De C van christelijk of van conservatief?

Het CDA staat aan de vooravond van een historisch congres over samenwerking met de PVV en de VVD. Het gaat over meer dan alleen de coalitie.

Christelijk of conservatief? Waar staat de C van het CDA voor, nu de leiding van de partij in zee wil gaan met de PVV en de VVD? De invloedrijke CDA-senator Hans Hillen, een vertrouweling van Maxime Verhagen, laat even een stilte vallen als hij de vraag hoort.

„Voor mij is het CDA een christelijke partij”, zegt hij vervolgens met overtuiging door de telefoon. „Maar een steeds groter deel van onze achterban ziet onze C liever vertaald in conservatief.” Hillen vindt dat niet zo erg. „De meeste conservatieven die op ons stemmen hechten hetzelfde belang aan normen en waarden als de christenen die het CDA als hun partij zien. Het zijn mensen die grotendeels op dezelfde manier in het leven staan.”

Zaterdag mogen de CDA-leden zich uitspreken over het regeer- en het gedoogakkoord van hun partij met PVV en VVD. Het is voor het eerst dat de christen-democraten dat doen. De verwachting is dat de meerderheid van de leden hiermee zal instemmen.

Volgens Jos van Gennip, oud-senator en oud-directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, staat er zaterdag echter veel meer op het spel dan de vraag over samenwerking met de PVV. „Ik vind het goed dat er een congres wordt georganiseerd, begrijp me niet verkeerd. Maar er schuilt ook een gevaar in de macht van de meerderheid”, zegt hij. „Het CDA is altijd een partij geweest waar het compromis werd gezocht. Dat moeten we niet overboord gooien.”

Het CDA is ontstaan uit drie confessionele partijen: ARP, CHU en KVP. Om het ooit wankele evenwicht tussen de bloedgroepen te bewaren moesten de afzonderlijke facties altijd rekening houden met de mening van de anderen.

„Die bloedgroepen bestaan niet meer, maar het hoort nog altijd wel bij het CDA om fundamentele meningsversch

illen te overbruggen op basis van discussie en overtuiging”, vertelt Van Gennip. „Het zou een breuk zijn met het verleden als via het CDA-congres een richting wordt geforceerd die ingaat tegen de fundamentele opvattingen van leden die namens de partij in het parlement zitten. Wat dat betekent? Ik vind dat het congres dissidenten de ruimte moet geven om af te wijken van de stem van de meerderheid”, stelt Van Gennip. „Dat is altijd de basis en de kracht van het CDA geweest.”

De huidige discussie over de C lijkt heel veel op het debat in het decennium voor de fusie in 1980. Het ging toen over de vraag of het CDA een christelijke partij of een partij van christenen moest zijn. Het lijkt een semantische discussie, maar dat was het allerminst.

Toenmalig KVP-voorzitter Piet Steenkamp introduceerde toen de „verantwoordelijke samenleving”, een begrip dat hij had geleend van de Raad van Kerken. Steenkamp, die de eerste voorzitter van het CDA zou worden, herinnert zich die discussie nog wel.

Vervolg CDA als machtsmachine: pagina 3

Oppositie voeren is het CDA ooit slecht bevallen

„Dat was heel ingewikkeld hoor”, zegt Piet Steenkamp over de telefoon – op zijn 85ste ontvangt hij geen mensen meer aan huis. „Daar zijn boeken over vol geschreven, leest u die maar terug.”

Arie Oostlander, indertijd directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, kreeg de opdracht de notie van de verantwoordelijke samenleving te vertalen in programmatische uitgangspunten. „Dat werden er uiteindelijk vier”, vertelt hij nu: gerechtigheid, gespreide verantwoordelijkheid, solidariteit en rentmeesterschap. „Het zijn deze beginselen van de Nederlandse christen-democratie die ook nu het debat binnen het CDA mogelijk maken”, zegt Oostlander. Want, zegt hij, debat is er altijd geweest binnen het CDA.

