeteelt in aanmerking komt voor onteigening. Maar grondbezitters stellen dat het INTI vaak zonder enig onderzoek land weggeeft, ook grond die wel in gebruik is.

Een prominent tegenstander van Chávez’ „willekeurige landonteigeningspolitiek” is Diego Arria, voormalig voorzitter van de VN-Veiligheidsraad en adviseur van oud-secretaris-generaal Kofi Annan. Arria, een telg uit een oud geslacht dat sinds 1628 grond bezit in Venezuela, had ook een haciënda, La Carolina. „Je moet met de staat onderhandelen over hoeveel land je wilt afstaan, ook al gebruik je al het land”, vertelt Arria. „En als je dat weigert te doen, dan ontnemen ze je alles. Pure willekeur. Dat is mij dit jaar overkomen.”

Arria is niet bang. In de media uitte hij herhaaldelijk kritiek op de praktijken van het INTI en Chávez. Hij is een dossier aan het samenstellen, waarmee hij Chávez voor het Internationale Gerechtshof in Den Haag wil dagen. Inmiddels hebben ongeveer vijfhonderd andere grondbezitters met vergelijkbare problemen zich bij hem gemeld.

„Grondbezitters zijn slachtoffer van machtsmisbruik en wie zich verzet wordt geterroriseerd door de staat”, weet Arria. Sinds hij de strijd heeft aangebonden met de regering wordt hij dagelijks gevolgd door de Venezolaanse veiligheidsdienst. „We mogen de strijd van Franklin Brito nooit vergeten”, zegt Arria.

Vooral Brito’s hongerstaking in 2009, pontificaal voor het kantoor van de Organisatie van Amerikaanse Staten in Caracas, zette kwaad bloed bij de Venezolaanse regering. Het besluit om hem dit jaar op te nemen in het militair hospitaal waar hij kort geleden stierf, was officieel uit „gezondheidsoverwegingen”.

Dochter Angela zegt: „De staat wilde niet dat zijn zaak aandacht kreeg, omdat hij de regering in verlegenheid bracht.”

Brito’s familie mocht hem een uur per dag bezoeken. Niemand anders kreeg toegang tot hem. Zijn advocaat niet, zijn eigen arts niet, zijn vrienden niet. Er stonden altijd militairen voor zijn kamer. De temperatuur was laag. Angela: „Mijn vader was verzwakt en kon soms niet slapen van de kou. Als er medische testen waren gedaan, dan moesten wij bij de rechter toestemming vragen om de resultaten te zien. Er is ons groot onrecht aangedaan.”