Bart Ensink (23) heeft geluk gehad

Wat er mankeerde aan Bart?” Garagehouder Jan Dodemont uit Eijsden haalt de schouders op. „Ik zag dat Bart goed kon sleutelen. Het heeft heel goed uitgepakt.”

Na zijn stage kon de 16-jarige Bart Ensink blijven bij het garagebedrijf in het diepste zuiden van Limburg. Tussen de auto’s heeft hij het goed naar zijn zin. „Ik ben apk-keurmeester en bezig met het diploma voor ‘eerste monteur’. Dan ga ik ook meer verdienen”, zegt hij gestoken in een blauwe overall.

Bart Ensink, intussen 23 jaar, heeft geluk gehad. Hij is op het nippertje ontsnapt aan de Wajong, de uitkering voor jonge gehandicapten, waarvan intussen bijna 200.000 mensen gebruikmaken. Is een jongere moeilijk in de omgang, heeft hij psychische problemen (autisme, ADHD), een zware handicap of een ernstige ziekte, dan wordt hij op 18-jarige leeftijd gekeurd en krijgt hij levenslang een uitkering op grond van de Wet jong gehandicapten (Wajong).

Het aantal jongeren met zo’n uitkering zal bij ongewijzigd beleid explosief groeien, van krap 200.000 nu naar 400.000 in 2040, de kosten stijgen van twee miljard euro per jaar naar zeker vijf miljard. 70 procent van de jongeren kan aangepast werk verrichten, blijkt uit onderzoek, al werkt nu slechts 10 procent.

Reden waarom minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken, CDA) de wet heeft aangepast. De definitieve keuring is dit jaar naar 27 jaar verschoven. Voordien moet alle aandacht gericht zijn op scholing en werk. „Heeft iemand kans zelfstandig het minimumloon te verdienen? Daar gaat het om”, zegt Donner.

De minister schrijft de stijging toe aan het groeiend aantal jongeren met psychische problemen. Tegelijkertijd wordt het voor deze jongeren steeds moeilijker de reguliere arbeidsmarkt op te komen, omdat werkgevers steeds hogere eisen stellen. „Het is van wezenlijk belang dat de inspanningen van het speciaal onderwijs erop gericht zijn deze jongeren aan werk of scholing te helpen.”

Dat is precies wat Guido Willems bij St. Jozef doet, een school voor kinderen met gedragsstoornissen, gelegen aan de rand van Maastricht. Willems werkt hard om te voorkomen dat jongens zoals Bart, oud-leerling, in de Wajong terechtkomen of „aan de overkant”.

Willems: „Wij willen jongeren kant-en-klaar afleveren aan de poort van het bedrijf.” Bij garagehouder Dodemont werkt én leert Bart. Zijn baas wil dat hij zich specialiseert. Dodemont: „De begeleiding van Bart was perfect. Elke dag kwam zijn begeleider van St. Jozef langs. Deze jongens gaan de afgrond in of de berg op. Pakt het goed uit, dan gaan ze voor je door het vuur.”