Die stelling wordt onderschreven door Jos van Gennip. Hij hoort in de woorden van Hillen over het verschil tussen de partij en het electoraat een echo uit het verleden. „Het partijkader leest Trouw en het electoraat De Telegraaf, zei men in de jaren dat Ruud Lubbers aan de macht was.” Het CDA werd in die tijd een bestuurderspartij, die vooral oog had voor de macht.

Toen Van Gennip in de partijtop zat, gingen anderen met hem de discussie aan. Zo waren de dissidenten van nu, Ad Koppejan en Ab Klink, in de tweede helft van de jaren 90 lid van een informele groep die het debat aanging onder de naam ‘Confrontatie met de Toekomst’. Een congres dat zij in 1996 organiseerden bracht de partij in beweging. Een grote groep vooral jongere leden zag het CDA als politieke beweging en niet als een bestuurlijke vacaturebank, zo concludeerde NRC-journalist Kees Versteegh in De Honden Blaffen, een boek over het CDA van toen.

Dat was de periode dat Paars het land regeerde en het CDA in de oppositie zat, misschien niet toevallig ook de tijd dat Maxime Verhagen in de Tweede Kamer kwam. De periode van oppositie voeren is het CDA bijzonder slecht bevallen.

Toch slaagde het CDA erin weer in het centrum van de macht te komen. De basis was het rapport Nieuwe wegen, vaste waarden. „Dat was zo’n moment dat oude beginselen weer werden vertaald naar de moderne tijd”, zegt Van Gennip. „Het was een antwoord van het CDA op het knellende keurslijf van de verzorgingsstaat. Om de onderlinge solidariteit te kunnen handhaven moesten de stelsels voor sociale zekerheid en zorg worden gemoderniseerd.”

Die uitgangspunten vormden de basis voor het beleid onder Balkenende. Jan Schinkelshoek, Kamerlid van 2006 tot 2010, ziet parallellen tussen het einde van het tijdperk-Lubbers en de laatste jaren onder Balkenende. „Na de verkiezingen van 2006 zijn we vergeten onze beginselen opnieuw in de verf te zetten”, zegt hij. „We waren te veel bezig met beleid en macht, en te weinig met de basis, met beginselen. Welk antwoord heeft de christen-democratie op nieuwe vragen? Het is een vergissing die ik ook mezelf aanreken.”

Volgens Hans Hillen was het CDA onder Balkenende te veel „een besluitvormingsmachine”, zegt hij. „Dan krijgt een partij een regentesk imago en verliest zij de band met de kiezer”, zegt Hillen. „Een partij moet niet alleen oplossingen communiceren maar ook in debat gaan met de kiezer over de problemen. Het rookverbod is daarvan een goed voorbeeld. Dat is een voorstel vol goede bedoelingen maar wordt ervaren als betutteling. Daar weet een politicus als Geert Wilders wel raad mee.”

En dat regenteske, betuttelende CDA laat nu een congres beslissen over de vraag of het moet regeren met de PVV. Is dat niet vragen om problemen? Onzin, vindt Hillen. „Het is voor het eerst dat het CDA de leden de kans geeft om te zeggen wat ze ervan vinden. Hoe democratisch wil je het hebben?”

Volgens Jos van Gennip begint met het congres een doorslaggevende periode. Hij doelt niet alleen op de vraag of de leden willen regeren met de PVV. „Beslissend zal zijn of het CDA de komende jaren leiders vindt die de uitdagingen van onze tijd kennen en ze kunnen verbinden met de uitgangspunten van het CDA. Hoe kun je in de geseculariseerde samenleving de christelijke waarden van het CDA vertalen in een programma dat een grote groep kiezers aanspreekt?” Als dat niet lukt wordt de christelijke C, zo vreest Van Gennip, definitief vervangen door een conservatieve C.