Dit is geen roddel

Ik eet met een vriendin tosti’s in de woonkamer. Nadat we uitvoerig werkplannen, films en de prangende vraag waarom onze artiesten nooit een duet opnemen met een Sesamstraatfiguur (Acda & de Munnik featuring Graaf Tel met het liedje ‘ik ben 11 niet of nooit geweest’ klinkt nu al als een instant-klassieker) hebben besproken, zegt ze: „Ik heb trouwens de laatste tijd het gevoel dat vriend X een beetje...” „Ja?” zeg ik. „Nee”, zegt ze. „Laat maar. Sorry, het voelt nu net alsof ik aan het roddelen ben.” „O”, zeg ik. „Want dat wil ik niet, roddelen,” zegt ze. „Ik wilde alleen iets zéggen. Dit is dus niet roddelen, oké?” „Natuurlijk niet,” zeg ik. „Ik bedoel het namelijk goed”, zegt ze. „Absoluut”, zeg ik. „Ik heb dus de laatste tijd het idee...” begint ze. „Ja?” zeg ik gretig.

Ik heb het begrip roddelen altijd al lastig gevonden. Ik weet dat de heersende mening is dat het zoveel mogelijk vermeden dient te worden. Het lijkt mij echter vrij onmogelijk om een sociaal leven te hebben en tegelijkertijd de mensen in je omgeving nooit te bespreken. Uiteraard bestaat er een soort oerroddelen: de vileine roddelvorm, waarin bijvoorbeeld iemand langsloopt, twee omstanders zich naar elkaar toebuigen en vervolgens fluisteren: „Zij heeft herpes van een vis gekregen!” Ik begrijp dat die vorm de mens niet per se siert.

Maar hoe zit het met de tussenvormen? Bestaat er goedbedoeld roddelen? Je kan ook met een vriend over een gezamenlijke bekende praten, omdat je je zorgen maakt. Of iets afvraagt. Of omdat je even kwijt moet dat je steevast verlangt naar oude jenever en Xanax als je ziet hoe diegene zijn verschillende schoonmaakmiddelen op grootte arrangeert.

Als je over iemand praat zonder de bedoeling om zijn of haar leven voor eeuwig miserabel te maken (of de kans op liefde te minimaliseren door verhalen te verspreiden over vissenherpes), is dat dan ook verkeerd?

Uiteindelijk gaat roddelen – of mensen bespreken – toch voornamelijk over je eigen gevoel. Je wilt even een verbond vormen, saamhorigheid smeden, je goed voelen over het feit dat andere mensen ook problemen hebben of je eigen ideeën over mensen voorzichtig uittesten op anderen. Een onschuldige roddel kan je hele dag opfleuren (zo hoorde ik laatst dat iemands vader had gezegd dat als hij ’s avonds thuiskwam, hij toch het liefst begroet werd door de hond, want “die likte tenminste”). En verder houdt het je in contact.

Van mij mag er dus geroddeld worden, als we van tevoren eerst elkaar met charme ervan overtuigen dat het vooral géén roddel is. Een soort roddel-disclaimer: ‘dit bericht is beslist geen roddel. Er wordt geen enkele verantwoording genomen voor de mogelijke verdere verspreiding van dit bericht (dat dus geen roddel is).’

Renske de Greef