Fortis ging zijn gang

De kredietcrisis moest haar verwoestende werk in de bancaire sector nog gaan doen. Maar in 2007, ongeveer een jaar voordat Lehman Brothers failliet ging en de credit crunch niet meer was te stuiten, verkeerde de ambitieuze bank/verzekeraar Fortis al in financiële problemen.

Fortis lag reeds in de zomer van 2007 aan het infuus van de Europese Centrale Bank (ECB) om de kredietnood van een vijftigtal Europese banken te lenigen. Fortis kampte met een liquiditeitstekort van 70 miljard euro.

Maar dat weerhield het Belgisch-Nederlandse concern er niet van om een deel van ABN Amro voor 24 miljard over te nemen. Om dit bedrag bij elkaar te sprokkelen, deed de raad van bestuur van Fortis in 2007 een greep in de reservekas van de Nederlandse verzekeringspoot ASR.

Ondanks verzet van de toenmalige directie van ASR eiste het bestuur van Fortis bij ASR 900 miljoen euro op voor de ‘oorlogskas’ waaruit de overname van ABN Amro betaald zou worden, blijkt uit het boek De Kloof waarin een redacteur van deze krant het bankroet van Fortis reconstrueert.

De Nederlandsche Bank (DNB) wist van deze en andere problemen bij Fortis, maar was niet in staat of bereid in te grijpen. Ruim twee jaar eerder had ex-commissaris Roobeek president Wellink van DNB vertrouwelijk ingelicht over haar zorgen over de bedrijfscultuur bij het concern dat met name kennis en kapitaal uit de Nederlandse afdelingen zou zuigen. Maar ondanks een noodkreet van ASR liet DNB de transactie met de reservekas in 2007 toch passeren.

Kort daarna verleende minister Bos van Financiën de ‘verklaring van geen bezwaar’ tegen de overname van ABN Amro door Fortis en de consortiumgenoten RBS en Banco Santander.

Deze reconstructie werpt toch weer nieuw licht op 2007, een sleuteljaar in de Nederlandse financiële geschiedenis. Het boek De Prooi en het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie-De Wit schetsten al eerder een beeld dat zich laat samenvatten met trefwoorden als hoogmoed, naïviteit, laksheid en miscommunicatie.

Dat laatste was vooral het geval in de relatie tussen DNB en het ministerie van Financiën. Beide draaiden in rondjes om elkaar heen toen er in 2007 een besluit moest worden genomen in de overnamestrijd om ABN Amro. Minister Bos wilde alleen ‘nee’ zeggen als president Wellink daarom vroeg en omgekeerd. Uiteindelijk nam geen van beiden de ultieme verantwoordelijkheid. Met het bekende drama als gevolg.

Deze casus staat niet alleen. In het rapport over de ondergang van de DSB Bank bleek dat juist de toezichthouders DNB en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) elkaar van het kastje naar de muur hadden gestuurd.

Het probleem is dat er ook nu nog geen einde is gemaakt aan deze contraproductieve verhoudingen. Over de globale analyse bestaat overeenstemming. Maar in de praktijk is de vicieuze cirkel niet doorbroken. Dat moet nu wel gebeuren. De relatie tussen ministerie en DNB dient snel te worden verduidelijkt en verbeterd. Vooral dat laatste is van belang.