Eurozone maakt de dienst uit

Door de economische crisis is er een verschil ontstaan tussen de eurozone en de rest. Bovendien, en wellicht beangstigender, neemt de Duitse euroscepsis toe, meent Katinka Barysch.

Door de crisis in de eurozone verandert de werkwijze van de EU. De crisis versterkt ontwikkelingen die al een jaar of tien zichtbaar waren: een verschuiving naar een unie waarin de regeringen aan het roer staan, waarin grote landen zwaarder tellen dan kleine en waarin meer besluiten door groepjes lidstaten worden genomen. Ook heeft de crisis de Frans-Duitse alliantie verzwakt en een groeiende Duitse euroscepsis aan het licht gebracht.

In de EU die zich nu aftekent, lijken leiderschap en solidariteit – de ingrediënten die het hardst nodig zijn om de crisis op te lossen – ver te zoeken.

Al zolang de eurocrisis duurt, hebben de EU-hoofdsteden het heft in handen en spelen de Europese Commissie en het Europees Parlement een bijrol. Misschien is dit onvermijdelijk omdat regeringen grote sommen belastinggeld op het spel zetten. Opmerkelijk is wel dat uitgerekend Duitsland – van oudsher een sterk voorstander van de Brusselse instellingen – het voortouw neemt in de verschuiving naar meer ‘intergouvernementele samenwerking’.

Als bondskanselier Merkel een Europese oplossing voor een probleem zoekt, belt ze veelal rechtstreeks met andere EU-hoofdsteden. En als de Duitsers zaken doen met Brussel, werken ze bij voorkeur met de voorzitter van de Raad, met Van Rompuy, en niet met Commissievoorzitter Barroso. De grondgedachte van de Commissie is dat ze vaak een Europese visie ontwikkelt die meer is dan de grootste gemene deler tussen de EU-hoofdsteden. Zo kwam de Commissie in het debat over de hervorming van de euro al vroeg met nuttige voorstellen over de manier om alle landen – zowel met handelsoverschotten als met tekorten – hun onevenwichtigheden te doen verminderen. De werkgroep-Van Rompuy daarentegen, gericht op het bestuur van de eurozone, wordt gehinderd door de noodzaak om het alle 27 lidstaten naar de zin te maken.

Als de eurocrisis tot blijvende verzwakking van de Commissie heeft geleid, zal de EU hieronder lijden. Europa heeft behoefte aan een sterke, onafhankelijke Commissie die waakt over de interne markt, streng toeziet op mededinging en aanstuurt op een ambitieus klimaatbeleid.

De gedachte dat alle EU-landen gelijk zijn, is minder aannemelijk geworden in een unie waarin 27 regeringen om de tafel zitten en moeilijk consensus te bereiken is. De eurocrisis heeft de tendens duidelijk gemaakt dat de leiders van de grote landen eerst met elkaar praten. Frankrijk en Duitsland hebben meermaals besluiten over de reddingsoperaties genomen en deze daarna als voldongen feit aan de anderen voorgelegd.

Maar als kleinere landen moeten vechten om gehoord te worden, zouden ze weleens de neiging kunnen krijgen dwars te gaan liggen, bijvoorbeeld door een veto uit te spreken over EU-overeenkomsten die eenstemmigheid vereisen. Of zich te onttrekken aan maatregelen die hun niet bevallen. Als het besluit van Slowakije om niet bij te dragen aan het Griekse reddingskrediet een voorbode is, zal EU-besluitvorming moeilijker worden.

Een andere groep die tijdens de crisis in de eurozone een beperkte invloed heeft gehad, bestaat uit de lidstaten buiten de eenheidsmunt. De reddingspakketten voor Griekenland zijn overeengekomen door de 16 regeringen van de eurozone. Polen en Zweden hebben een nominale bijdrage geleverd, maar de andere niet-eurolanden, waaronder Groot-Brittannië, niet.

Merkel wil dat alle 27 EU-landen de nieuwe regels onderschrijven die uit de debatten over de hervorming van de euro voortkomen. Maar in besloten kring erkennen Duitse functionarissen dat hardere sancties tegen ‘begrotingszondaars’ weinig zin hebben bij landen die hun eigen munt nog hebben. En Merkel heeft weliswaar afwijzend gereageerd op het voorstel van president Sarkozy tot een ‘euroraad’ op het niveau van de regeringshoofden, maar ze stemde wel in met een topberaad van de eurozone als dit nodig was.

Een verschuiving van de besluitvorming van de EU-27 naar de eurozone zou zowel voor de inhoud als de vorm van het EU-beleid gevolgen kunnen hebben. De bestaande ‘eurogroep’ van 16 ministers van Financiën bespreekt niet alleen zaken die strikt verband houden met de eenheidsmunt. Ze kookt ook beslissingen voor over andere economische vraagstukken. Ook een euroraad zal zich vermoedelijk niet beperken tot vraagstukken inzake het bestuur van de eurozone en zich willen bemoeien met financiële regelgeving, hervormingen en de interne markt. Omdat de EU-landen die meer pro-markt zijn – Groot-Brittannië, Zweden, Denemarken – veelal buiten de eurozone liggen, zou dit weleens tot een minder liberaal economisch beleid kunnen leiden.

Met de Brusselse instellingen, de kleinere landen en de niet-deelnemers aan de euro allemaal min of meer buitenspel gezet, dient de Frans-Duitse alliantie – van oudsher de motor van de EU-integratie – de leiding te nemen. Maar Merkel en Sarkozy vertrouwen elkaar niet en hebben evenmin een gemeenschappelijke visie op Europa. Ook al hebben ze dan samen op verschillende momenten tijdens de crisis ongemakkelijke compromissen in elkaar geflanst, hun werkelijke opvattingen over de eurozone liggen ver uiteen. Sarkozy wil politieke zeggenschap over de benadering van regels en sancties die Merkel voorstaat. De Franse bijdrage aan het eurodebat is vrij ingehouden. Sarkozy hoopt misschien dat de Duitsers onder druk van de gebeurtenissen concessies zullen doen op punten die Frankrijk wil, zoals meer topontmoetingen van de eurozone ter coördinatie van het economisch beleid.

Hiermee blijft Duitsland stevig aan het roer staan. Maar deze leidende positie lijkt de Duitsers niet zo te bevallen. Ze hebben geen behoefte aan kritiek op hun grote handelsoverschot en willen ook niet het grootste aandeel in de reddingsoperaties moeten leveren.

De eurocrisis lijkt een latent gevoel van teleurstelling en onvrede over de EU – dat de afgelopen tien jaar steeds duidelijker werd – tot een kookpunt te hebben gebracht. De Duitse elite, traditioneel pro-Europees, neemt gaandeweg afstand van de Europese zaak. De media schrijven akelige dingen over andere EU-landen. De eensgezindheid over het EU-beleid vertoont barsten en in het parlement heeft de sociaal-democratische oppositie geweigerd in te stemmen met het reddingspakket voor de eurozone. Van alle gevolgen van de crisis is de Duitse euroscepsis misschien wel het meest beangstigend.

Katinka Barysch is verbonden aan het Centre for European Reform, een pro-Europese denktank gevestigd in Londen.